maandag 27 november 2017

Recensie over het boek KOLJA ( Arthur Japin 2017)



RECENSIE


K O L J A (nieuwe roman van Arthur Japin) en Tsjaikovski’s Zesde Symfonie

Leen Moelker

Titel:      Kolja;
Auteur: Arthur Japin;
Jaar:      2017;
Genre: Historische roman;
Uitgever: Arbeiderspers, Amsterdam;
ISBN: 9789029509916/NUR301;
Prijs: 22,50; gebonden;
CPBN: WEEK 38: 3, WEEK 46: 34 van 60;
Aantal bladzijden: 343;
Thema: Met een gebrek leren leven of er wat aan doen?
Beoordeeld: 20 november 2017;
Woorden: 2712 Samenvatting van het boek:  154 woorden.


In het boekje Gids voor orkestmuziek staat het onomwonden vermeld: Pjotr Iljitsj Tsjaikovski is overleden als gevolg van een cholera besmetting.[1]  Maar was dat wel de werkelijke doodsoorzaak?  Daarover bestaat gerede twijfel. Dat is vooral omdat een beschermeling van Pjotr en zijn broer Modest Tsjaikovski, Kolja Konradi, een aantal ongerijmdheden rondom Pjotrs dood ontdekte.
Dat Kolja in staat was daarover kritisch te communiceren is het opzienbarende wonder uit deze roman.  Doofstom gebleven na zijn geboorte wisten de broers Tsjaikovski hun protegé Kolja tot spreken en begrijpen te brengen.

In deze roman cirkelen feit en fictie om elkaar heen, maar de auteur Japin weet het allemaal om te smeden tot een boeiende,  geloofwaardige vertelling.

Pjotr Tsjaikovski’s laatste werk was de Symfonie nummer 6 in b mineur opus 74. Negen dagen na de première ervan, overleed hij plotseling. Gezien de samenloop van deze gebeurtenissen – het verhaal over en van Kolja en Tsjaikovki’s creatieve leven – zal ik ook dit muziekstuk hier bespreken.





1 Korte Inhoud

De gebroeders Tsjaikovski, onder wie de componist Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893)[2] verkeren in de hogere Russische kringen. Vooral de componist is wereldberoemd. Modest Tsjaikovski wil ook meer van zijn leven maken en hem wordt de opvoeding annex opleiding voorgesteld van de doofstomme Kolja Konradi, acht jaar oud op dat moment. Kolja komt uit een vermogend gezin en geld is geen probleem.  Modest neemt inderdaad die taak op zich en trekt met Kolja naar het Franse Lyon waar de familie Hugentobler –Zuberbühler een particulier doofstommeninstituut runt. Hoewel het een martelgang is weten de Hugentoblers Kolja’s pathologische symptomen (zijn stembanden zaten vast, hij communiceerde uitsluitend tactiel) te verbeteren. Ook Modest en Kolja’s meegereisde gouvernante Jersjova weten hem te motiveren tot spreken en liplezen.
Uiteindelijk keren ze terug naar Sint Petersburg. Kolja’s ouders zijn inmiddels gescheiden.  Als Kolja’s vader een jaar later overlijdt, is hij de enige erfgenaam van een groot vermogen.
Intussen viert Pjotr Iljitsj triomfen in de concertzalen maar hij lijdt aan depressies en gebruikt behoorlijk alcohol. Zijn mannelijke liefdesrelaties worden strikt geheim gehouden, want daar staat een straf op van een aantal jaren strafkamp.  Als camouflage trouwt hij met een bewonderaarster (qu’en dira-t-on), maar hij verlaat haar al na enkele weken. Met zijn studiegenoten van de School voor Jurisprudentie vormt Pjotr een gesloten groep met strikte eigen omgangsregels en een strafsysteem. Als de groepsleden ten onrechte denken bewijs te hebben voor pedofiel gedrag van de gebroeders Tsjaikovski, waar Kolja bij betrokken zou zijn, heeft dat fatale gevolgen. Kolja ontrafelt de loop der dingen rondom de plotselinge dood van de componist en komt tot de conclusie dat de officiële lezing over Pjotrs doodsoorzaak niet klopt.  Hij ontdekt angstige hofkringen, heimelijke homo-erotische relaties, groepsdruk, manipulaties en de eis van onvoorwaardelijke geheimhouding. Maar dan is het te laat. Pjotr Iljitsj Tsjaikovski was op 6 november 1893 (gregoriaanse tijdrekening) overleden onder verdachte omstandigheden.

2  Enkele analyse elementen

Arthur Japin zet regelmatig in zijn romans bepaalde gebeurtenissen rondom historische figuren in de schijnwerpers. Soms krijgen onopgeloste problemen de voorkeur, soms maatschappelijke tegenstellingen.[3] 

Vertelperspectief
In Kolja ligt het perspectief vooral bij Kolja en bij de broer van de componist, Modest Tsjaikovski, bekend als operalibrettist en Pjotrs biograaf. Modest is een ik-verteller in de precies gedateerde hoofdstukken 2,4,6,8,11, 13,15, 17, 19,22,24,26,28, 30 en 32 als hij uit zijn dagboeken citeert over zijn gesprekken en ervaringen. In de andere hoofdstukken overheerst het perspectief vanuit een ik-figuur (Kolja). Hoewel we niet echt doordringen in de gedachten van de andere personages, is het toch mogelijk ons met hen te identificeren op basis van het beschreven gedrag.

