Posts tonen met het label Cultuur filosofie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Cultuur filosofie. Alle posts tonen

woensdag 31 oktober 2018

ARTIFICIAL INTELLIGENCE OF MENSELIJKE MAAT


ARTIFICIAL INTELLIGENCE EN DE MENSELIJKE MAAT

1  INLEIDING
Hier volgen tien stellingen waarin ik wil nagaan, Harari’s boeken lezend, hoe de werkelijkheid zich aan mij voordoet. De uitwerking heeft geen pretentie buiten dit kader om  en is volstrekt persoonlijk. Maar persoonlijk is het verhaal van Harari ook. In het programma Buitenhof van 26 augustus[1] 2018 bleek dat de deskundigen (wetenschappers, kunstenaars) op een eigen wijze naar de projecties van Harari kijken en die interpreteren. Er was in dat programma wel consensus over de noodzaak om de voortstormende technologische ontwikkelingen in goede wetgeving te vangen, zodat de commerciële markten niet met de homo sapiens aan de haal gaan. Is er dan toch nog toekomst voor de homo sapiens?


2  DE STELLINGEN

1. De beschouwingen van Harari zijn vooringenomen en speculatief, er is geen reden tot paniek;

Al eerder dan in 2018 is een aanzienlijke stroom publicaties op gang gekomen over de inpassing van artificial intelligence in het dagelijks (mensen)leven. Het onderwerp van Harari heeft nu ook de mainstream bereikt. Wat daarin opvalt is dat er enige angst uit spreekt voor de onbeheersbaarheid van die robotica. Waar aanvankelijk het vermogen van een robot nog als een grappig verschijnsel werd gezien, komen mensen steeds meer tot het besef dat een onomkeerbaar proces hun leven gaat beïnvloeden ( 2Doc’More human than human’ 17.9.2018 NPO2). Harari geeft wel toe dat zijn ideeën geen voorspellingen zijn maar alleen mogelijkheden. Zijn vooringenomenheid betreft de opvatting dat de mens te lijden heeft aan de eeuwige kringloop van geboren worden, lijden en sterven. Deze deterministische kijk op de wereld stamt van gedachten uit het Boeddhisme. Daarin ontbreken goden of een God maar wordt de verloste mens een god gelijk. Een Homo Deus.
Harari’s exercities zijn ook speculatief omdat zijn verklaringsmodel gebaseerd is op de ontwikkelingsgeschiedenis van de mens die voor de toekomst geldigheid krijgt. Dat blijkt uit zijn aanname dat de mens een geëvolueerd dier is, dat onderhevig blijft aan de wetten van de natuur. Daarvoor, voor die extrapolatie, is  echter geen bewijs, hooguit een theorie.
Wie het verleden tot getuige roept voor een mogelijke richting van de toekomst weet een ding zeker: die toekomst gaat gepaard met disrupties, versnellingen, terugval en vooruitgang. Hoe bedreigend  het scenario van Harari er ook uitziet, het is geruststellend dat de mens altijd een weg heeft gevonden om de soort van de ondergang te redden.

 2. De macht van de dataïsten met hun algoritmes wordt zwaar overdreven;

Harari verwacht dat de mensen met geld over de informatie zullen gaan beschikken waarmee zij macht over de anderen, de onvermogenden, zullen uitoefenen. Google en Facebook zijn goed op weg naar een wereldheerschappij. Maar de eerste blokkades zijn al opgeworpen (boetes van de EU) omdat de gebruikers van de sociale media zich meer en meer bedreigd voelen. Dat zal volgens mij leiden tot een egalisatie in de machtsverdeling.
Het is wel waar dat robotica sterk in opkomst is en steeds meer de mens verdringt uit de klassieke leefpatronen. Zorgrobot, selfdrive auto’s, spraakautomaten, melkrobots, er zijn vele voorbeelden van de toepassing van algoritmes in machines die werk overnemen. Als Harari voorziet dat voor mensen een betekenisloos bestaan in het verschiet ligt, rekent hij niet op de vindingrijkheid van de menselijke geest.



3. De vooruitgang in de technologische wetenschap is niet tegen te houden, wel te richten;

Dat is volkomen waar. In een pas verschenen boek[2] wordt de wetenschappelijke wereld voorgesteld als bestaande uit Profeten en Tovenaars. Harari’s wetenschappers zijn de tovenaars die onverflauwd aan de uitbouw van menselijke kennis werken en voor alles een technologische oplossing hebben of zoeken. Zeker, dat is gevaarlijk (atoombom) maar ook heilzaam (gezondheid). De Profeten  denken in termen van minder ontwikkelen en consumeren om zo op een natuurlijke manier naar een oplossing van de klimaatproblemen te zoeken. In de bewering van Mevrouw doctor Müller (Zomergasten VPRO tv) dat we onsterfelijkheid zullen bereiken is de Tovenaar aan het woord. In het rapport van de VN commissie over de klimaatrisico’s laten de Profeten zich gelden. Zo ontstaat een evenwichtsrelatie tussen de mensen die meer-meer-meer roepen en de aardbewoners die juist minder-minder-minder willen.

4. De mens streeft naar zingeving; als hij door voortgaande robotisering als soort totaal overbodig wordt helpt zijn vrije geest en creatieve vermogen hem een compenserende invulling te vinden en zijn eigenwaarde te houden;

Uit de tv discussie van 26 augustus 2018 bleek dat we ervanuit kunnen gaan dat de mens altijd naar zingeving in zijn leven zoekt. Als Harari voorziet dat er een werkloze klasse ontstaat, mag in die groep het bestaan  een diep triest bestaansbesef verondersteld worden. Maar zo ver zal het niet komen, dachten de denkers uit het programma. Mensen kunnen zich via verbeelding (iedereen vindt zijn eigen werk belangrijk) en (schijn)rationalisatie toch een waardigheid aanmeten. Als de wereld wordt overspoeld met oppermachtige dataïsten zijn er evenveel beveiligers nodig, gaf men als voorbeeld van zinvolle correcties. Altijd vindt de mens de zin van zijn bestaan. Ook de cyborg.

5. Nepnieuws (korte termijn) is een schadelijk bijproduct van algoritmische processen;

Naar de mate waarin sociale media (Facebook, Instagram, What’s app, Google- ‘diensten’) wordt gebruikt, is het risico aanwezig dat de gebruikers slachtoffer worden van de dataïsten en dus niet langer een vrij oordeel kunnen vormen. Aan dat proces zijn mensen gewend geraakt via de reclameboodschappen. Daarin worden immers ideale situaties voorgesteld en we zijn graag bereid te geloven dat dat ook voor ons is weggelegd. Als mensen op de sociale platforms ‘achtervolgd’ worden met voor hen geloofwaardige beelden en tekst, zijn ze rijp voor verkeerde boodschappen. Is iets waar of niet waar? Onwaar nepnieuws zoals in reclame is nog het meest onschuldige fenomeen in ons bestaan. Ernstiger is het als – op basis van over mensen verzamelde BIGdata – op het juiste moment, op de juiste plaats aan de juiste persoon een leugenachtige boodschap met verkeerde intenties wordt toegezonden.
Dit is een voorbeeld in de wereld van Harari:  dat de wal uiteindelijk het schip zal keren.

6. Nepnieuws (lange termijn) is onmisbaar voor het voortbestaan van de transhumane soort;

Onmisbaar nepnieuws???!!! Ja, dat bestaat. Niet in Harari’s universum want daarin domineren de feiten van de Tovenaars. Wel in de wereld van de Profeten waarin het geloof in de menselijke maat de toekomst van de mens bepaalt. Voor de transhumane soort, dus de mens/robot combinatie, of voor de dier/robot- eenheid, is het wenselijk dat er verhalen blijven. Dat is omdat de menselijke mythes terug grijpen op de archetypische structuren in de mens die verklaren waarom en waartoe dingen bestaan. Noem dit geloof nepnieuws, zoals Harari zegt. De transhumane soort is (nog) geen machine en zelfs een machine volgt zijn programmatuur die door de mens is ingegeven. Dus dat brengt de noodzaak van een bestendig aanwezige fantasie over welke vaste waarden gelden bij het bouwen aan de  toekomst van de wereld en de mensheid.

