donderdag 4 februari 2016

Jeroen Bosch-jaar 2016 begonnen (2/4)



Jheronimus Bosch touched by the devil biedt weinig houvast


Leen Moelker     
Het is een prima idee geweest van Pieter van Huystee om het nieuwste onderzoek naar het werk van Jheronimus Bosch te volgen met een documentairefilm. Vier jaar wetenschappelijk onderzoek doen in musea van overal op de wereld kan ten slotte interessante beelden opleveren.
Het Bosch Research and Conservation Project vaardigde een team specialisten af onder leiding van professor Jos Koeleweij en Matthijs Ilsink, coördinator, om te proberen ultieme uitspraken te doen over praktisch alle bekende schilderijen van Bosch.
Aangezien het werk van Bosch omgeven is met veel onzekerheden omtrent toeschrijving, ouderdom en authenticiteit, hebben diverse kunsthistorici in de voorbije eeuwen daarop ook al hun onderzoek gericht. Door de toepassing van steeds betere en nieuwere instrumenten hebben onderzoekers beter gefundeerde uitspraken over Bosch kunnen doen. Maar nog steeds is er geen sluitend criterium voor de aanwijzing van een Bosch-handschrift. Of geven de onderzoekers in de documentaire daarover nu helderheid?   Krijgen onderzoekers overal vrije toegang? Zijn er verrassingen te melden?

1  De documentaire –  de structuur
De structuur van de documentaire  volgt een zekere chronologie. We zien het team met koffers en uitrusting op bezoek gaan bij musea als het Prado in Madrid, de Galleria d’Accademia in Venetië, het Kupferstichkabinet in Berlijn, de National Art Gallery in Washington  en nog andere bewaarplaatsen van werk van Bosch.
Eenmaal binnen vinden gesprekken plaats om toegang tot de werken te krijgen.  We krijgen fragmenten van die onderhandelingen te zien.
Tussendoor zien we restaurateurs, fotografen, het onderzoeksteam  en museum directeuren in actie komen. De coördinator Matthijs Ilsink verbindt de sequenties met eigen teksten over de moeilijkheden waar kunsthistorici mee te maken hebben in het geval van Jheronimus Bosch.
2.  De documentaire – de cinematografie
Al direct aan het begin blijkt de waarde van film voor het maken van een beeldverslag. Er worden zeer sterk uitvergrote details van een boschiaans werk getoond.  Zoals het ook beslist interessant is mee te kunnen kijken tijdens een dendrochronologisch onderzoek. Hoe de jaarringen van een stuk hout worden geteld bijvoorbeeld. De kleuren in de documentaire zijn prachtig  uitgelicht, wat een voordeel is bij de vergelijking van een schilderij voor en na de restauratie. Maar de documentaire legt ook ongenadig vast hoe onderzoekers in kale witte kamertjes hun werk moeten doen. En Matthijs Ilsink zegt: “ Wij kunnen wel op een computerscherm kijken en iets uittypen maar niet schilderen.”