Tijd en Ruimte

Geografische ruimte

De dagboekaantekeningen zijn dus op datum gesteld. Ze beginnen op 12 december 1875 in Grankino (Oekraïne) waar het eerste contact plaats vindt tussen Modest en Kolja. In het verdere verloop van het verhaal bezoeken  pupil en leraar kort of langdurig Lyon, Napels, Sint Petersburg en nog enkele Franse en Italiaanse plaatsen.
In 1893 overlijdt Pjotr Tsjaikovski en met diens begrafenis eindigt de geschiedenis in Sint Petersburg. Kolja is dan 25 jaar.

Psychologische ruimte

In de romans van Japin is de psychologische druk van de omgeving op de personages een belangrijk detail. Ook in deze roman is dat het geval. Ik loop het even na.
Gebroeders Tsjaikovski:  moeten hun homoseksualiteit verbergen omdat de officiële kringen die niet accepteren. Zij moeten ermee leven in een soort schemerzone.
School voor de Jurisprudentie: de leden vormen kleine geheime genootschappen met een strak bewaakte identiteit en groepsdwang.  Pjotr is ook lid van een groep en zijn vrije conceptuele geest heeft daaronder te lijden.
Kolja: Is aanvankelijk doofstom en moet in de stilte zijn bestaan voortzetten. Tot de broers Tsjaikovski hem mee nemen door Europa en hem leren spreken en communiceren.

Aljosja Sovronov: Is als persoonlijke verzorger van Pjotr mede in diens wereld opgesloten. Hij moet horen, zien en zwijgen. Maar kan dank zij Kolja’s aangeleerde vermogen tot communiceren toch zijn verhaal kwijt.

Dokter Vasilji Bertenson:  Heeft een geheimhoudingsplicht  en wordt daardoor in hofkringen bij dingen betrokken die hij liever niet weet. Komt het flesje gif bij hem vandaan?

Samengevat bevat de roman de geschiedenis van enkele verscheurde zielen die met grote moeite laveren tussen schijn en werkelijkheid.

Thematiek

Ambitie, liefde, doorzettingsvermogen, jaloezie, persoonlijke ontwikkeling, betekenis van muziek in een mensenleven, spanning tussen mensen,  homoseksualiteit, waarheidsvinding, wraak.

Opdracht en Motto

Voor Lex Jansen en Benjamin Moser

Arthur Japin woont samen met Lex Jansen en met  Benjamin Moser (biograaf en schrijver) vormen ze een menage á trois in Amsterdam. De roman Kolja is het verhaal van mensen die gebukt gaan onder de druk van een samenleving waarin reserves leven tegenover homoseksualiteit.

Motto deel I
“Wat is een eer? Een woord. Wat is er eerbaar aan dat woord? Wat is die eer? Lucht. Mooie beloning! Wie heeft eer? Hij die woensdag is gestorven, voelt hij eer? Nee. Hoort hij eer? Nee. Het valt niet te voelen. Niet voor de doden.”

Uit: Falstaff  in HENRY IV (William Shakespeare)

Dit is een vooruitwijzing naar de inhoud van het boek dat immers begint met de raadselachtige dood van de componist Tsjaikovski. In officiële kringen werd Pjotr geëerd en iedereen wilde met hem omgaan zolang zijn homoseksualiteit maar niet bekend werd. Maar wat houdt eer onder voorwaarden in? Het is in feite lucht, een vervliegend begrip. De eer willen redden onder een onmenselijke groepsdruk, leidde hier volgens Kolja tot zelfmoord.

Motto deel II

“En mensen begrepen dat álle schoonheid, iedere vorm van liefhebben, van de goden kwam, en ze werden vrij en durfden en ze kregen vleugels.

Kolja weet zich te bevrijden uit zijn isolement dank zij de sympathie en liefde van anderen. Het gaf hem vleugels in het leven en zeker bij het onderzoek naar de toedracht van Tsjaikovski’s dood.



Motto deel III

Dan zal ik de zwaan spelen,
En sterven in de muziek.

Othello (William Shakespeare)
In dit laatste deel van Kolja is de geschiedenis van Othello  een verwijzing  naar de levensloop van Tsjaikovski.
Saillant is namelijk dat Othello een donkerkleurige Afrikaanse prins was wiens ras onder blanken werd miskend. Toch werd hij, de Afrikaan, de verguisde, benoemd tot generaal. Zo kan het gelukkig ook gaan met mensen uit misdeelde groepen die in een samenleving toch op een voetstuk worden gezet.

Had Tsjaikovski niet in 1876 de balletmuziek “Het zwanenmeer” uitgebracht? Daarin gaan de geliefden, de ‘zwaan’ Odette en Siegfried, immers ten onder door wraak en jaloezie!  Ook Tsjaikovski had te maken met verzengende ambities, onmogelijke liefdes en wraak. Hij had ondervonden hoe menselijke passies uiteindelijk zijn val – en dus die van een aardig en hard werkend mens –  hebben kunnen veroorzaken. Hij stierf ook letterlijk in de muziek.

Structuur

Het boek bestaat uit DEEL I, DEEL II EN DEEL III verdeeld over 32 hoofdstukken op 340 bladzijden. Elk deel heeft een eigen motto zoals hierboven toegelicht.

De delen verdelen de geschiedenis in een fase met een introductie van de personages (deel I 1875-1876), deel II (1876-1884) met de verdere ontwikkeling van Kolja en (deel III 1884-1893) waarin het onderzoek van Kolja naar Tjaikovski’s dood wordt afgerond.