7. De creatieve inval bij een kunstenaar is te vergelijken met de random functie in artificial intelligence;

Een creatieve gedachte is een epifanie of een flits van inzicht die zich voordoet aan de mens. Plotseling is de gedachte er. Zo is hij verdwenen. Bij artificial intelligence doemt ook een dergelijke functie op, de randomizing van een stel waarden die willekeurig gecombineerd worden binnen een bepaalde tijd. Het zijn de bewegingen van de dobbelstenen die hevig geschud worden en een volkomen willekeurige uitslag kennen. Maar met verschil.
De randomfunctie van een computer ontstaat omdat hij zo geprogrammeerd is door de systeemanalist. De programmeur zorgt ervoor dat door spanningsverschillen in het ene circuit een (andere) tensie in een volgend circuit  optreedt, et een willekeurig resultaat als gevolg. Feitelijk wordt hier bewust gebruik gemaakt van natuurkundige verschijnselen. En omdat het basisproces bewust wordt gegenereerd, is het resultaat slechts schijnbare spontaniteit.
De film  van Jan Vrijman (1961) over Karel Appel toont aan dat Appel het creatieve proces trachtte te benaderen via spontane invallen. Immers, het was de tijd dat kinderen en geesteszieken werden geacht volkomen spontaan te handelen en volwassenen kunnen proberen hen daarin te volgen. Het gaat daarbij immers om de vrije gedachte, dat is een gedachte die niet door wat ook beïnvloed is.
Nu volgt uit Harari’s theorie, dat ook die soort processen van biochemische oorsprong is. Dus Appel is tijdens smijten met verf helemaal niet vrij van zijn omgeving: zijn bewustzijnsstromen doen hem de tijdgeest volgen dus van een vrije spontane gedachte kan geen sprake zijn. Appel wilde dit gewoon conform zijn vrije wil. Volgens Harari bestaat er echter geen vrije wil. Wij zijn overgeleverd aan het vrije spel van biochemische reacties. Creatieve gedachten zijn toevallige bewustzijnsstromen die komen en gaan. Ze voeren tot een volkomen willekeurig resultaat. Harari’s wereld is daarmee deterministisch en principieel amoreel.
Mijn conclusie is dat zowel bij de kunstenaar als bij A.I. de handelingen bij het creatieve proces afhankelijk zijn van situationele (omgevingsverschijnselen) en dispositionele (persoonlijke eigenschappen) oorzaken  en zijn ze dus vergelijkbaar.

8. De supermens is een zedelijk wezen dat  een altruïstische utilitaire ethiek nastreeft: het meeste geluk garanderen voor de meeste mensen;

Dagelijks wordt bericht over nieuwe toepassingen van A.I. Zoals vandaag in de Volkskrant wordt bericht over een computer die ad random een duur kunstwerk heeft vervaardigd en elders in Parijs een computer is gevoed met algoritmes waardoor een precies op de persoonlijke eigenschappen van de gebruiker afgestemd parfum kan worden geproduceerd. Van reuk of tastzin is geen sprake, wel van BIGDATA waaruit de geselecteerde kenmerken worden gedestilleerd.
Gaat de computer de mens dan overal overtreffen en zelfs compleet vervangen? Veel mensen zijn daar bang voor. Toch is het mijn mening dat de supermens, misschien onsterfelijk, misschien half machine in wezen een menselijk wezen blijft.
Volgens Harari bepalen biochemische processen in welke vorm de mens bestaat. De vrije wil bestaat niet, want wat op een vrije wil lijkt is niets anders dan een biochemisch proces gebaseerd op willekeurige combinaties van bewustzijnsstromen.
Ten diepste is een menselijk wezen een ‘sociaal dier’ dat altijd gedreven wordt door het willen controleren van de omgeving, in contact met anderen te zorgen voor lijfsbehoud en zichzelf zal evalueren als waardevol. A.I. kan dat imiteren en leren gebruiken maar kan vooralsnog zonder programmeurs geen kwaliteitsoordeel over iemands leven geven. Daarvoor is een moreel besef nodig. De mens is en blijft een zedelijk wezen dat geluk nastreeft voor zichzelf en anderen. Want zijn alle soortgenoten ongelukkig, arm, afhankelijk van steun, ten dode opgeschreven, dan is het eigen bestaan ook niet gegarandeerd (Jemen 2018).In  Jeremy Bentham’s idee dat wij altijd moeten handelen om het meeste geluk voor de meeste soortgenoten te bereiken, ligt besloten dat eigen belang en gemeenschappelijk belang samenvallen.
Zelfs een computer is daarvoor te programmeren maar dan wel op basis van kansberekening. Maar een best mogelijke uitkomst komt tot stand op basis van getallen of syllogismen. Daarin worden de wetten van de logica gevolgd. Het is daarbij of de een het voordeel geven of de ander. Daarom zal de supermens niet te vervangen zijn door A.I. omdat die wel in staat is twee conflicterende doelen tegelijk na te streven. 


9. De liberale democratie zal verdwijnen omdat haar vrijheid en gelijkheid strijdig is met de machtsstructuren in de nieuwe ideologie gebaseerd op artificial intelligence;

Bedrijven ontlenen nu al hun macht aan de hoeveelheid verzamelde gegevens over de mens en de wereld. Harari verwacht dat dat in de toekomst leidt tot een opdeling  van menselijke structuren. Kennis zal eenzijdig bij de machtigen berusten die geld hebben en mogelijkheden bezitten om die kennis te verzamelen, uit te breiden en te gebruiken. Dat gaat ten koste van de mensen die zich door die bigdata laten sturen. De reclame is (als nepnieuws) een algemeen aanvaard goed voorbeeld van beïnvloeding van iemands opinie over een product of dienst.
De heersers zullen ook actief politieke meningen, keuzen, afwegingen, beslissingen van ‘onderdanen’ kunnen beïnvloeden, zolang er geen bindende politieke regels zijn die hen daarin beperkt. Omdat in een vrij krachtenspel de machtelozen verliezen, dienen die beschermd te worden op straffe van verlies van vrije keuzen en liberale democratische waarden.

10. Er zal in een samenleving altijd ruimte blijven voor de Grote Verhalen – liberalisme, socialisme, communisme, christendom, islam, hindoe, boeddha – omdat zij de mens behoeden voor betekenisloosheid.

Deze stelling is gebaseerd op het psychologisch inzicht dat de mens niet alleen kan leven. Hij heeft de andere mens nodig om te overleven. Dus zal de soort wanneer een situatie onder 9 dreigt, maatregelen nemen om de eigen positie en die van miljarden anderen veilig te stellen.
Ook filosofen als Levinas hebben dat onderkend en uit die hoek predikt men het belang van de Ander voor het welzijn van het eigen ‘ik’ of  individu.
Je kunt natuurlijk de Ander om uiteenlopende nodig hebben. President Trump van de VS  heeft anderen nodig om zichzelf te verheffen. De EU en de NAVO bestaan uit staten die elkaars belang zoeken. Sommigen hebben de Ander nodig om als vijandbeeld te dienen en zichzelf te profileren. In de meeste gevallen zoeken mensen de Ander op, en richten ze zich op verbinding, veiligheid, waardering en erkenning. Soms leidt dat tot groepsvorming met bedenkelijke trekjes zoals de extremen uit het Nationalisme ons hebben doen ervaren.

In de omgang met anderen hangen aspecten samen als gezamenlijke geschiedenis, lotsverbondenheid, idealen, individueel belang en groepsbelang en de omloop van de mythes waarin de archetypische structuren van de mens voortleven.
Artificial Intelligence is vooralsnog een fenomeen van de logica waarbinnen geen ruimte is voor interpretatie. Het is daarom goed dat er de Grote Verhalen zijn waarin  mensen houvast  zoeken en krijgen wanneer de zekerheden om hen heen weg vallen.


3 SLOT
Deze persoonlijke verkenning van standpunten en mogelijke verklaringen voortkomend uit de boeken van Harari, is slechts een begin van wat eigenlijk een grondige analyse zou moeten zijn.

Yuval Noah Harari heeft in een aantal boeken beschreven wat zijn gedachten zijn over de menselijke status en de toekomst ervan. Bewijsvoering levert hij niet, maar biedt ons wel een prachtig eigentijds verhaal dat tot nadenken en verdere actie oproept.

Of een lezer nu een Tovenaar is, met een ongebreideld vertrouwen in de machtige rol van de wetenschap voor het welzijn van de menselijke soort, of een Profeet is, met een diep geworteld wantrouwen tegen diezelfde oncontroleerbare groei en inzet van wetenschappelijke kennis en de mogelijke uitputting van de aarde, beiden hebben er belang bij dat ons streven gericht blijft op het maximale geluk voor een maximaal aantal aardbewoners.


31 oktober 2018

 



[2] Charles C. Mann, The wizard and the prophet. Two remarkable scientists on their dueling visions to shape tomorrow’s world , ‘De Tovenaar en de Profeet’ (Amsterdam 2018).

zaterdag 22 september 2018

'HOMO SAPIENS,een kleine geschiedenis van de mensheid' en de toekomstvisie van Yuval Noah Harari


TIEN STELLINGEN ALS COMMENTAAR OP HET TOEKOMSTBEELD VAN
                            YUVAL NOAH HARARI

1  INLEIDING

Kort geleden kreeg ik het boek  SAPIENS een kleine geschiedenis van de mensheid cadeau.
Op de flaptekst staat een aanbeveling van Mark Zuckerberg (Facebook) en wie even verder kijkt op internet ontdekt uitgesproken enthousiasme over Sapiens onder verschillende (ex) wereldleiders als Barack Obama en computergoeroe Bill Gates.
De kracht van het boek is dat het een bepaalde kijk geeft op de geschiedenis van de mensheid. Met Darwin als vertrekpunt – de evolutieleer – ontwikkelt Harari een theorie volgens welke de mensheid vanuit Afrika en het Midden-Oosten tot de tegenwoordige  Homo Sapiens is opgeklommen. Maar het boek eindigt in mineur: “Wij zijn machtiger dan ooit, maar hebben geen idee wat we met de macht aan moeten.”[1]

Inmiddels verschenen nog twee boeken van Harari: Homo Deus en Eenentwintig lessen voor de eenentwintigste eeuw.