De beelduitsneden zijn -  vanzelfsprekend – meer micro dan macro gericht. Dus er zijn relatief veel close ups toegepast. De opnames zijn veelal in medium shot (MS) vastgelegd zodat de onderzoekomgeving overzichtelijk in beeld komt. Ik vind zelf de harde overgangen nogal abrupt. Het verhaal springt onrustig heen en weer tussen de onderzoeklocaties. Op zich levert dat mooie plaatjes op zoals van de vaartocht in Venetië. Soms echter ook uitgesproken saaie beelden zoals de veel te lange sequentie bij de ontvangst in het Museo del Prado in Madrid. De montage is ‘langzaam’ soms uitgesproken traag. Maar soms zijn de actoren in een saai gesprek verwikkeld of lijken ze besluiteloos en dan past een trage montage juist wel goed. Om de gelijktijdigheid van gebeurtenissen te suggereren zijn in de documentaire fragmenten ingelast die slaan op de organisatie van de komende tentoonstellingen, zoals telefoongesprekken over de voorwaarden of bezwaren rondom uitlenen.
Het camerastandpunt is overal laag gehouden zodat het lijkt alsof je overal bij bent.
3  De documentaire – samenvatting en conclusies
De documentaire Jheronimus Bosch touched by the devil volgt een onderzoeksteam tijdens een jarenlange zoektocht naar meer zekerheid omtrent de authenticiteit van de vijftiende eeuwse Nederlandse  schilder Jeroen Bosch. Maar wat is authenticiteit? Het is nog steeds niet mogelijk met zekerheid het handschrift van Jheronimus Bosch te onderkennen. Op grond van stijlovereenkomsten zijn ongeveer 25 schilderijen aan Bosch toegeschreven. Maar dat worden er steeds minder. Zoveel maakt de documentaire wel duidelijk.
Wat we verder vooral zien zijn de wat saaie onderwerpen als onderhandelingen en gesprekken over de  benadering van de werken van Bosch op locatie. Maar een voordeel daarvan is dat je dat als kijker mee beleeft en beseft dat die commissie weinig spontane medewerking kreeg van die lokale godjes. Mevrouw  Pilar Silvar van het Prado bestond het zelfs om de deskundigheid van een teamlid, onze  Boschkenner professor Jos Koldeweij, in twijfel te trekken. Wat een arrogantie!!  Misschien voelde ze nattigheid, want de commissie is tot de slotsom gekomen dat een Prado topstuk, De zeven hoofdzonden, definitief niet door Bosch zelf geschilderd kan zijn.
En wat te denken van de directie van de Galleria dell’ Academia in Venetië die botweg weigerde het drieluik De gekruisigde Martelares Sint Ontcommer tijdelijk af te staan omdat het te slecht onderhouden was. Als het onderzoekteam en het Noord-Brabants museum zijn Boschcollectie nu eens restaureerde? En inderdaad, de benodigde 300.000.- euro kwamen er en de deal kwam rond.
De documentaire zoomt plots in op het moment dat het onderzoekteam moet besluiten dat ook De Kruisdraging (1510) niet van de hand van Bosch zelf is. Wie belt het Museum voor Schone Kunsten in Gent?       
Een ongemakkelijke sfeer ontstaat als blijkt dat Museum Boymans van Beuningen in Rotterdam net voor de aftrap van het Boschjaar 2016 in Den Bosch zelf ook een tentoonstelling  rondom haar Boschcollectie wil organiseren. Kan hun De Verloren Zoon toch nog beschikbaar komen?
Ik kreeg het idee dat sommige bonzen van de buitenlandse musea niet al te veel vertrouwen hadden in de plannen van  het Bosch Research and Conservation Project.
Omtrent de toegepaste technieken – restauratie, computervergelijking, verflaag onderzoek enzovoorts -  wordt niet veel getoond. Het dendrochronologisch tellen van jaarringen is evenwel toch interessant in beeld gebracht.  Voor het onderzoek  is speciaal een softwareprogramma ontwikkeld door Robert Erdman, waardoor het mogelijk is detailvergelijkingen op te stellen zoals van de op de schilderijen van Bosch voorkomende uilen, handen, oren, neuzen, ogen enzovoorts. Maar we zien daar in de documentaire weinig over uitgelegd. Door dit programma kan een infraroodfoto op een röntgenfoto worden geprojecteerd of op een dia van het origineel. Dat verfijnt de mogelijkheid van stijlvergelijking. Het is dan ook geen wonder dat soms schilderijen zoals hierboven aangeduid (De zeven hoofdzonden, De Kruisdraging) uit het kernoeuvre van Bosch moesten worden verwijderd. Dit gebeurde steeds op basis van vergelijking.
In de documentaire wordt ook aandacht besteed aan de Tekeningen van Jheronimus Bosch. Via de publiciteit op het spoor van de commissie gezet, kwam een verzamelaar met een nog onbekende Bosch-tekening op de proppen. Deze is op de tentoonstelling te zien.
Vatten we bij wijze van conclusie nog even alles samen, dan vind ik de documentaire als document ter introductie van het onderzoek naar het werk van Jheronimus Bosch tegenvallen.
Hoewel het een eerlijk verhaal lijkt over de vragen en moeilijkheden die de onderzoekcommissie heeft ondervonden, gaat het te weinig over de schilderijen van Jheronimus Bosch, te weinig over de wijze waarop het onderzoek technisch tot stand is gekomen - de gebruikte technieken- , en te weinig over de vergelijkingsstrategie die onderzoekers  hebben gevolgd. Dus de documentaire informeert de kijker maar heel beperkt over de schilderijen en hun context die op de Bosch-tentoonstellingen te zien zullen zijn.
Kan dat wel allemaal in een film van 87 minuten. Nee, dat kan niet, als de nadruk ligt op de fysieke bewegingen van het onderzoekteam zoals hier gebeurd is.  Er zijn minutenlange sequenties te besparen op beelden van diverse  aankomsten en vertrekken van de teamleden ten gunste van een filmische uitleg van de gebruikte technieken en vergelijkingsstrategieën.
Ik adviseer dan ook de lezers het boek van Roger Marijnissen vooraf te raadplegen en vooral het overzicht van de Bosch-problematiek daarin.  Daaruit blijkt dat naast de 25 onbetwiste (?) Bosch-schilderijen er meerdere al heel lang betwist worden en waarom dat zo is en waartoe men indertijd heeft besloten. Die informatie kan dan naast de nieuwste analyses gelegd worden als die door het Bosch Research and Conservation Project gepubliceerd worden. In elk geval zal een goed ingelezen en voorbereide bezoeker meer van het werk van Bosch begrijpen dan na het zien van deze documentaire.