Om en om zijn dagboekaantekeningen (die in het verleden spelen) en de belevenissen van Kolja in hoofdstukken samengebracht.

Stijl

De vertelstijl is zoals we dat in de romans van Japin gewend zijn. Toegankelijk geschreven, soms met mooie vergelijkingen en dialogen met een diepere inhoud dan het lijkt. Als Pjotr en Modest spreken over het scheppen van kunst, bijvoorbeeld. Geldt hun argument niet ook voor schrijvers, beeldend kunstenaars en acteurs? Doordat de gebeurtenissen elkaar snel opvolgen (mede door de dagboektechniek) leest Kolja als een spannend boek.

Eindoordeel

Japin heeft met Kolja weer een mooie roman aan zijn oeuvre toegevoegd. Feit en fictie lopen door elkaar heen, maar wat aan feiten over Kolja en de Tsjaikovki’s bekend is heeft de auteur opgespoord en goed verantwoord in de bijlagen.
Het valt lezers niet moeilijk om zich te identificeren met een van de personages die immers allemaal een gevecht moeten leveren. Of om zich te handhaven tegenover het decorum en andere tegenkrachten, of om zich te ontworstelen aan een sociale druk als de ambities sterker zijn dan de schijnbare mogelijkheden. Dit is een strijd van alle tijden en plaatsen. Daarvan getuigen de motto’s boven de delen. Daarmee is ook duidelijk dat er in deze roman vele intertekstuele elementen voorkomen. En intertekstualiteit legt de verbinding tussen het verleden, heden en toekomst. Zo lijkt Othello de personificatie van welwillende zuivere ziel die de lagere hartstochten van zijn antagonisten in zijn leven een plek moet geven. En wij kijken toe of en hoe onze helden daarin slagen.


3  SYMFONIE nr6 in B-mineur OPUS 74“Pathétique” van Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 52’08

 Beoordeelde versie:
Opname: Sound-Products Holland b.v.; digital recording /DDD[4]
Uitvoering: London Philarmonic Festival Orchestra o.l.v. Victor de Stradelli;
Serie Master Portrait Vivace E-305 1980.
Bronnen: De compact disc,  Arn. Martens, Gids voor Orkestmuziek Prismaboek, (Utrecht/Antwerpen 1958), en de ongedateerde toelichting bij de CD.

Inleiding
Tsjaikovski schreef 6 symfonieën waarvan de eerste drie tamelijk onbekend bleven. Maar de laatste drie zijn populair. Die reflecteren op het menselijk lijden, het innerlijk verzet en op de somberheid die zo vaak mensen treft. Het is een en al weemoed (Gids 175). Van al zijn werk genoot Tsjaikovski zelf het meest van de Symfonie nummer 6 in B mineur. In het hierboven besproken boek Kolja wordt herhaald dat Tsjaikovski al lang de dood voelde naderen. Hij beweerde dat zijn zesde symfonie een program bevat dat geheim moet blijven totdat de luisteraar het zelf ontdekt. Is het inderdaad een noodlotssymfonie? Laten we luisterend nagaan of wij een boodschap kunnen ontdekken.

Deel 1 (Adagio. Allegro ma non troppo) 18’03
Bijna onhoorbaar wellen de sonore klanken van de fagotten in de eerste maten zacht omhoog vanuit een diepste diepte. Het thema wordt direct duidelijk in het klagelijke b-des-d dat al gauw door andere instrumenten in hetzelfde tempo wordt overgenomen. Maar na twee minuten versnelt het tempo even en sturen de huilende violen hun opstandigheid de ruimte in. Na de tijdelijke terugkeer van de ingetogen fagotten zijn het de massale aanzetten van alle instrumenten die de emoties daarna hoog opstuwen. Maar dan trekken de opgewonden klanken zich terug in zachte lyrische vibraties.
En dan gebeurt het (9’33). Net als je de weemoed meevoelt met de fluiten, de hobo’s en de violen knalt het geluid van het hele orkest letterlijk als een donderslag bij heldere hemel in je oren En vijf minuten lang krijgen de talrijke verschillende instrumenten de kans om te schitteren in een samenspel van elkaar beconcurrerende klanken. Het is alsof de aarde vergaat en dat het einde van alles nabij is. Maar dan in de  vijftiende  minuut gaat die razende storm liggen, en gaat de muziek over in een sfeer met opgewekt gestemde violen en hobo’s. De tegenstellingen tussen subtiele klanken en een daverende fanfare in dit deel zijn groot. Tsjaikovski spiegelt hier zijn diepste innerlijk met zijn heftigste emoties en somberste gedachten aan de dood.

Deel 2 (Allegro con grazia) 7’56

Het tweede deel voelt als een verademing na de inspannende tocht langs hoogten en diepten van het gemoed. Het is een dans in 5/4 en die afwijkende maat stamt uit de Russische volksmuziek. De vrolijke klanken zijn verbonden met de balzaal en verwijzen naar de gezellige drukte  op de vele ontvangsten van hoger geplaatsten waaraan Tsjaikovski heeft deelgenomen. Zocht de componist tegenover zijn treurnis uit het eerste deel de werkelijkheid te willen vergeten? Het is in elk geval een vrolijk stuk.