In ‘Homo Deus’ speculeert Harari over de toekomst van de homo sapiens. Hij ziet in de verre tijd een mens ontstaan wiens kenmerk is dat hij onsterfelijk is omdat hij zichzelf – zijn organisme, zijn denkkracht, zijn fysieke kracht – met behulp van computertechnologie steeds weet te vernieuwen.  Een voorspelling is het niet maar meer een logische doorredenering vanuit de huidige menselijke status. De wetenschap wil het organisme en dus de mens ontleden tot er alles over bekend is, inclusief hoe eeuwig voortbestaan mogelijk is. Dat kan alleen met supercomputers die supermensen kunnen creëren.  Robotisering maakt vervolgens de mens totaal overbodig. Er ontstaan twee groepen individuen: de happy few die met  algoritmen via de sociale media de menselijke samenlevingen beheerst. En de homo sapiens die voort leeft met de aloude – door Silicon Valley verfoeide onware – verhalen waaruit hij zijn inspiratie voor het leven haalt.
Harari beweert nu dat deze tweedeling ervoor zorgt dat ‘de algoritmes’ (Facebook, What’s App, Google, Twitter ) zullen doordringen tot diep in het privéleven van de homo sapiens. De homo sapiens zal geen vrije wil meer kunnen gebruiken omdat hem alleen zwaar gefilterde informatie bereikt en zijn inzicht – en de daarop gebaseerde keuzeopties – wordt aangestuurd door een digitale macht van buiten. De dataïsten  sturen hem volledig en veroveren zo de wereld. Het is duidelijk dat van een liberale democratie geen sprake meer kan zijn. Het humanisme wil immers dat iedereen gelijk is en dat verdraagt zich niet met een dataïsme waarin de macht bij de supermensen geconcentreerd is.  

In “Eenentwintig lessen voor de eenentwintigste eeuw’ filosofeert Harari over de huidige tijd en wat we kunnen doen aan dat beklemmende vooruitzicht: een transhumane samenleving vol cyborgen die beheerst wordt door de dataïsten. Hoe kunnen we die ontwikkeling blijven controleren? Daarvoor geeft Harari enkele mogelijke oplossingsrichtingen. Hij snoept daarbij van twee walletjes. Enerzijds heeft de wetenschap de macht over de wereld als de eigenaar van kennis. Maar deze epistemologische voorrangspositie moet wel door een ontologisch gefundeerde menswereld geaccepteerd worden, en dat kan alleen maar als beide samenwerken. Harari is een sterk anti-religieuze auteur die niets moet hebben van een geloof in God. Toch erkent hij de macht van de grote verhalen. Hij moet wel, want ook zijn eigen
verhaal is doorspekt van een geloof in de bindende kracht van de Boeddhistische leer. Hij is een fervent aanhanger van de VIPASSANA meditatie[2] en vandaaruit heeft hij kritiek op de wereld die op weg is zichzelf te vernietigen.



2  POSTMODERNITEIT

Ik wil in deze bijdrage tien gedachtenoefeningen uitvoeren gericht op Harari’s inzicht in hoe de mensheid zich zal ontwikkelen. Is de toekomst van de mens inderdaad die van een selfmade god die eeuwig leeft? Wordt iedereen dan een god of is er verschil? Heeft de eenvoudige homo sapiens wel of geen kans meer op een gelukkig leven omdat zijn leven niet langer door een deterministische maar doelgerichte technologie wordt bestuurd? Is het evolutieproces, dat kan leiden tot de zelfvernietiging, te stoppen of bij te sturen? Ook Harari weet geen antwoord op dat soort vragen, hij schetst slechts mogelijke ontwikkelingen. Niettemin past het in een cultuurwetenschappelijke beschouwing wel in te gaan op de beweringen van een transhumanist als Harari.

Harari’s onderwerp is er een van deze tijd. Op mijn blog heb ik eerder bericht over een discussie over een opkomend posthumanisme, die onder leiding stond van Professor Braidotti. Mevrouw Braidotti roept op om binnen de geesteswetenschappen het begrip ‘mens’ opnieuw te definiëren.
Uit mijn blogartikel heb ik enkele gedachten over postmoderniteit geselecteerd (juli 2016). Ik geef ze nogmaals weer, met hier en daar een verbetering van de tekst.

Hoe ziet een Post-humane wereld er uit?
Kort samengevat zou ik onder een post-humane wereld willen begrijpen een samenleving waarin  de  mens en machines volledig afhankelijk van elkaar zijn. Machines en mensen werken noodzakelijk samen om de controle op de verschijnselen te krijgen en te houden. De mens is daarbij niet langer de dominante factor in het bestaan van de wereld.
Vandaag, 16 maart 2016 wordt een proef uitgevoerd met een reeks zelfrijdende auto’s  op een drukke verkeersweg ergens in Nederland.  Er is per auto nog een chauffeur aanwezig voor als het mis gaat,  maar  de vooruitgang in de robotisering van menselijk handelen is – dat blijkt daar uit – onmiskenbaar.  En het laat zich indenken dat machinale zelf-sturing ook gaat gelden op alle plaatsen waar nu nog handvaardigheden zijn vereist.  Machines zijn goedkoper  per capita en kunnen  veel complexere taken routinematig en foutloos uitvoeren. 
Wetenschappers als prof. dr. Rosi Braidotti  bestuderen de consequenties hiervan voor de plaats van de mens in een ver doorgevoerde gerobotiseerde wereld en de rol van de geesteswetenschappen daarin. Elders op mijn blog heb ik een lezing van haar over dit onderwerp samengevat.
Aanvullend daarop is nog  te melden dat zij het niet eens is met de filosoof Martha Nussbaum. Die oriënteert zich op de oude Grieken – Aristoteles, de stoïcijnen – en houdt  voor ogen dat het goede en het kwade in de mens zelf zit.[3][1] Dat leidt vanzelf tot vrijheidsdenken, moreel verantwoordelijk zijn en het streven naar geluk. Een antropocentrische theorie dus. En prof. Braidotti vindt dat niet van deze tijd. In onze tijd is de antropocentrische benadering van de wereld niet langer geldig. Zelfs in de geesteswetenschappen is dit beeld versnipperd geraakt. Waar eerder de mens als een autonoom wezen met een rationele individualiteit  het uitgangspunt was, wordt nu meer de ongelijksoortigheid en de veelzijdige gelaagdheid van de levende wezens bestudeerd. Deze post-antropocentrische aandacht voor ‘zoe’,[4][2] waarin niet alleen de mens maar alle leven – dieren, planten – centraal staat, leidt ertoe dat een ethisch subject met de gehele levende natuur zou moeten worden verbonden.

 Kan een kat of een hond nu ook de maat der dingen zijn? In een bepaald opzicht wel. De discussie in Nederland over het onverdoofd slachten van dieren wordt gevoerd tegen de achtergrond van de toekenning van rechten aan dieren. Aan de andere kant van het spectrum geldt dat bijvoorbeeld voor de wereldconsumptie niets meer veilig is. Alles kan voorwerp van handel zijn, mens, dier en plant.

Braidotti signaleert dat Habermas, Fukuyama, Derrida en Sloterdijk grote zorgen hebben over deze ontwikkeling.
 Het lijkt mij ook dat het niet is tegen te gaan dat de mens, dier (varkenshartkleppen in de mens) en de techniek verstrengeld raken en samengaan in de cyborg. Vooral in de literatuur en film wordt vooruitgegrepen op toekomstige mogelijkheden en de opkomst van de machinemens.
Maar de eerste generatie cyborgen is gemakkelijk in de samenleving op te sporen. Tenminste als we de combinatie mens-werktuig als criterium nemen – bril, gehoorapparaat, titanium gewrichten, pacemaker, kunstnier, borstimplantaten, tandprothese – en ons realiseren dat  deze ontwikkeling doorgaat.  Een mens met machineonderdelen zoals een hart/long/hersen-  of bewegingsimplantaat is bezig  een machine met menselijke onderdelen te worden. Met kunstmatige intelligentie uit supercomputers kan de mens zich zelfs een god wanen.
Het valt niet te ontkennen dat velen de bezorgdheid van Habermas c.s.  over de ontmanteling van de mens-als-maat-der-dingen delen.  Als de cyborg de dominante sociale en culturele entiteit wordt hoe staat het dan met de moraal?  Maar het wordt nog anders als  de wetenschap (en de samenleving) zich richt op de samenhang tussen alle levende wezens en geen onderscheid meer maakt tussen klassen, mensen,  machines en dieren. Wat is dan een ethisch subject?
Die vraag is van belang voor de situatie waarin mens en machine  oorlogstuig vervaardigen. De waterstof/atoombom  is daarvan een voorbeeld. Angst voor een ongecontroleerde inzet van dergelijke vernietigingswapens doortrekt de gehele wereld. De mens, de organische mens, heeft de zaak niet meer geheel onder controle. Raketten en drones kunnen feilloos de gehele levende natuur uitschakelen. En dus ontstaan nieuwe vormen van onmenselijkheid, machtsongelijkheid en grote spanningen tussen volkeren.
Is er dan alleen maar ellende te verwachten van de ontwikkelingen,  een bredere blik op de wereld en verder reikende horizonnen? Gelukkig niet. De wetenschap heeft haar verantwoordelijkheid herkend en zet op grote schaal interdisciplinair samengestelde studiegroepen op.  Als onderwerp gaat het dan in deze post-antropocentrische wereld  niet meer alleen om de mens maar om de samenhang van de hele organische en anorganische wereld. Voorbeelden zijn ecologische omgevingsstudies en one-health-initiatives waarin medische en veterinaire groepen samenwerken vanuit de aanname dat levende wezens dezelfde ziekten hebben. Bij de Digitale Humaniora  wordt interdisciplinair de vraag onderzocht wat de relevantie is van wetenschappelijke  teksten  voor de vorming van menselijke kennis.
In zijn algemeenheid zal het uitgangspunt van de geesteswetenschappen – het begrip  ‘mens’ – opnieuw moeten gedefinieerd.
Volgens prof. Braidotti zal bevestiging en belofte en geen nostalgie het nieuwe  leidende beginsel moeten zijn op elk academisch onderzoeksterrein. Letterlijk vindt zij dat niet de idealisering van het filosofische discours, maar de pragmatische aanpak van paradigmatische  zelfsturing en experimenten daarin voorop moet staan. 