Middelburg, 3 februari 2016.


Naam: Jheronimus Bosch, touched by the devil
Productie: Pieter van Huystee Film
Regie: P. van Huystee
Jaar: 2015
Duur: 87 minuten
Soort: Documentaire (kleur)
Taal: Nederlands, Spaans, Italiaans, Engels met Nederlands ondertiteling
Gezien: 31 januari 2016




vrijdag 29 januari 2016

JEROEN BOSCH-JAAR 2016 BEGONNEN (1/4)



   HIËRONIMUS BOSCH SCHILDER VAN HET MIRAKEL  (1/4)

Leen Moelker
1  Inleiding
Jheronimus Bosch is bekend geworden om de kleurrijke raadselachtige schilderijen die hij tijdens zijn leven (*? 1450 - † 9-8-1516) in Den Bosch en elders heeft gemaakt.
In verband met  de herdenking van Bosch’ dood, vijfhonderd jaar geleden, worden in 2016 veel activiteiten georganiseerd.
Op 19 december 2015 is feitelijk het Jheronimus Bosch-jaar geopend met een tentoonstelling in het Stedelijk Museum in ’s Hertogenbosch onder de titel The Fish Pond song. Vervolgens opent het Noord-Brabants Museum op 18 februari 2016 de tentoonstelling Jheronimus Bosch, visioenen van een genie. Het Natuurmuseum Brabant toont vanaf 1 april 2016 werken van Bosch onder de titel Dieren van Jeroen Bosch.
Ter introductie van alle activiteiten is een documentaire gemaakt over het jarenlange wetenschappelijk onderzoek dat ter gelegenheid van 500 jaar Jheronimus Bosch wereldwijd is uitgevoerd.
In deze bijdrage ligt het accent op die documentaire. Maar ter nadere kennismaking met de schilder wil ik Jheronimus Bosch eerst beter introduceren.
2  Beknopte biografie
Jeroen Bosch kwam uit een schilderfamilie. Zijn afkomst laat zich als volgt schetsen[1]:
 Jheronimus Bosch en zijn naaste grootouders
Geslacht I       Thomas van Aken † voor 1426
Geslacht II      Jan van Aken den maelre  † zomer 1454 getrouwd met Katelinen
Geslacht III      Hubrecht † 1465  x  Luytgart Hendrikd. Willems van den Perre †voor 1447
                    IIIA Thomas die maelre (vermeld in1447)
                        IIIB Goossen die maelre vermeld in1448 x Aleit Claes Everits
                        IIIC Jan die maelre x Lysbeth Goyaert die Coninck
                        IIID Anthonius die maelre († voor 1480) x Aleit van der Mynnen (1) x                                                                                                                                     Mechteld (2)
Geslacht IV     IIID1 Hiëronymus (ca 1450 – 1516) x Aleit vanden Meervenne †(1522/23)
                        IIID2 Jan † 1498/99
                        IIID3 Goossen maelder (†1497) x Kathelijn > Jan, beeldsnijder
                        IIID4 Katherijn † voor1480?;  vermeld op 5 april 1474
                        IIID5 Herberta  vermeld in 1481
De informatie over de leefomstandigheden van de familie Van Aken/Bosch is tot nu toe (2015) karig gebleven. Over data is geen zekerheid te geven en wat we weten is afgeleid uit documenten (financiële transacties, huurovereenkomsten, pachtzaken, opdrachten enzovoorts) die mogelijk slaan op deze familie. Misschien zal het recente wetenschappelijk onderzoek en daarvan met name het dendrochronologische onderzoek naar de antecedenten van het Bosch’-oeuvre, een nieuw licht werpen op bepaalde schilderijen.[2] Het is niet uitgesloten dat zekere toeschrijvingen ter discussie worden gesteld. En wie weet volgen er nog verrassingen.
3  De voorlopige status quaestionis (2007)