Deel 3 (Allegro molto vivace) 9’14

Ook in dit deel overheerst een positieve stemming die vooral door een snel gespeeld scherzo (luimig toonstuk) ontstaat. Maar de 4/4 maat leidt al gauw tot een marstempo en we horen dus een combinatie van een snelle mars en scherzo. De letterlijke boventoon wordt gevoerd door de violen die zoals bij zweepslagen striemend de lucht beroeren. Maar de uitbundigheid wordt maar al te graag overgenomen door de koperblazers en de pauken en zelfs de fluiten dringen zich op het laatst naar voren om – zoals het lijkt – van hun plezier in de onderneming te laten blijken. Inderdaad is dit Tsjaikovski’s ontboezeming van een geluksgevoel, en dat kunnen we van harte met hem meevoelen. Is de componist dan per saldo toch een gelukkig man? Martens haalt anderen aan die zeggen dat Tsjaikovski hier een wanhoopskreet slaakt (Gids 177). Ik ben echter meer geneigd dit deel positief te interpreteren.


Deel 4 (Finale, Adagio lamentoso) 10’04

Het laatste deel laat zich kennen door een langzaam tempo en dan ook nog klagelijk (lamentoso) van aard gespeeld.
Ook hierin is een grote rol voor de violen en de koperblazers weggelegd. Waar echter de strijkers hun weemoedig snarenspel crescendo omhoog richten, als schreiende kinderen, dalen de Engelse hoorn en de trombones af naar de sferen van de onderwereld. We horen het thema d-d-des-b-a  talloze malen herhalen door alle onderscheiden instrumenten. In de laatste twee minuten beluisteren we het onderliggende zeer langzame ritme van de lage eentonig aangehouden bastonen van de snaarinstrumenten en de pauken. Het is een dodenmars terwijl de muziek langzaam uitsterft en de toonhoogte terugkeert naar die uit de eerste maten van het eerste deel. Martens spreekt van een ‘luguber ritmisch geklop’ als het afscheid van een stervende. Maar juist die laatste maten zouden te verbinden zijn met overgave en vertrouwen.

Samengevat is deze weergave van Tsjaikovski’s Zesde Symfonie een romantische ervaring. Met de muziek mee beleven we de hartenschreeuw van een verkommerde ziel. En we worden met hem door emoties overmand bij het uitstervende geluid van de fagotten. Maar ook zijn er de  aanzwellende violen en versnelling van het ritme, die ons laten dansen van vreugde. Kortom, in deze muziek bereiken we het hele spectrum van de menselijke emotionaliteit. Modest Tsjaikovski heeft terecht de naam later gewijzigd in ’Pathetique’ (aandoenlijk, hartstochtelijk). Hij kon met de door Pjotr bedachte naam “Requiem” niet leven.

4 Slot

Uit de documentatie blijkt dat Tsjaikovski zelf vond dat zijn 6e symfonie zijn meesterwerk was en dat hij zich niet in staat achtte die ooit te zullen overtreffen, hoewel hij toch nog wel op een ultieme opus magnum hoopte.
Kolja trouwde en stichtte een gelukkig gezin. Hij bleef zijn leven lang leren tot hij in 1922 overleed.
Japin verontschuldigt zich tegenover Modest omdat hij in dit boek uitgaat van zelfmoord, terwijl Modest de officiële lezing (cholera) bleef volgen.
Dit boek zet de schijnwerpers op een kansloos mens dat echter door een enorme en volgehouden inzet te tonen bewees ‘dat een dubbeltje best een kwartje kan worden’.

Middelburg, 25 november 2017.      


[1] Arn. Martens, Gids voor Orkestmuziek (Utrecht/Antwerpen 1958) 176.
[2] De juliaanse kalender uit het Russische Keizerrijk liep 12 dagen achter op de gregoriaanse kalender uit West Europa. De première van de Zesde Symfonie was juliaans op 16 oktober, dus 28 oktober gregoriaans. Negen dagen later op 6 november (gregoriaans) 1893 overleed Tsjaikovski.
[3]  Arthur Japin, ‘De zwarte met het witte hart’, ‘Een schitterend gebrek’ (Casanova), “Vaslav’ (Vaslav Nijinski, balletdanser). ‘Kolja’ (Kolja Konradi en Tsjaikovski)).

maandag 16 oktober 2017

'MOEDERVLEKKEN' (Arnon Grunberg) EEN ROMAN VOL VRAGEN



MOEDERVLEKKEN (Arnon Grunberg) VERKENT GRENZEN


Leen Moelker
Boek:   Moedervlekken;
Auteur: Arnon Grunberg
Uitgever: Lebowski Publishers, Amsterdam;
Jaar: 2016;
ISBN: 9789048819133;
Nominatie: Ako Literatuurprijs 2016;
CPNB: (2016) nr. 47 (30000-40000 verkochte boeken);
Beoordeeld:  15 oktober 2017;
Middelburg.
Arnon Grunberg schrijft zeer regelmatig een super korte column in de Volkskrant. De inhoud haakt altijd aan bij de werkelijkheid van nu. Dat hoort ook zo in een dagblad dat bol staat van meningen en nieuwsfeiten. Soms gaat de tekst over een gebeurtenis, soms is het een opiniestukje of geeft de auteur commentaar binnen een maatschappelijk debat. Vaak zijn ze ironisch, bewonderend, cynisch of instemmend van karakter. Aldus levert Grunberg de lezer een spiegel waarin het wereldgebeuren wordt teruggekaatst.
Met zijn roman Moedervlekken zit hij op dezelfde manier de samenleving op de hielen.
Welk debat neemt hij op de korrel? Zijn de personages geloofwaardig? Hoe lezenswaardig is het boek? Dat zijn de vragen waarop ik hieronder in het kort wil ingaan.