De post-humane wereld is dus mede door de techniek een realiteit geworden. Wie vasthoudt aan het klassieke superieure mensbeeld zal vervreemden van de moderniteit die nu postmoderniteit is geworden. De verklaringsschema's gaan daarin  terug op de theorieën van filosofen als Jean Baudrillard. Ik volg diens gedachten in navolging van Wouter van Gils, die een boek over Baudrillard geschreven heeft.

4 Jean Baudrillard en het postmodernisme

Wat Baudrillard zag gebeuren in de postmoderne samenleving is, dat de media en de vermaakindustrie een hyperrealiteit creëren. Een goed voorbeeld is de ontwikkeling van pretparken als Disney World. Mensen stromen massaal toe om deze fantasiewereld te beleven en gaan vervolgens proberen te lijken op die wereld door die thuis te imiteren bijvoorbeeld in de kinderkamer. Kort geleden zat ik te wachten op mijn kleinkinderen in de tuin van het Rijksmuseum in Amsterdam bij de Teekenschool. In die tuin staat een groot gipsen beeld van de stripfiguur NIJNTJE. Voortdurend kwamen mensen langs om dat beeld van het fantasiefiguurtje te fotograferen. Daarmee toonden zij aan, betekenis te willen toekennen aan iets dat eigenlijk niet bestaat in de echte wereld.( Volgens de neo-realist Markus Gabriel echter bestaat Nijntje echt omdat zij als echt wordt gezien).
Dus al de nieuwsberichten en de reclameboodschappen die over de mensen worden uitgestort scheppen een illusoire wereld omdat de mooi verpakte boodschappen onecht zijn. We nemen niet de realiteit waar maar de hyper realiteit. De wereld is een schijnvertoning, een simulacrum.
Zijn theorie is nogal verschillend van de gangbare theorieën over de betekenisproductie. Bijvoorbeeld De Saussure onderscheidde iets van iets anders door het te benoemen als betekende en betekenaar. Een betekenaar is de talige lettercombinatie van een begrip, het woord, en het betekende is datgene wat wij als betekenis daaraan toekennen. En die betekenis kan wisselen in het gebruik van de woorden in ontelbaar verschillende verbanden. Taal drukt zo de werkelijkheid uit en differentie is de basis van alle spreken. 
Voor Baudrillard zijn die differenties er allemaal niet. Want, vindt hij, als het subject met een teken moet worden moet gedefinieerd als wat het niet is - maar tekens hebben geen inhoud van zichzelf - dan is alles slechts pure vorm en een afgesproken code. Met andere woorden, elk object is een mythe dat slechts door het verlangende subject is geconstrueerd en is dus een product van de sociale logica. En daardoor heeft een subject geen identiteit of authenticiteit. Dit is een noodzakelijk gevolg van een systeem met betekenisloze tekens. Er is alleen leegte.
Die leegte is waarneembaar als mensen de werkelijkheid als correct en actueel beoordelen terwijl die eigenlijk door de media naar eigen inzicht gemaakt is. “

De boeken van Harari vertellen in andere woorden en via  boeiende uiteenzettingen hetzelfde. Er is een besef dat iets de mensheid gaat overheersen maar we weten niet goed wat daaraan te doen (Fig.1).



Fig 1 Carel Willink, Straat met Standbeeld, 1934, olieverf op canvas, 100 x 75 cm Museum More Ruurlo 
(Foto Ada Markusse 20 september 2018).
3  TIEN STELLINGEN

Hier volgen tien stellingen waarin ik wil nagaan, Harari’s boeken lezend, hoe de werkelijkheid zich aan mij voordoet. De uitwerking heeft geen pretentie buiten dit kader om  en is volstrekt persoonlijk. Maar persoonlijk is het verhaal van Harari ook. In het programma Buitenhof van 26 augustus[5] 2018 bleek dat de deskundigen (wetenschappers, kunstenaars) op een eigen wijze naar de projecties van Harari kijken en die interpreteren. Er was in dat programma wel consensus over de noodzaak om de voortstormende technologische ontwikkelingen in goede wetgeving te vangen, zodat de commerciële markten niet met de homo sapiens aan de haal gaat. Is er dan toch nog toekomst voor de homo sapiens?
Mijn stellingen zijn:

1. De beschouwingen van Harari zijn vooringenomen en speculatief, er is geen reden tot paniek;
2. De macht van de dataïsten met hun algoritmes wordt zwaar overdreven;
3. De vooruitgang in de technologische wetenschap is niet tegen te houden, wel te richten;
4. De mens streeft naar zingeving; als hij door voortgaande robotisering als soort totaal overbodig wordt helpt zijn vrije geest en creatieve vermogen hem een compenserende invulling te vinden en zijn eigenwaarde te houden;
5. Nepnieuws (korte termijn) is een schadelijk bijproduct van algoritmische processen;
6. Nepnieuws (lange termijn) is onmisbaar voor het voortbestaan van de transhumane soort;
7. De creatieve inval van een kunstenaar is te vergelijken met de random functie in artificial intelligence;
8. De supermens is een zedelijk wezen dat  een altruïstische utilitaire ethiek nastreeft: het meeste geluk garanderen voor de meeste mensen;
9. De liberale democratie zal verdwijnen omdat haar vrijheid en gelijkheid strijdig is met de machtsstructuren in de nieuwe ideologie gebaseerd op artificial intelligence;
10. Er zal in een samenleving altijd ruimte blijven voor de Grote Verhalen – liberalisme, socialisme, communisme, christendom, islam, hindoe, boeddha – omdat zij de mens behoeden voor betekenisloosheid.
  

De uitwerking van deze stellingen reserveer ik voor een volgende keer.

Middelburg, 22 september 2018


[1] Yuval Noah Harari,  A brief history of mankind – Kizur Toldot Ha-Enoshut (Sapiens, een kleine geschiedenis van de mensheid), (21e druk Amsterdam 2015) 446.
[2] Vipassanameditatie is een boeddhistisch ritueel om enerzijds de concentratie te verscherpen en anderzijds de veranderingen van die concentratie door inzicht te vergroten. Het is een methode om zich te richten vergankelijkheid, onbevredigend leven dat in essentie geen doel heeft.


maandag 31 oktober 2016

KUIFJE BESTAAT! (NIET), HET NIEUW-REALISME WEET RAAD

Bijna een eeuw was het MODERNISME de richting gevende stroming in onze cultuur. Tegen het eind van de 20e eeuw brak het filosofisch inzicht door dat de oude waarden niet langer konden gelden. De feiten werden gedeconstrueerd en er kwam een ongebreideld relativisme op. Iedereen zijn eigen werkelijkheid. Maar......