Roger Marijnissen heeft in 2007 de Bosch-problematiek opnieuw geactualiseerd, wat tot een tamelijk omvangrijk overzicht van de heersende meningen over dat oeuvre heeft geleid. 
Wat is er zo moeilijk aan de duiding van schilderijen van Jheronimus Bosch?  Ten eerste is dat de toeschrijving: heeft Bosch een werk zelf geschilderd, heeft hij de regie gevoerd of is het werk door leerlingen of navolgers vervaardigd?  Nu zijn dit vragen die voor ieder werk gesteld kunnen worden. Maar bij Bosch stuiten we dan op de moeilijkheid dat wij onvoldoende ondersteunende documentatie hebben. Op welke grond is een ondertekening aan Bosch toe te schrijven? Van slechts vijf schilderijen menen we zeker te weten dat ze door Bosch zelf geschilderd zijn.[3]
Ten tweede is het de moeilijkheidsgraad in de ouderdomsbepaling die de juiste interpretatie beïnvloedt. Zijn de technieken wel toereikend en leiden ze tot een betrouwbare conclusie? Zo wordt van de dendrochronologische analyse veel verwacht. Het is echter al heel wat als van een drager een jaartal terminus post quem (vroegste datering) of van een werk de  terminus ante quem (laatste datering) kan worden bepaald.[4]
Een derde probleem is de echtheid, hoe kunnen we bepalen dat een schilderij door de hand van Jeroen Bosch zelf is ontstaan. Röntgenonderzoek (gericht op de verflagen) en infraroodreflectografie (gericht op de schetsen of  ondertekeningen)  maar ook stereomicroscopie (verfmonster onderzoek)  dragen wel bij aan de beantwoording van de vraag naar authenticiteit, maar geven geen uitsluitsel.
Op grond van deze technieken is volgens Marijnissen [5]inmiddels een aantal toeschrijvingen aan Bosch betwist. Het betreft:
De Doornenkroning                Drager dateert van 1525                   Escorial (Spanje)
De Bruiloft van Kana              Drager dateert van 1544-1553         Boymans v. B. Rotterdam
De Geboorte van Christus      Drager dateert van 1563                   Wallraf-Richartz M. Keulen
De Keisnijding                        Drager van 1520 (is Bosch kopie)     Prado Madrid
De temptatie van Sint-Antonius Drager 1462 t.p.q. Mogelijk echt Prado
De Temptatie van Sint-Antonius Drager 1486. Kopie 70x115         Prado Madrid
(dit schilderij is een kopie van het werk in het Rijksmuseum Amsterdam (63x82) dat ook niet tot de oeuvrecatalogus van Bosch behoort)
Het laatste Oordeel (triptiek) Drager 1486 wellicht origineel        Brugge, Groeningemus.
De aanbidding der wijzen  Drager 1472 maar kleding van 16e eeuw M.E.T. New York
De Kruisdraging en de Zeven Hoofdzonden (Gent, respektievelijk Madrid)
Op dezelfde wijze worden ook tekeningen van  Jheronimus Bosch beoordeeld en ook daarbij geldt dat er betwiste en eigenhandig gemaakte Bosch-tekeningen voorkomen.
Ook moet worden opgemerkt dat via fragmenten en inventarislijsten bekend is, dat er werken van Bosch verdwenen zijn. 
4  De documentaire
Marijnissen spreekt in zijn hier aangehaalde bijdrage aan de Boschproblematiek (2007) onder andere de wens uit dat het in het Boschjaar in 2016 komt tot “.. een systematisch en coherent wetenschappelijk onderzoek van het gehele oeuvre, ruimer dan de studie van Garrido en Van Schoute (2001), die overigens als vertrekpunt zeker bruikbaar is.”[6] 
In de documentaire volgen we de wetenschappers die aan dit onderzoek een extra impuls hebben gegeven.
Ik zal in document 2/4 hierover verslag doen.