1  Korte inhoud

Otto Kadoke is gescheiden en werkzaam als ervaren psychiater bij de crisisopvang van een sociaalpsychiatrische overheidsdienst. Hij houdt toezicht op de verzorging van zijn moeder (een transgender, en is eigenlijk zijn vader) door twee jonge Zuid-Amerikaanse hulpen.
Door een affaire met een van hen – Rose, die snel met hem breekt – moet  Kadoke op zoek naar een nieuwe hulp. Geheel tegen de regels in bouwt hij een privé therapie op met de compulsief-obsessieve Michette die hij tijdens de crisisopvang leert kennen. Dat doet hij door Michette als therapie de taken van zijn ‘moeders’ verzorging op te dragen. Hij is vastbesloten hier een succes van te maken en strikt de relatie therapeut – patiënt te handhaven.
In de therapeutische gesprekken verkennen beiden de grenzen van betamelijkheid (Kadoke) en  van een therapie (Michette).  Waarom  accepteert de samenleving geen automutilatie en wel een onmenselijk inspannen in de sport?

2  Personages  

 Er zijn maar enkele personages die het verhaal dragen. Naast Kadoke en zijn ‘moeder’ is zijn collega Dekha van belang. Zij ex  heeft een bijrol maar Michette vervult een sleutelrol in deze roman.

3  Perspectief

Het verhaal leren we kennen vanuit het perspectief van Kadoke. Dat maakt dat we niet doordringen tot de karakters van de andere personages. Sterker nog, het gedrag van de (ook de andere) personages is meestal niet te volgen. Kan een man zo treurig zijn dat hij de identiteit van zijn vrouw aanneemt? Is een nymfomane vrouw met een obsessieve-compulsieve stoornis  in staat waardenvrij te redeneren? Kan een psychiater objectief blijven oordelen  in situaties waarbij hij relaties aangaat? En waarom komt hij er toe stukjes huid (moedervlekken) als souvenir uit te delen? Allemaal onopgeloste kwesties die vragen oproepen.

4  Tijd en Ruimte

De geschiedenis  speelt in het heden in een niet genoemde stad in Nederland, en  verhaalt de praktijkervaringen van een psychiater gedurende ongeveer een jaar. 
De vertelling verloopt chronologisch  soms versneld door ellipsen of vertraagd door uitgebreide gedachtestromen.
De psychologische ruimte is voor alle personages beperkt omdat ze zich door situationele oorzaken een speelbal van het lot voelen. Kadoke kan geen relatie opbouwen omdat hij geen kinderen wil. Dat verdraagt zich niet met zijn taakopvatting.  “Moeder’ die een nieuwe identiteit aanneemt en zich geheel verliest in het verdriet. Michette’s dwanggedachten drijven haar tot zelfkastijding en seksverslaving.
De sfeer is verbonden met het Joodse geloof, vooral waar het rituelen betreft.

5 Structuur
Het boek heeft 26 hoofdstukken verdeeld over 399 bladzijden

6  Betekenis

Op het Eerste niveau van representatie krijgen we de gang van zaken in een psychiatrische praktijk voorgeschoteld. Hoewel we dus vragen hebben bij de vreemde en afwijkende gedragspatronen, literair gezien is het mogelijk dat zich zulke situaties voordoen.

Op het Tweede niveau  van representatie zouden we de betekenis kunnen zoeken bij het maatschappelijk debat. De omstandigheden in het boek reflecteren dan mogelijke gebeurtenissen in de moderne samenleving.
Kadoke doet denken aan wat mensen overkomt die het in hun leven niet alle, veel te hoge ambities kunnen invullen. Hij kan goed problemen van anderen oplossen maar  bij de inrichting van zijn eigen bestaan laat hij steken vallen. Arbeidsethos als oorzaak van relatieconflicten.
“Moeder’ staat voor het transgender vraagstuk. Iedereen in de samenleving accepteert het anders zijn, zeker in een zakelijke relatie, maar in de omgang met anderen roept dat allerlei vragen op. Kan verdriet tot identiteitsverlies leiden?
Kadoke ontpopt zich als medicus die te allen tijde het leven van de ondergang wil redden. Mensen die auto mutileren zijn ziek en verdienen bescherming tegen zichzelf.  Maar waar stopt dit? Mag iemand niet verlangen naar zijn levenseinde en moet de medische stand daar niet royaal aan meewerken?

Ik zou nog meer van dergelijke vraagstukken kunnen benoemen – over de rol van de religie bijvoorbeeld, en wanneer is gedwongen opname in een kliniek geoorloofd – maar  ik denk dat andere lezers dat beter kunnen.