KUIFJE BESTAAT! (NIET), HET NIEUW-REALISME WEET RAAD

Leen Moelker
Onvrede over de gevolgen van postmodern denken –teveel relativiteit – is er mede de oorzaak van dat in de continentale filosofie gezocht wordt naar een ander soort vraagstellingen. Tegenover de aanname van een postmoderne volledige twijfel aan alles, wordt de concrete werkelijkheid van een Nieuw-Realisme geplaatst. Dat blijkt uit de media en uit publicaties op het Internet. Omdat dit Nieuw-Realisme betrekkelijk recent is opgekomen, wil ik hier een verkenning uitvoeren naar wat er precies aan de hand is.
1  Inleiding
De Duitse filosoof Martin Seel zag het voor zich: Maurizio Ferraris  en Markus Gabriel zitten in de zomer van 2011 om half twee aan de lunch in de woonplaats van Ferraris, Turijn. Beiden filosoof van beroep, krijgen daar een inval:  het Nieuw-Realisme is het antwoord op alle postmoderne en constructivistische rambam in de filosofie. En daarmee begonnen zij de structuur van de tijd waarin we leven te verklaren. En hoewel zij elk een eigen richting kozen, openden Ferraris en Gabriel gezamenlijk de aanval op het constructivisme en proberen zij het relativisme van de tijdgeest, de genadeslag  te geven.[1] Waarom eigenlijk?  En waarom Nieuw-Realisme? Om die vragen te kunnen beantwoorden wil ik eerst de belangrijkste begrippenkaders specificeren en vervolgens ingaan op de nieuwe filosofie. Zet u schrap.
2  Realisme, een onoplosbaar probleem
2.1 Soorten Realisme
Wat met realisme wordt bedoeld is al onderwerp van discussie sinds de Middeleeuwen en vroeger. Dat komt omdat men – nog steeds – twist over de vraag of er een mens-onafhankelijke werkelijkheid bestaat of niet.  Het gaat daarbij niet om de kwestie wat ‘werkelijkheid’ precies is maar wel of die echt bestaat buiten het menselijk bewustzijn om.  We beginnen daarom met een korte oriëntatie langs de varianten van realisme om het Nieuw-Realisme beter te kunnen plaatsen.
·       EXTREEM REALISME              8E eeuw, alles wat we kunnen denken bestaat. Alle                                                     dingen zijn modificaties van een algemeen begrip;
·       NAïEF REALISME                    Wetenschappelijke uitspraken corresponderen direct of                                                     letterlijk  met de stand van zaken in de werkelijkheid;
·       CONVERGENT REALISME    Voortschrijden van de wetenschap brengt ons steeds                                                    dichter bij de waarheid of werkelijkheid; [2]
·       REFERENTIEEL REALISME    De beste theorieën benaderen het beste de                                                        werkelijkheid. De door de natuurwetenschap                                                      gepostuleerde entiteiten (iets wat bestaat) bestaan                                                werkelijk (Voorbeeld: moleculen, genen bestaan                                                onafhankelijk van de menselijke kennis en of ze in de                                                praktijk direct waarneembaar zijn); [3]
·       INSTRUMENTEEL REALISME  Instrumenten zijn de belichaming van de wetenschap.                                                Natuurwetenschap en techniek zijn innerlijk verbonden.                                                Techniek is de basis van de natuurwetenschap. [4]
Vanuit deze richtingen binnen het wetenschappelijk realisme zijn weer andere denkrichtingen afgesplitst. Hiervan wil ik enkele voorbeelden geven.
INTERN REALISME (Hilary Putnam)  Dat is een tegenhanger van het Referentieel Realisme. We zijn gerechtigd te geloven dat wetenschappelijke theorieën waar zijn, maar dan zonder de correspondentie met de externe werkelijkheid aan te nemen. We kunnen elektronen niet zien maar in de praktijk kunnen we wel werken met het begrip: Putnams pragmatische theorie van de waarheid;
STRUCTUUR REALISME (John Worrall)   Entiteiten hebben een causale structuur en die kan de wetenschap ontdekken en zeker stellen.
REALISME IN DE KUNST Dit is geen filosofische richting maar een periodiek optredende behoefte de zichtbare werkelijkheid af te beelden. Dat was in de 19e eeuw het geval als reactie op de Romantiek (onder andere  door de schilder Courbet). Dit wordt ook wel het sociaal realisme genoemd dat we in die tijd aantroffen in verschillende Europese landen. Verder was in de periode 1930-1940 het socialistisch realisme in zwang in de Sovjet Unie. Door middel van schilderijen werd door de staat propaganda gemaakt voor het goede leven. In Amerika was in dezelfde periode het sociale realisme een factor van belang in de beeldende kunst. Levine, Marsh, Wood reageerden op de crisistijd door  het gewone leven te verheerlijken.  Rond 1975 manifesteerde zich het Magisch Realisme (schrijver Hubert Lampoo o.a) waarin kunstenaars verbinding met een hogere werkelijkheid zoeken en droombeelden oproepen.
2.2 Kritiek op het Realisme
Het debat over het Realisme is altijd gekenmerkt door gebrek aan bewijs. Zowel voorstanders als tegenstanders steunen uiteindelijk op vooronderstellingen. Dat maakt een objectief oordeel onmogelijk. Bovendien evolueert de wetenschap en zullen argumenten in de tijd verschuiven op grond van nieuwe meer betrouwbare theorieën.
a. Het middeleeuwse debat
De Extreem-Realisten (alle algemene begrippen bestaan ook echt) werden bestreden door de Nominalisten. Die zeiden dat niet alles wat je kunt bedenken ook werkelijk bestaat. Vooral Petrus Abaelardus, Avicenna en Thomas van Aquino formuleerden de algemene begrippen als bestaande in de geest van God, als de concrete dingen om ons heen en als abstracte begrippen ontstaan door het redeneerproces.
b. Het Realisme- Idealisme debat
In de achttiende eeuw kwam opnieuw een discussie op naar aanleiding van het empirisme-rationalisme debat. Descartes had midden zeventiende eeuw het onderscheid gemaakt tussen subject en object (de mens en het ding, lichaam en geest enzovoorts). Volgens hem werd de mens geboren met aangeboren ideeën. Dit rationalisme kwam ter discussie te staan onder invloed van de Verlichting en het empirisme. Locke bestreed de theorie van de aangeboren begrippen en stelde daar de mens als een tabula rasa tegenover.  Bij de geboorte is de mens een onbeschreven blad en door ervaring (empirie) vult hij zijn kennis successievelijk aan. Deze tegenstelling bestaat nog steeds. Maar eind achttiende eeuw waren het de Duitse filosofen Fichte, Schelling en Hegel en natuurlijk Kant die het idealisme als tegenhanger van het oude Realisme opvoerden. 
b1 Idealisme is een filosofische stroming met als uitgangspunt dat alles in de wereld tot een geestelijk beginsel (principe) is te herleiden. Dit principe omvat dus de geest, de rede, de idee. Het is een filosofische vrijheidsbeweging waarin aan het vrije subject alle ruimte wordt toegemeten.
De belangrijkste varianten zijn het Metafysische Idealisme (Plato) -  wat is de aard van alles wat bestaat – en in het Kennistheoretische Idealisme– correspondeert onze kennis met iets dat buiten ons is – (Descartes). Immanuel Kant heeft benadrukt dat de wereld geen schijnwereld is, zoals Plato beweert. Wij mensen kennen niet ‘de’ wereld maar de wereld zoals die aan ons verschijnt. Hij verzoende zo bepaalde uitgangspunten van het empirisme met het rationalisme.
In Duitsland werd actief mee gefilosofeerd in die tijd. Daarom spreken we van een Duits Idealisme. Hiervan zijn drie voorbeelden te geven.
Johann Gottlieb Fichte (1762-1814) Bedacht het Subjectief Idealisme:  Het ´ik´ of het vrije subject als kennend wezen bepaalt het object (de dingen, de buitenwereld) en de werkelijkheid. De natuur is een constructie van het bewustzijn.
Friedrich Schelling (1775-1854) Bedacht het Objectief Idealisme: Het bewustzijn heeft het vermogen de natuur voor te stellen. De geest en de natuur zijn in de diepste grond als één te beschouwen. Het bewustzijn houdt alles in evenwicht. Het Kwaad is een positieve kracht die de mens uitdaagt  een persoonlijke vrijheid na te streven.
Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831) Probeerde de wetenschap, de godsdienst en de filosofie in één groot concept te verenigen. Wilde de mens de werkelijkheid leren kennen, dan moet hij ook zichzelf kennen. In een dialectisch proces van kennisopbouw over zichzelf en de wereld komt de mens tot een absoluut weten, dat is tot de Geest. Dit proces gaat van  these tegenover antithese naar een synthese en steeds weer opnieuw…..  Hegel gaat in zijn geschiedfilosofie uit van het bestaan van een WELTGEIST. Dit is de geest die de ontwikkeling van de mensheid stuurt. De historische gebeurtenissen hebben een innerlijke wetmatigheid waaraan iedereen bewust of onbewust gehoorzaamt. Maar eigenlijk is dit de geest van alle mensen samen. Zo ziet Hegel ook de staat, niet als een macht boven het individu, maar als het totaal van alle menselijke relaties.
Na de dood van Hegel volgde een grote schare hegelianen, de een rechts-denkend, de ander links gericht. Van de linkervleugel zijn Feuerbach en D. F. Straus te noemen en de bekendste van allen, Karl Marx. Vooral bij Marx sloeg de filosofie van het eindeloze  verheffingsproces aan. De mens wil erkenning. In een ontwikkelingsproces waarin hij samen met zijn medeburgers op een steeds hoger plan komt, bereikt hij zelfkennis en erkenning. In het bekende HEER-KNECHT verhaal[5] worden de rollen uiteindelijk omgedraaid.
Het idealisme gaat dus voorbij aan het realisme omdat het verklaringen van de wereld zoekt in de geest, de idee of de voorstelling, en niet in de toetsing aan een van de geest onafhankelijk bestaande werkelijkheid.
Het Realisme-Relativisme debat
Deze controverse betreft de vraag of wetenschappelijke theorieën een juiste beschrijving geven van een mens-onafhankelijke werkelijkheid. Of zijn het slechts sociale constructies die voortkomen uit de wetenschappelijke uitvoeringspraktijk?  Hieruit ontspruit de vraag naar ware kennis. Is dat kennis die een getrouw beeld geeft van de mens-onafhankelijke werkelijkheid (wat het Realisme voorstaat). Of is dat kennis die afhangt van tijd en ruimte en de wetenschappelijke praktijk (het relativistische standpunt)?
We hebben hierboven gezien dat binnen het Realisme verschillende benaderingswijzen worden gebruikt – onder andere convergente, referentiële of naïeve – om over de realiteit ware uitspraken te kunnen doen.  Maar ook de anti-realisten als de idealisten en de pragmatisten hebben zo hun stellingen betrokken. 
De realisten beweren verder dat, als de controversen tussen wetenschappelijke standpunten gesloten zijn, dat dan ware kennis ontstaat. Daarbij heeft de natuur een beslissende stem. Deze feiten zijn dus kunstmatig; zijn ze dan wel waar? De relativisten daarentegen  stellen dat feiten nooit natuurlijk zijn en dat ware uitspraken tijdelijk zijn. Immers, feiten zijn sociale constructies die context gebonden zijn. Feiten zijn het resultaat van onderhandelingen tussen wetenschappers.
Het ‘Empirical Program of Relativism’ (EPOR) met H.M. Collins als woordvoerder, heeft vanaf 1982 een model opgesteld en uitgewerkt voor de sociaal constructieve productie van een feit.[6]
Bruno Latour  (1947) verzoent deze uitersten door aan te nemen dat, zolang men werkt aan  een theorie, de controverse alle kanten op kan en hij noemt dat relativistisch ‘wetenschap in wording.’  Zijn de controversen gesloten en blijkt de theorie te houden, dan is er afgeronde wetenschap zoals de realisten het noemen.
Maar het vervolg van de discussie diende zich aan in de jaren tachtig van de twintigste eeuw, toen het postmoderne denken radicale twijfel aan alle grote verhalen, ideologieën, universele waarden en de mogelijkheid van ware kennis propageerde. De verworvenheden van het modernisme, het vooruitgangsgeloof en de metafysische systemen werden ter discussie gesteld in de zogenaamde deconstructiefilosofie. Bekende namen van voorstanders zijn Derrida, Lyotard, Deleuze. Volgens sommigen twijfelen deze super-relativisten overal aan.
Conclusie
De kritiek op het wetenschappelijk Realisme is dus van alle tijden en plaatsen. Met het Realisme rivaliserende theorieën binnen het idealisme en postmodernisme negeren het bestaan van een mens-onafhankelijke werkelijkheid en leggen het accent op het bewustzijn als constituerend fenomeen van de werkelijkheid, of ze propageren een radicale twijfel aan een eenduidig geloof in kennis en waarheid. Deze opvattingen horen thuis in het relativistische kamp. Daar treffen we ook de constructivisten aan, die de waarheidsclaims van wetenschappelijke kennis neerleggen bij relevante sociale groepen.
3  Het Nieuw-Realisme
Tien jaar geleden bezocht ik de stad Rome. Op enig moment stonden wij in een Stanza van het Vaticaan voor het fresco van Rafael  De school van Athene (Fig.1). Aristoteles wijst erop naar de aarde, Plato naar omhoog. Of, de één promoot het realisme en de ander het idealisme. Het is evident dat de discussie over deze twee begrippen nog steeds onverminderd door gaat. In het klassieke constructivisme en het idealisme hanteert men het begrip ‘werkelijkheid’ als iets dat slechts middellijk bereikbaar is. Ferraris en Gabriel brengen hiertegen hun filosofie van het Nieuw-Realisme in stelling: alles bestaat, behalve de wereld.