Middelburg, 3 februari 2016

                       


[1] Roger H. Marijnissen, Peter Ruyffelaere, Hiëronimus Bosch, het volledige oeuvre, (Mercatorfonds Antwerpen 1999)11.
[2] Dendrochronologisch onderzoek berust op de analyse van de houten drager waarop een schilderij is aangebracht. Inmiddels is bekend dat in Nederland vooral eikenhout werd gebruikt, in Italië populierenhout, in Duitsland grenenhout, linden- en eikenhout. Een boom(stam) bestaat uit kernhout, spinthout net onder de bast en de bast. Tijdens de groei  wordt de boom dikker en laat een spoor achter in de vorm van een jaarring. Bij minimaal 75 jaarringen (plankbreedte is dan 10 cm) van het kernhout is de ouderdom globaal te bepalen. Het zachtere spinthout heeft statistisch gemiddeld 15 jaarringen maar is wegens de mindere hardheid meestal verwijderd. Is het wel aanwezig dan is de ouderdom vrij goed te bepalen.  Klimatologische invloeden werken in op de breedte van de jaarringen. De jaarringen worden geteld door een microscoop en vergeleken met de patronen van bomen van bekende ouderdom (referentiemateriaal).
[3] Ibidem 15. Het zijn Kruisdraging (Paleis Madrid), Aanbidding der Koningen (Prado Madrid), Zeven Hoofdzonden en de Vier Uitersten (Prado Madrid), Doornenkroning (Escorial) en Tuin der Lusten (Prado Madrid).
[4] Bijvoorbeeld: het schilderij moet gemaakt zijn in de tijd van de schilder. Bij het dendrochronologische Bosch-onderzoek is vaak gebleken dat de drager van na die tijd dateert!
[5] Roger Marijnissen, De Hiëronymus Boschproblematiek sinds 1985 (Antwerpen 2007) XIX.
[6] Ibidem xxxv

BOEUF Á LA BOURGUIGNONNE

Leen Moelker
AUGUSTE ESCOFFIER (1846-1935) was een beroemde Franse kok aan wie we de internationale keuken te danken hebben.
Hij ontwikkelde allerlei volksgerechten naar het niveau van de haute cuisine en sommige zijn zelfs onsterfelijk gebleken.
Het zijn de Tournedos Rossini, Pêche Melba, Poire belle Hélène, Crèpe Suzette en.... Boeuf à la bourguinonne.
Omdat mijn bijdragen aan dit weblog doorgaans aan de serieuze kant zijn, is het deze keer wat frivoler. Ik ga dit recept van OKOKO-recepten morgen zelf uitproberen. Veel succes als u mij daarin volgt. 




 Boeuf Bourguignon (klassiek)
4
personen
0
min voorbereiden
3:30
uur bereiden
0
min wachten
waardering 7.8
Hoofdgerecht • Vlees • Frans
bevat per portie
750 kcal • 51 g eiwit • 51 g vet • 23 g koolhydraten
ingrediënten
•75 g boter
•2 eetlepels olijfolie
•750 g doorregen runderlappen, in grove blokken
•16 sjalotjes, grote sjalotjes gehalveerd
•2 winterwortels, in blokjes
•200 ml vleesfond
•500 ml volle rode wijn
•2 laurierblaadjes
•2 takjes tijm
•2 takjes peterselie
•2 teentjes knoflook
•150 g spekblokjes
•250 g kleine champignons, gehalveerd
bereiden
Verwarm de oven voor op 160 °C. Verhit 50 g van de boter met de olie in een ovenvaste braadpan. Bak het vlees rondom bruin en leg het op een bord. Bak de sjalotjes en wortel ca. 2 minuten in het bakvet. Voeg de fond en wijn toe en breng het geheel aan de kook. Bind de laurierblaadjes met de tijm en peterselie bij elkaar met keukengaren. Voeg het vlees met de kruiden en knoflook aan het vocht toe. Voeg zout en peper naar smaak toe. Stoof het vlees afgedekt in de oven in ca. 3 uur gaar. Schep het af en toe door en doe er eventueel nog een scheut wijn bij om te voorkomen dat het te droog wordt. Bak de spekblokjes in 25 g boter in een koekenpan zachtjes uit. Bak de champignons ca. 3 minuten mee. Schep dit mengsel door de boeuf en stoof het gerecht nog een kwartiertje. Lekker met aardappelpuree en sperziebonen.
extra benodigd
Keukengerei

dinsdag 1 december 2015

PAPEGAAI VLOOG OVER DE IJSSEL (Kader Abdolah), een verhaal over vluchtelingen en weldoeners