7 Slot

Ik vind het een lezenswaardig boek. Het roept op tot discussie over actuele kwesties in de samenleving. En het is ook nog een aardig en leerzaam verhaal.







zaterdag 23 september 2017

Recensie over de film THE SQUARE (Winnaar Palmes d'Or 2017)



¢ Recensie

THE SQUARE is een onderhoudende film die lang blijft hangen


Leen Moelker
Film: The Square;
Regisseur: Ruben Östlund;
Scenario: Ruben Östlund;
Productie: Plattform Produktion, Arte France Cinema;
Distributie: Bac Films;
Taal: Zweeds, Engels, Deens;
Release in Zweden: 25.8.2017;  LAATSTE NIEUWS  RELEASE IN NEDERLAND  9 NOVEMBER 2017
Duur: 142 minuten
Genre: drama/comedy;
IMDB ranking: 8;
Gezien: 27 august. 2017, Vlissingen;
Prijzen: Palm d’ Or 2017;

De film Tourist van de regisseur Ruben Östlund bevat enkele ongemakkelijke situaties. Er is een  vader van een gezin op sneeuwvakantie die moet kiezen: zijn vrouw of zijn kinderen in een dichte mist alleen laten? En redt hij zichzelf of zijn gezin bij de aanblik van een aanstormende lawine?
Dit soort vragen doemt ook op in de film The Square van dezelfde regisseur. In een ogenschijnlijk eenvoudig verhaal zitten enkele nijpende maatschappelijke kwesties verpakt. Eervol werd de film  de winnaar van de Gouden Palm 2017 op het filmfestival in Cannes.  Over welke kwesties gaat het? Wat valt op in de cinematografie? Hoe behandelt de film de relatiepatronen in de samenleving van de eenentwintigste eeuw?
Met deze vragen wil ik deze film onder de loep nemen.

TIP: KPN HEEFT ALS AANBIEDER DIGITALE TV ONDER DE KNOP  'ON DEMAND' DE FILM "TOURIST" GRATIS BESCHIKBAAR

1  Synopsis

Christian (Claes Bang) is hoofdconservator van het museum voor moderne kunst in Stockholm. Hij is bij aanvang van de film druk bezig met de voorbereidingen voor de officiële opening van de tentoonstelling rondom het kunstwerk “Het Vierkant.”
Hij is gescheiden en op een dag begint hem nog meer tegenslag te treffen. Toch weet hij zich iedere keer wel handig te herstellen. Maar omdat zijn kunstfilosofie nauwelijks begrepen wordt, valt de pers over hem heen en wordt hem in de media verspilling van overheidsgeld verweten.
Een Amerikaanse journaliste Anne (Elisabeth Moss) suggereert affectie voor hem en zoekt toenadering, maar houdt hem vervolgens in haar greep.  
Een nieuwe ramp treft hem, als hij de controle verliest op de promotie trailer voor The Square.
Ook een act tijdens een diner, na de overdracht van het kunstwerk en de opening van de tentoonstelling, is geen succes. De menigte is in shock. De Raad van Toezicht stuurt aan op het vertrek van Christian. De conservator geeft zelf op een persconferentie tekst en uitleg. Er volgt een  ‘kruisverhoor’ van de kritische en aanwezige persmensen. Christian wordt onder druk gezet, maar hij houdt stand.
 
2  Bespreking

2a Het Begin
Christian is gescheiden en heeft drie kinderen tot 12 jaar. Hij is een sociaal bewogen man. Als de film begint heeft hij mede met hulp van sponsors een conceptueel kunstwerk aangekocht dat de wereld moet verbeteren. De voorbereidingen zijn in volle gang: een oud ruiterstandbeeld wordt van zijn sokkel gehaald om ruimte te maken en in de bestrating wordt een verlicht vierkant (The Square) aangebracht.
Oud wijkt voor nieuw, helden van weleer worden bedankt, een andere toekomst breekt aan, dat lijkt de film direct duidelijk te maken.
Christian wil een bijdrage leveren aan de vreedzame samenleving tussen mensen. Hij wil de mensheid een boodschap brengen met een door een Zuid-Amerikaanse kunstenares ontworpen kunstwerk “Het Vierkant.”  Het is een concept waarbinnen een imaginair begrensde ruimte mensen positief met elkaar willen communiceren en zich daardoor veilig voelen. Maar ze moeten wel die stap in dat ruimtelijke vierkant willen zetten. Daartoe wil hij hen opwekken.
Er is kritiek. Hoe kunnen rijk en arm onbevangen in het vierkant stappen en liefdevol met elkaar omgaan. En allochtonen en autochtonen? En mannen en vrouwen, zijn die volledig aan elkaar gelijkwaardig?

2b Moeilijkheden

Christian geeft zelf het voorbeeld. Door een allochtone collega Michael ( Christopher Laessø) als adviseur te kiezen. Hij schiet toe als een vrouw op straat bedreigd wordt. Maar dan blijkt dat ideaal en werkelijkheid ver uit elkaar geraakt zijn.
Eerst wordt hij bestolen, en als hij op advies van Michael daartegen in actie komt, komt hij opnieuw in de problemen. Dan neemt een jong reclamebureau hem het initiatief uit handen, en oogst hij bij het publiek hoon in plaats van enthousiasme. Als een door hem voorbereide act veel te realistisch wordt uitgevoerd, wacht hem een moeilijk gesprek.
Kijkers zullen moeiteloos meevoelen met Christian en voortdurend denken: ‘wat zou ik doen in die situatie?’

               Persoonlijk vond ik het gedrag van Christian als volwassene en hoofdconservator van een groot museum, niet altijd te volgen. Hem is naïviteit, goedgelovigheid en dromerigheid te            verwijten. Zo run je geen museum. Aan de andere kant weet hij charismatisch sympathie op te wekken en mensen aan zich te binden. Dat zijn belangrijke vereisten voor iemand die de belangen van een groot instituut moet behartigen en de fondsenwerving ervoor moet verzorgen.