Fig.1 Rafaello, De School van Athene, 1508, verf en pleister, 500 x 7700 cm Stanza di Rafaello, Vaticaan, Rome.
3.1 Maurizio Ferraris
Maurizio Ferraris (1956) is hoogleraar Filosofie aan Universiteit van Turijn. Hij schreef in 2012 het Manifest van het Nieuw-Realisme waarin hij een lans breekt voor een andere kijk op de werkelijkheid. Het voert te ver om hier de gehele ontwikkeling in Ferraris’ ideeën te schetsen, en ik wil dus volstaan met een samenvatting van zijn gedachten zoals hij die in een web-college (2011) heeft uitgesproken.[7] Bovendien is hij kortgeleden door de Volkskrant geïnterviewd en ook uit die bron zal ik de hoofdpunten weergeven.[8] Het hierboven aangehaalde artikel van Martin Seel is eigenlijk een geschreven kritiek op het Nieuw-Realisme en mag daarom in mijn commentaar hier niet ontbreken.
In de voordracht van Ferraris legt hij allereerst uit wat het probleem is met het Postmodernisme en het Constructivisme. Hij verwijst naar de filosoof Rorty die het idee van ´objectiviteit´ in de wetenschap afwijst (1979)[9],  en het vervangt door de stelling dat kennis een relatie tussen uitspraken is. De rechtvaardiging van kennis hangt  van de sociale praktijk af.    
 De klassieke epistemologie zoekt altijd naar een neutraal kader  of  ‘objectiviteit’ om uitspraken te kunnen rechtvaardigen.  Het postmodernisme gaat ook gebukt onder de  aanname dat al onze begrippen dubbelzinnig kunnen worden gebruikt en dus ironisch van karakter zijn. Wij zijn aan het eind van onze vocabulaire, beweert een postmoderne filosoof.  Ferraris noemt ten slotte de ´revolutie van het verlangen’ als postmodern uitgangspunt, dat uitgewerkt neerkomt op een verlangen naar politieke emancipatie. Omdat de werkelijkheid in hun ogen een sociale constructie is en geen objectief gegeven meer, moeten de begrippen gedeconstrueerd worden tot de ware aard boven komt. Een ongebreideld relativisme was het gevolg.  Maar daarmee groeven de postmoderne denkers de bodem onder de waarheid en de rede vandaan. Want kennis en vooruitgang moet gewantrouwd worden omdat ze de macht vertegenwoordigen.
Vooral dat laatste is problematisch omdat het in de praktijk tot Populisme heeft geleid. De rechtse Italiaanse premier Berlusconi lapte alle klassieke formules over waarheid en realiteit aan zijn laars. Hij greep de macht en hield zich met emancipatie niet bezig. Als niemand meer weet wat de waarheid is vertelt hij het wel!!!
Ferraris vervolgt zijn college met een analyse van het Constructivisme. Hij citeert Nietzsche`s   constructivistische slogan:    ” Er zijn geen feiten, er zijn alleen interpretaties.” Ook Immanuel Kant komt aan de orde als Ferraris citeert: “ Intuïties zonder concepten zijn blind.”
Het eerste citaat wijst Ferraris af terwijl hij een voorbeeld geeft van historische gebeurtenissen die onmogelijk alleen kunnen berusten op interpretaties. Sommige dingen zijn gewoon een feit.
Het tweede citaat is ook problematisch omdat onze voorstelling soms toch gebaseerd is op een concept. Daarom maakt Ferraris een onderscheid tussen Epistemologie (kennisleer) en Ontologie (leer van het zijn, bestaan) en hij zegt dat de Ontologie boven Epistemologie gaat en boven het postmodernisme en het constructivisme staat. Hun kenmerken ziet hij als volgt.
Epistemologie (kennisleer)
Ontologie ( zijnsleer)
HO  (wij kennen de symbolen)
Water (wij kennen het bestaan)
Is taalgericht
Is NIET taalgericht
Is weloverwogen en doordacht
Is dat NIET
Is historisch
Is dat NIET
Is vrij van karakter
Is dat NIET
Is doelgericht
Is dat Niet
Is altijd te verbeteren
Is niet te verbeteren (UNAMENDABLENESS)
Vervolgens neemt hij waar dat er twee soorten objecten zijn en hij voegt daar kenmerken aan toe volgens bijgaande tabel.
NATUURLIJKE OBJECTEN
SOCIALE OBJECTEN
Bestaan in Tijd en Ruimte
Bestaan in Tijd en Ruimte
Bestaan Mens-Onafhankelijk
Bestaan alleen van mensen afhankelijk

Epistemologisch van aard (secundaire kennis) en zijn reconstructief
Epistemologische van aard (primaire kennis) en zijn constituerend



Uit deze tabellen wordt duidelijk dat Ferraris de werkelijkheid definieert of ontleedt in een epistemologische en een ontologische kern. Van daaruit redenerend onderscheidt hij een natuurlijke en een sociale  component. Daardoor wordt het mogelijk nauwkeuriger aan te geven wanneer er sprake kan zijn van de waarheid en de feiten. 
De belangrijkste conclusie is dat Ferraris in zijn ideeën de voorkeur geeft aan de Ontologie als drager voor een Nieuw-Realisme.  Hij vraagt zich nu af of het wel altijd waar is dat intuïties zonder concepten blind zijn. De professor komt dan tot de slotsom:  
·       Natuurlijke objecten vormen de ware wetenschap en zijn onafhankelijk van een kentheorie;
·       Ervaring is onafhankelijk van kennis;
·       Wetenschap is geen magie;
·       Sociale objecten zijn afhankelijk van de kennisleer hoewel zij daarbij niet subjectief zijn;
·       `Intuïties zonder concept zijn blind` geldt alleen voor sociale objecten;
·       Constructivisme is wetgevend binnen haar eigen grenzen.
Het is niet moeilijk hieruit af te leiden dat met de natuurlijke objecten alle verschijnselen in de wereld worden bedoeld, en dat Ferraris dientengevolge uitkomt bij het Realisme.  En hierboven hebben we vastgesteld dat die corresponderen met een mens-onafhankelijke werkelijkheid.     
In de Volkskrant licht Ferraris toe dat hij in de jaren negentig is overgeschakeld van het postmodernisme naar het realisme. Hij had er geen vrede mee dat feiten niet meer bestonden en alle begrippen sociale constructies zijn.[10] Hij had behoefte aan een referentie aan de werkelijke niet-geconstrueerde wereld. In een democratisch en emancipatorisch proces dat alleen steunt op consensus, worden waarheid en de wereld van de feiten node gemist.
Conclusie
Maurizio Ferraris keert terug naar het wetenschappelijk realisme. Wel heeft hij begrip voor de sociale constructie van feiten, maar alleen, als daarmee onomstotelijk de objectiviteit van de verschijnselen wordt erkend. Voor zover mij dat uit zijn web college blijkt, ziet hij zijn postmoderne kompanen de verkeerde weg kiezen,  omdat zij ervan uitgaan dat er alleen maar interpretaties zijn en geen feiten. Hij vindt dat een natuurlijk object wel onderdeel is van de werkelijkheid zoals die zich aan ons voordoet. En dat uitgangspunt zien we ook bij andere ‘realisten’ als Hilary Putnam die een soortgelijke positie innemen.[11]