¢ RECENSIE
BEKNOPTE ANALYSE VAN PAPEGAAI VLOOG OVER DE IJSSEL (Kader Abdolah)

Titel: Papegaai vloog over de IJssel
Auteur: Kader Abdolah
Uitgever: Prometheus
Jaar: 2014
ISBN: 978 90 446 2582 0
Gebonden
Prijs  19,90
Datum beoordeling:           13 november 2015
Leen Moelker (BA)


 Leen Moelker
Nog nooit is de ontreddering over de wandaden van terroristen op zo grote schaal en met zoveel intensiteit beleefd als in 2015. Europa bereiken is de droom van miljoenen Syriërs, Afghanen, Eritreeërs en andere Afrikanen. Velen van hen komen om tijdens een barre tocht naar ‘het beloofde land.’  Maar desondanks slagen honderdduizenden erin hun bestemming te bereiken en hopen dan zonder uitzondering op een gelukkig bestaan in een nieuwe omgeving.
Kader Abdolah is een van hen geweest als vluchteling uit Iran. In geen ander tijdsgewricht past zijn boek zo naadloos aan bij de maatschappelijke problemen die een overvloed van asielzoekers  uit het Midden-Oosten in Nederland in 2015 met zich brengt.
Hoe vergaat het een asielzoeker als statushouder? Hoe burgert hij in? Welke draagvlak is er voor een vreemdeling in een dorpse samenleving? Dat zijn de vragen waarop het boek een antwoord lijkt te zoeken en te geven. Maar doet het dat ook?