Hoe het ook zij, de geschiedenis speelt zich af in een moderne stadssamenleving.  Die is individualistisch, competitief, open minded, multicultureel, democratisch ingericht, sociaal gedifferentieerd, kortom, Christian leeft in een cultureel hoogstaande omgeving.  
Maar daarbinnen bestaan talloze conflictueuze rolpatronen.
Daarop wijzen ongeschreven regels en kenmerken als:  rijken bemoeien zich niet met de armen, vrouwen en mannen worden niet gelijk behandeld in een mannenmaatschappij, allochtonen zijn vaak betrokken bij criminaliteit, wat niet mainstream is, wordt afgekeurd of riskeert verbanning, seks is macht.
            Christian is een identificatiefiguur voor de welwillende mens die zijn grenzen zoekt en die soms oprekt. Hij wil graag iedereen te vriend houden bovenal zijn kinderen, maar ook  anderen die zijn pad kruisen. Dat kan natuurlijk niet, en je ziet hem dan ook ontsporen wanneer hij het overzicht verliest en daardoor geen focus meer heeft op de relevante taken van zijn team. Hij breit oorzaak en gevolg tot een kluwen onontwarbare gebeurtenissen.
Overoptimistisch gestemd laat hij zich verleiden door een Amerikaanse journaliste, terwijl hij beseft dat machtsverhoudingen hierin een rol spelen.  Hij schokt zijn achterban met zijn experiment ‘mensen uit hun comfortzone lokken.’ Christian wilde hen laten ervaren hoe het voelt zich in een onzekere situatie te moeten begeven. Dat gebeurt immers ook bij ‘in het vierkant’ stappen, waarbij mensen zich dienstbaar aanbieden aan de Ander.
            Het publiek kan echter de conservator in het conceptuele karakter van The Square niet volgen en toont grote weerstand.
Zittend aan het openingsdiner bijvoorbeeld,  zien de mensen zichzelf als begunstiger en toeschouwer die vermaakt moet worden. Maar dat pakt anders uit. In plaats van toeschouwer worden ze uitgedaagd om aan een vuistgevecht van mens tot mens deel te nemen.

2c  Psychologie

The Square laat mensen als individuen en als groepsleden zien. Anders dan in Tourist waarin Östlund, de regisseur,  inzoomt op één relatie tussen twee mensen, spelen zich in deze film ook groepsprocessen af.

            Uit de sociale psychologie is bekend dat mensen altijd streven naar een coherent zelf-     concept. Dat komt tot stand door a. de situatie te beheersen, b. door verbondenheid met anderen en c. door de eigen rol als juist te evalueren. Een stabiel Zelf maakt aansluiting bij diverse groepen mogelijk, waarbinnen dezelfde waarden en normen worden gedeeld. Opereren binnen een groep geeft aldus veiligheid, controle, verbondenheid en een positief oordeel over zichzelf. Dat dient het behoud van eigenwaarde. Het is duidelijk dat buitenstaanders per definitie een bedreiging  vormen voor de groepsidentiteit, zodat die met wantrouwen worden bekeken.(noot 2)

Laten we ons richten op enkele voorbeelden uit de film The Square.
In de film lijkt het mij onder andere te gaan om de man-vrouw relatie. Anne (Elisabeth Moss), een Amerikaanse journaliste, is ambitieus en ze wil de waarheid boven tafel krijgen. Ze lijkt echter op Christian, de machtige conservator van een groot museum, geen grip te krijgen en ze begrijpt niet waarom. Ze gaat tot het uiterste om daar achter te komen en ontmaskert haar tegenstrever ten slotte als een persoon die wel status heeft in het elitaire decorum, maar feitelijk slechts een gewone, zielig impotente man is, die zakelijk mislukt.
Anne fileert de gedachtestroom van Christian in een kruisverhoor. Ze laat hem ervaren wat het voor vrouwen moet betekenen dat hij zijn vriendinnen naamloos consumeert. Waarmee ze de wereld kennelijk wil bewijzen dat vrouwen niet gelijkwaardig aan mannen zijn. [1]
            Groepsvorming is onvermijdelijk verbonden met stereotypering. Dat de allochtone Michael (Christopher Laessø)  goed ingevoerd lijkt in de gemeenschap uit de arme wijken vinden we als kijker niet vreemd. Dat hoort immers bij ons beeld, dat allochtonen vaak oververtegenwoordigd zijn in kansarme groepen van onze samenleving. Hoe verrassend is het dan dat Christian uitgerekend uit die wijk eerlijke mensen weet aan te spreken. Inderdaad, hij werd bestolen door criminelen uit een allochtonen wijk, maar niet iedereen is daar crimineel! Dat is de les van de film – géén stereotypering asjeblieft – die immers verzoening predikt en daarmee waarschuwt tegen onredelijke haat.

            Een ander veel voorkomend verschijnsel binnen het groepsgedrag is de uitwerking op het individu  van de sociale omgeving. Sociale facilitatie is de positieve invloed van anderen op onze prestaties, terwijl sociaal lanterfanten het tegengestelde effect heeft: omdat anderen in de buurt zijn hoef ik zelf niets te doen.