3.2 Markus Gabriel
Markus Gabriel (1980) is filosoof en hoogleraar aan de Universiteit Bonn. In 2013 publiceerde hij een boek dat de aanleiding was en is voor veel rumoer: Warum es die Welt nicht gibt. In samenwerking met de hegeliaan Slavoj Žižek schreef hij eerder al een boek over  mythologie, waanzin en geschater (2009).
De kern van zijn huidige denkrichting is gebaseerd op de aanname dat alles bestaat, behalve de wereld als geheel. Op het Internet zijn inmiddels enkele colleges van hem verschenen,  met uitleg over zijn filosofie. Ik gebruik het volgende voorbeeld om in het kort zijn theorie te duiden.[12]
Gabriel stipuleert dat hij twee filosofische concepten afwijst namelijk het Postmodernisme en het Constructivisme. Dat betekent dat hij zich een vijand noemt van het Relativisme omdat hij niets wil weten van een brei aan interpretaties. Integendeel, de verschijnselen in de wereld dringen zich aan ons op. De wereld van de dingen spreekt elke minuut tot ons omdat we steeds onze concepten van de werkelijkheid gebruiken om betekenis aan de dingen te geven. Wij hebben voor de fysieke, morele en abstracte dingen een naam en werken daarmee.
Gabriel wijst de ideeën van de postmoderne filosoof  Richard Rorty op dit punt af omdat die juist het tegendeel beweert: “The world cannot speak, only we do.” De werkelijkheid is in de taal, zegt Rorty, en wij mensen spelen voortdurend allerlei taalspelen. Kennis is dan ook niets anders dan een relatie tussen uitspraken (taaldaden) aldus  Rorty.[13]
Het postmodernisme gaat volgens Gabriel nog steeds uit van het model als intermediair tussen mens en werkelijkheid. Maar het gebruik van het model is een constructivistisch idee en problematisch. Immers, het constructivisme gaat van het intermediaire model uit, maar om een model te construeren moet je daar een model van hebben. Maar dat vereist weer een model van een model van een model enzovoorts. Het postmodernisme accepteert deze onvolkomenheid in denken als een gegeven, als een manier om de werkelijkheid te benaderen, dus maakt het dezelfde fout als het constructivisme.
Iedereen, zegt Gabriel, ziet de verschijnselen als fysieke objecten, als iets dat bestaat. Maar het woord ’bestaat’ is arbitrair omdat niet altijd duidelijk is wat er bedoeld wordt. Neem het begrip “de stad bestaat”.  Bedoelen we dan de huizen, de straten, de stenen, de waterpartijen of het abstracte begrip ‘de stad’ als een magische plek waar we ons wel of niet thuis voelen. Of neem Mickey Mouse. Bestaat Mickey Mouse?  Het oude realisme zal beweren van niet omdat deze stripheld geen fysieke entiteit in de natuur is.
Gabriels benadering van de werkelijkheid is samengevat in de stelling: “Alles bestaat, behalve de wereld.” Om dat filosofisch goed in te kaderen voert hij een nieuwe variant op in de ontologie (leer van het bestaan): de ZINVELDONTOLOGIE. Alles bestaat, zegt Gabriel in het bovenstaand aangegeven interview met IFiLOSOFIE, maar dat kan gebeuren in een verschillend domein. Zo past Mickey Mouse in het zinveld van de fantasiefiguren die we als een dagelijkse realiteit ervaren. De mythische eenhoorn bestaat niet in het zinveld van de fysica maar wel in dat van de sprookjes.  De optelsom van deze ontelbare hoeveelheid zinvelden is de werkelijkheid. Maar dat is niet ‘de wereld’ want voor de wereld als overkoepelend begrip is geen plaats. De zinvelden zijn op een of andere manier met elkaar verbonden en vormen de werkelijkheid.
Gabriel noemt deze denkwijze echt realistisch en heet voortaan het Nieuw-Realisme.  Voor begrippen als God, het universum, de wereld, Het Al, of welk ander koepelbegrip ook wordt gebruikt als macht buiten de menselijke werkelijkheid, komt de werkelijke werkelijkheid te staan. De mens spreekt alleen, en niet God.
4  Reacties op het Nieuw-Realisme
Het is niet moeilijk op het Internet en in de geschreven pers kritieken te vinden.  Zo onderwierp Peter Wierenga,  Maurizo Ferraris aan een kruisverhoor over de oorsprong van het populisme. Uit het verslag ervan blijkt dat Ferraris vindt,  dat de postmoderne filosofen schuld hebben aan de teloorgang van de waarheid. Maar wat waarheid is en wat de werkelijke, niet geconstrueerde wereld inhoudt, wordt niet duidelijk.
A.  Een vakbroeder van Ferraris en Gabriel, de filosoof Martin Seel, schreef een commentaar in ZEIT-ONLINE van 3 juli 2014.[14]
De titel van het artikel verraadt al direct de nodige scepsis. Nadat hij de hoofdkenmerken van de nieuwe filosofie heeft aangestipt, komt hij tot de volgende kritiek:
·       Het Nieuw-Realisme maakt weinig kans op succes omdat het losjes is gebaseerd op zeer diverse meningen van auteurs als Frege (logica), Putnam (intern  realisme), Eco (semiotiek), Searle (ordinary language ) en Hacking (instrumenteel realisme)·;
·       Het idee van het Nieuw-Realisme is niet nieuw. Peter Berger en Thomas Luckmann zijn daar al in de jaren zestig van vorige eeuw mee gekomen;
·       Maurizio Ferraris trapt in zijn Manifest allerlei open deuren in;
·       De rigide scheiding tussen epistemologie en ontologie, dus tussen de kentheorie en de leer van het bestaan, die Ferraris propageert kan niet. Immers de Zijnswijzen (Seinsweisen) van de werkelijkheid laten zich niet van de zichtbare verschijnselen (Sichtweisen) isoleren;[15]
·       Gabriel en Ferraris verschillen van mening over hoe de feiten zich in de werkelijkheid tot elkaar verhouden. Zie daar het eerste schisma in de nieuwe filosofische richting!; 
·       Gabriels Sinnsfelder hangen met elkaar samen maar hij vertelt niet hoe dat gebeurt.
·       Een winstwaarschuwing: wat hier wordt voorgesteld als een voorhoede gevecht zou later wel eens een achterhoede gevecht kunnen blijken te zijn.

B. Wim Keizer van Ifilosofie (zie noot 11) bespreekt het boek van Markus Gabriel Waarom de wereld niet bestaat. Na een bloemlezing uit de benaderingswijzen van de werkelijkheid komt hij tot het oordeel dat
·       De ‘zinveldontologie’ van Markus Gabriel  een perfecte spagaat is tussen mythologie en constructivisme;
·       Citaat: “Het Nieuw-Realisme van Markus Gabriel is als een bokser die de schaduw van zijn handschoen wil slaan om de werkelijkheid echt te raken.

C.  Een andere mening  is die van Dr. Emanuel Rutten (VU Amsterdam).  Hij heeft met Gabriel gedebatteerd en komt tot de volgende conclusies:

·       Dat de wereld niet bestaat is onzin. Elke deelverzameling (Gabriels zinvelden bijvoorbeeld) kan volgens de mereologie (getallenleer) wel degelijk tot zichzelf behoren.[16] Wij hebben geen reden om Gabriels onwaarschijnlijke claim dat de wereld niet bestaat te accepteren.

5  Samenvatting en Conclusies

Volgens Ferraris zijn de Waarheid en de Feiten door het postmoderne denken verloren geraakt. Omdat er alleen interpretaties zijn en geen feiten.  Dat gebeurde doordat niet een mens-onafhankelijke wereld de toetssteen voor de waarheid bleef, maar overging op de sociale constructie van feiten.
Het constructivisme schrijft voor dat wij een relatie hebben met de werkelijkheid via een concept of een model van iets.
Het Nieuw-Realisme  van Ferraris ontleedt de werkelijkheid in een kentheoretisch deel en een bestaansdeel. Onder dit laatste deel zijn de natuurlijke objecten gerangschikt en daarover kunnen we ware uitspraken doen. Hiermee is de waarheid weer teruggebracht tot zijn oorspronkelijke positie.
Het Nieuw-Realisme van Markus Gabriel  bestaat uit de stelling dat alles bestaat behalve de wereld. Alle, ook niet-fysieke fenomenen als Mickey Mouse, behoren tot een zinsveld en samen vormen zinsvelden de werkelijkheid.
De kritiek op deze nieuwe richting in de filosofie richt zich vooral op de stelling van Gabriel dat de wereld niet bestaat. Filosofen als Martin Seel menen dat het Nieuw-Realisme geen echt nieuwe gezichtspunten oplevert. Voor Emanuel Rutten ontbreekt de logica in de redenering van Gabriel omdat deelverzamelingen als zinsvelden en de wereld best onderdeel van zichzelf kunnen zijn.
Maar ook Ferraris’ idee dat kentheorie en bestaansleer gescheiden kunnen worden, en dus object en de kennis ervan onafhankelijk bestaan, is zeer problematisch.