In de film The Square maakt Christian gebruik van het eerste –  de facilitatie – door de sponsors en vrienden van het museum voor een diner bijeen te roepen. Maar tijdens het diner ontstaat plotseling een heel andere dynamiek. Een aapmens ontvoert een vrouw en niemand doet iets (ze ‘lanterfanten’). Iedereen lijkt te denken dat het maar een spelletje met de werkelijkheid is en dat Christian wel zal ingrijpen. Maar juist die mikt op het effect van onbalans, van ongemakkelijkheid, van innerlijk conflict, van schaamte (als ik ingrijp en het blijkt maar een spelletje….). Waarmee de theorie bewezen wordt dat mensen bij een onduidelijke hulpvraag naar de ander verwijzen. Dit fragment toont ons welke processen zich in het algemeen voordoen als iemand in nood is.
            Er is uit de film nog een laatste voorbeeld van een groepsproces te geven. De pers is bijeengeroepen voor een nadere toelichting op een belangrijk perscommuniqué. Christian zit de bijeenkomst voor en beantwoordt lastige vragen. Iedere aanwezige journalist heeft zijn concept oordeel echter al klaar. Maar dan is er een collega journalist die Christian aan een verhoor onderwerpt. Tot diens eigen verbazing trekt de man een voor Christian positieve conclusie uit het vraaggesprek, en daardoor veranderde de hele groep collectief van mening. De volgende morgen verschenen lovende kritieken over The Square in de kranten. Er had een deïndividuatie plaats gevonden: persoonlijk indrukken werden door een groepsmening vervangen. Een soortgelijk proces is ook bekend uit de kringen van de maffia en andere criminele bendes. Daarbij wordt dus de eigen mening opgeofferd aan de groepsopvatting.

En zo zijn er in deze film meer interessante shots  met een diepere inhoud aan te wijzen.

2d Verhaallijn en Cinematografie

Hoewel de film 142 minuten lang is verveelt hij geen moment. Dat wordt bevorderd door de simpele verhaallijn waarbij de gebeurtenissen chronologisch passeren. Het is vooral mooi gedaan, omdat de gebeurtenissen zelf steeds een onverwachte wending nemen.
            De regie is bij Östlund in goede handen. Hij staat bekend als sociaal commentator en hij weet daarbij feilloos de spanningen tussen bevolkingslagen op te sporen. In deze film overdrijft hij soms als hij wil iets wil laten uitkomen, zoals in de satirische openingsscène waarin hij kunst en kunstcritici belachelijk maakt.   
            De mise-en scène verwijst direct naar de moderne samenleving van de middenklasse. We zien drukke straattaferelen, mobiele telefoons en eigentijdse kleding  in het establishing-shot.
            De personages worden meestal getoond in medium-shot, wat aansluit bij de vele dialogen die in besloten ruimtes worden gevoerd.          
            Het camera standpunt is tamelijk laag gehouden mede doordat veel dialogen in beeld gebracht worden. Toch ontbreken totaal-shots niet, bijvoorbeeld in grotere binnenruimtes.
             De montage is op continuïteit gericht en dat levert soms lange scènes op.  In de delen met een snelle beeldwisseling – zoals in de auto met Christian en Michael –     zou een langzamere montage mij persoonlijk meer bekoren. Dank zij ellipsen – tijdsprongen - tussen de scènes is er wel voortgang in de geschiedenis.
De film krijgt naast ‘drama’ ook het etiket ‘komedie’ mee en dat is te danken aan betekeniseenheden die soms grappig zijn maar zich niet direct laten duiden, zoals die van de aap in de kamer van Anne en het voice-over geluid van omvallende voorwerpen tijdens een dialoog. 
            Het geluid volgt verder zowel qua ritme, volume als genre de gebeurtenissen op de voet. Het rustgevende Ave Maria klinkt als voice-over tijdens een intiem interview, terwijl harde, snelle rockmuziek te horen is gedurende de boven aangehaalde autorit. Verder is er een normale synchronisatie van beeld en geluid. Het is jammer dat de soundtrack momenteel nog niet beschikbaar is, anders zouden meer voorbeelden uit de klassieke muziek te geven zijn.
            De narratieve elementen zijn hierboven al aangegeven – de geschiedenis – evenals van de symbolische filmlaag al geschetst is over welke maatschappelijke stereotypen en omstandigheden het verhaal gaat. De personages vertegenwoordigen maatschappelijke klassen, die deels in oppositie tot elkaar staan.

3  Samenvatting en Conclusie

Hoewel ik het juryrapport van ‘Cannes 2017’ niet ken, kan ik mij voorstellen dat deze film de hoofdprijs heeft gekregen. Niet alles erin is even spannend, maar de film grijpt precies aan bij de spanningen in de sociale stratificatie van de westerse samenlevingen.
Ik waardeer deze film om zijn cinematografische kwaliteiten – mooie beelden van Stockholm, prachtige klassieke en moderne muziek, rustige montage – maar toch ook zeker om  de regie die beslissend is bij het tweede niveau van representatie. Het acteertalent van Claes Bang en Elisabeth Moss ondersteunt dat ook nog. Met hun natuurlijk spel maken zij van de karakters geloofwaardige rolmodellen. 
Zonder dat de film moralistisch wordt, krijgen we daarin kenmerkende menselijke gedragspatronen voor gespeeld. We gaan beseffen dat er soms onoverbrugbare verschillen bestaan tussen mensen, maar dat ook de ‘Ander’ positief evalueren het begin kan zijn van een betere wereld.   

Middelburg, 22 september 2017
L.  Moelker BA
  







       








[1] Volgens een interview met Moss in Canada, lijkt haar grote voorbeeld te zijn het karakter Ebba uit de film Tourist. Die dwingt haar man met dezelfde verbetenheid tot een verklaring van zijn gedrag en tot de erkenning van haar gelijk.
2 In de Volkskrant van 23 september 2017, zie het artikel over de groepsidentiteit van studentencorps.