Mijn opvatting is dat het Nieuw-Realisme een aantrekkelijke optie aanreikt voor de gespletenheid van het postmodernisme.  Gewoon aannemen dat alles bestaat doet denken aan het extreem realisme uit de Middeleeuwen, dat, hoewel sympathiek, toch niet stand hield. Maar mijn bezwaar zit hem vooral in de aanname dat de wereld niet bestaat.  Wiskundig gezien kan een deelverzameling best onderdeel van zichzelf zijn dus waarom de wereld niet?

Het lijkt erop dat Gabriel vooral wil afrekenen met de metafysica en andere koepelbegrippen die het onuitspreekbare representeren. Zijn opmerking aan het eind in het interview met Keizer – vergeet God en het universum – is  niet mis te verstaan.  Maar Kuifje bestaat wel, ook al is het in een bepaald zinveld.  Zo redenerend zou God toch wel in een bepaald zinveld kunnen passen. Maar dan niet langer als verklaringskader bruikbaar.  Er is meer.
Ik vind ook problematisch dat de zinvelden onderling niet een totaal entiteit opleveren, volgens Gabriel. Zelfs Kants idee van ‘das Ding an sich” sneuvelt bij Gabriel, wat wel weer consequent is.
Wij hebben geconstateerd dat de postmoderniteit geen feiten kent, maar alleen interpretaties. Martin Saal ziet zelfs in het Nieuw-Realisme weinig meer dan een interpretatievariant binnen het postmodernisme.
Nu speelt bij interpretaties de hermeneutiek  een rol en met name de hermeneutische cirkel waarvan de delen en het geheel eendrachtig verbonden zijn. De uiteindelijke betekenis van de interpretatie stamt immers af van een keten deelbetekenissen.  Bij Gabriel bestaat kennelijk dat einddoel niet.

Al met al ben ik ervan overtuigd geraakt dat het Nieuw-Realisme geen sterke filosofie is omdat voldoende logische argumenten ontbreken voor het samenhangend bestaan van de verschijnselen in de wereld.
Ik vind de zinveld-theorie wel aardig gevonden maar mij spreekt de veldtheorie van Paul Bourdieu meer aan als realistische benadering van de wereld.  

6. Historische inkadering van de hedendaagse filosofie[17]

Het lijkt mij goed nog kort in te gaan op de plaats die het Nieuw-Realisme in de moderne filosofie inneemt.
Tot ongeveer 1960 waren er twee stromingen in de filosofie, de Engels georiënteerde analytische filosofie die de nadruk legde op de logische analyse, en de continentale filosofie op het vaste land van Europa die vooral sociaal en cultureel gericht was. Deze laatste splitste zich daarna in  de existentiefilosofie (Sartre), het neomarxistische denken (Horkheimer en Marcuse) en het structuralisme (Lacan, Lévi Strauss). Na 1970 werd de filosofie minder overzichtelijk door de mondialisering van uitwisselingen, congressen, geschriften. Maar ook de opkomst van het poststructuralisme betekende voor de filosofie verdere fragmentatie. Dat was niet weinig het geval door de deconstructiefilosofie (Derrida) en de vermenging van filosofie met onderzoek in de niet-filosofische domeinen. Deze zogenaamde ‘empirische wending’ betekende dat de filosofie een geheel andere kijk kreeg op de eigen rol. Het vak filosofie werd tijdens de democratiseringsgolf een gewoon universitair hoofdvak. Mede door de media bevorderd, werd het zelfs populair onder het grote publiek.

Vanaf 1970 werden Hegel en Marx vervangen door Nietzsche waardoor het denken over de werkelijkheid ernstig werd geproblematiseerd. Filosofie leverde niet langer algemeen geldige kennis van de werkelijkheid. Ze heeft niet langer de waarheid in pacht.
De contingentie van regels en criteria in het sociale veld die bepalen wat goed, schoon en waar is, nam de plaats in van het criterium van de waarheid. Zekerheid, eenheid, totaliteit en universaliteit werden feilbaarheid, heterogeniteit, fragmentatie en lokaal geldige argumentaties tijdens taalspelen.
Inhoudelijk zien we in de eerste helft van de twintigste eeuw een nadruk op de taal liggen in de filosofie (de linguïstic turn): de werkelijkheid is in taal uit te drukken. Daarna gaan kunst en filosofie samen op: kunst zoals literatuur en beeldende kunst kan je filosofisch analyseren( de aesthetical turn). Ten slotte zien we een krachtig engagement tussen de filosofie en de politiek maatschappelijke wereld (de commitment turn).  

Het valt niet moeilijk in te zien dat het Nieuw-Realisme een van de vele vertakkingen is binnen de moderne filosofie die aanspraak willen maken op een juiste weergave van de werkelijkheid. De stroming past in de filosofie van de eenentwintigste eeuw die zich door  interdisciplinaire samenwerking binnen de wetenschap, gemakkelijk tot nieuwe inzichten laat leiden.

7 Slot

Kuifje bestaat. Dat beweren vertegenwoordigers van het Nieuw-Realisme, volgens een denkrichting die hierboven is beschreven. Verder blijkt dat het Nieuw-Realisme helaas geen finaal en logisch antwoord geeft op de vraag wat de werkelijkheid is of hoe je die op de juiste manier beschrijft.

Middelburg, 21 november 2016



[1] Martin Seel, Eine Nachhut möchte Vorhut sein in: ‘ZEIT ONLINE KULTUUR,’ 3 juli 2014.
[2] Dit treffen we aan bij o.a. Hilary Putnam, Propper’s falsificatietheorie, Lakatos en John Sellars.
[3] Hacking, I, Representing and intervening (Cambridge 1983).
[4] Ihde, D., Instrumental Realism, the interface between philosophy of science and philosophy of technology (Bloomington enz.1991).
[5] Hegel beschrijft in dit verhaal een proces ter illustratie van zijn filosofie. Twee mensen vechten om de macht waarbij de een besluit niet de dood te riskeren en zich te onderwerpen aan de ander. Hij bedient zijn heer en de heer consumeert zonder te hoeven werken. Maar de knecht leert in een dialectisch proces van geven en nemen en wordt elke fase sterker. De heer staat echter stil en dat wordt hem uiteindelijk fataal. Hij wordt door de knecht overvleugeld.
[6] De wetten van de (natuur)wetenschap zijn nauw verbonden met die van de techniek. De wetenschapsfilosoof M. Bunge beweerde zelfs dat techniek toegepaste wetenschap is, maar daar zijn anderen het niet mee eens. Ik reken daar toe de benadering van W. J. Bijker en T. J. Pinch. Zij hebben een model opgesteld  om een verklaring te geven voor de sociale constructie van technologische systemen (1995), het SCOT-MODEL. Artefacten worden ontwikkeld en geproduceerd om problemen te kunnen oplossen. Kern van het model is dat het niet de techniek pur sang is dat de eigen ontwikkeling voortstuwt, maar dat een ‘relevante sociale groep’ het programma van eisen opstelt( fase 1), gezamenlijke besluiten neemt om de technische artefacten te stabiliseren (2) en ten slotte het artefact in de technologische cultuur te doen opnemen (3).  Deze drie fasen sluiten aan bij het EPOR-model dat ook drie stadia volgt.
[8] Peter Wieringa, ´Laten we realistisch zijn,´ de Volkskrant, 29 oktober 2016.
[9] Richard Rorty, Philosophy and the mirror of Nature (1979).
[10]  Herinner Nietzsche`s uitspraak:  Er zijn geen feiten, maar alleen interpretaties, welke slogan de postmodernisten hebben overgenomen. ( aanhaling uit de Volkskrant 29.10.2016).
[11]  Tijdens het web college van Ferraris verscheen per ongeluk Hilary Putnam in beeld op het presentatie scherm. Putnam volgde kennelijk Ferraris via Internet. Hoewel Ferraris ontkende dat het opzet was, en benadrukte dat het geen constructivistische ingreep was, gaf het wel te denken.
[13] Maarten Doorman & Heleen Pott, Filosofen van deze tijd, (Amsterdam 2014) 342.
[14] Martin Seel, Eine Nachhut möchte Vorhut sein in: ‘ZEIT ONLINE KULTUUR,’ 3 juli 2014.
[15] Martin Seel: ” Die Seinsweisen des Wirklichen lassen sich theoretisch nicht von den Sichtweisen isolieren, aus denen sie kognitiv zugänglich werden könnten…”
[17] Maarten Doorman& Heleen Pott, Filosofen van deze tijd, (Amsterdam 2014) 11-25.