1  Korte inhoud
‘Mehmed Kamaal’ arriveert per vliegtuig  met zijn doodzieke dochtertje op Schiphol om in Nederland asiel aan te vragen. Uit Iran afkomstig, wendt hij de status van Koerdische vluchteling voor om tijdige medische hulp te kunnen vinden voor de dove hartpatiënte Tala, zijn kind.
Via een opvangcentrum belanden ze in Zalk, bij Zwolle. Mehmed is automonteur van beroep en hij zoekt daarom werk in die branche. Een garagebedrijf ziet wel wat in hem. Hij tikt een oude  Ford Vedette uit 1950 op de kop en met hulp van enkele helpers begint hij aan een restauratieprogramma.
Hij vindt onderdak in het huis van de vroegere koster van de kerk en de dominee treedt  op als zijn beschermer. Intussen cirkelen er allerlei vrouwen om hem heen. Pari, ook een vluchtelinge, Lina de tolk, die haar ouders heeft laten overkomen en die meer voor hem doet dan vertalen, Catharina, een vrijwilligster van de kerk die een nieuw leven tracht op te bouwen na een stormachtig verleden, Iris van het café en Klazien, de kruidendokter, vrijwilligster Nancy van Dam. Veel vrouwen zijn gescheiden of voelen zich eenzaam.
Mehmed ontpopt zich als klusjesman voor de buurt. Op een ongelukkig moment krijgt Tala een aanval en overlijdt. Ze wordt op de plaatselijke begraafplaats begraven.  Mehmed volgt de voorgeschreven regels voor de rouw uit de Koran samen twaalf oude mannen die ook als vluchteling  een bestaan zoeken. Een ervan is Khalid die zich inmiddels nuttig maakt als kunstschilder en restaurateur.
De vrouwen rondom Mehmed geraken in allerlei ingewikkelde relatiepatronen met andere vrouwen of mannen die soms op een eenzaam gelegen boerderij wonen. Mehmed wordt daar ook bij betrokken, maar hij houdt de boot – een beetje – af.
Het leven gaat verder, ook als er nog enkele dramatische gebeurtenissen zijn gepasseerd. Er komt er een nieuwe stroom vluchtelingen aan. Ten slotte voltrekt het leven zich in de orde van alle dag waarin nu eens dit en dan weer dat gebeurt.
2  Bespreking
Er is een algemene verteller die het verhaal vertelt. Het boek bevat 446 bladzijden en de tekst is verdeeld over 69 hoofdstukken, waarvan de laatste blanco is. De Tijd-Ruimte situeren we in Nederland, Zwolle en omstreken, net na de eeuwwisseling, 2002 en later.
De hoofdpersoon is Mehmed Kamaal, althans die identiteit heeft hij meegekregen uit Iran van een mensensmokkelaar. In zijn land was hij een geslaagd automonteur en vrouwenversierder. Op een dag legde een onbekende moeder ‘zijn dochter’ op de stoep van het ouderlijk huis. Ze bleek hartpatiëntje en doof te zijn. Na een tijd besluit Mehmed medische hulp te zoeken in het buitenland en zich daarbij voor te doen als Koerdische vluchteling.
Ze arriveren in Nederland en krijgen, wonder boven wonder, toch de status van vluchteling.  In de literatuur gaat het echter niet om de feiten, de werkelijkheid, maar om de mogelijkheden. Het is minstens opmerkelijk, zo niet nauwelijks te geloven, dat het Mehmed  gelukt om een verblijfsvergunning te krijgen en dat zijn pseudo-identiteit voor zoete koek wordt geslikt.
Dat de kerk een instituut vol mededogen kan zijn blijkt duidelijk uit de manier waarop Mehmed in die Overijsselse dorpse gemeenschap wordt opgevangen. Echter, de auteur had er beter aan gedaan de Nederlandse kerkgeschiedenis een minder prominente plaats te geven in zijn verhaal. Hij verwart ‘ zwaar gereformeerd’ met hervormd (bladz. 44 en 381) en bovendien spreekt men in een protestantse kerk niet over altaar, wel over een avondmaalstafel.
Kader Abdolah is een verhalenverteller, zoals ook blijkt uit zijn boek De boodschapper. Daarin lardeert hij een oosterse  geschiedenis met verwijzingen naar de westerse cultuur.  En in Papegaai over de IJssel  doet hij dat nog eens flink over. Want het belangrijkste personage is Mehmed, een Iraniër die als oosterling in de westerse samenleving wil integreren. Niet alleen blijkt ook hier de Bijbel een bron van intertekstualiteit (o.a. 313). De auteur gebruikt ook kunstwerken uit de canon van de Nederlandse kunst- en literatuur  (235 en 383) in deze geschiedenis.  Op meerdere plaatsen vind ik het inlassen van een iconisch gedicht of lied onvoldoende passen bij de opgeroepen sfeer. Zo zingt de heer Bordewijk op bladzijde 269 spontaan de adventshymne – ‘k Lag machteloos gebonden – als reminiscentie aan het oude nonnenklooster.  De associatie tussen nonnen en een puur protestants lied uit de 17e eeuw  kan hier alleen maar schertsend zijn bedoeld want de nonnen zullen dit zeker niet gezongen hebben. Citeren van de legende van de middeleeuwse Beatrijs  zou hier meer betekenis hebben gehad voor het doel van Bordewijk, namelijk om een middeleeuwse sfeer op te roepen.
Sommige van de zeer veel intertekstuele elementen[1] vind ik weinig functie hebben in het verhaal. Die lijken geforceerd in de tekst te zijn opgenomen. Hoewel, ik vind het persoonlijk altijd fijn om een oud begrip in een nieuw verhaal tegen te komen.  Het gedicht  Herinnering aan Holland van Marsman bijvoorbeeld kan terug verwijzen naar het ‘gesprek’ tussen de rivier en de vrouw van de kolonel.  Maar de poging van Pari om dit gedicht uit het hoofd te leren komt voor mij uit de lucht vallen. Mogelijk dat zij zo haar waardering voor het typisch Hollandse landschap wil uiten, maar dat is dan wel weer erg clichématig.
Dit brengt mij bij de esoterische kwaliteit van het boek. Want het verhaal ademt onmiskenbaar  een oosterse sfeer uit. De noodzakelijk aan te nemen leeshouding  zal westerse lezers herinneren aan het magisch realisme van Hubert Lampo. Praten met de rivier, plotseling opduikende papegaaien die een boodschap schijnen over te brengen,  onverklaarbare gebeurtenissen en  boomrituelen dragen daartoe bij. 
Vraagt de raadselachtigheid ons soms om een aangepaste leeshouding, de stijl doet dat beslist niet. De verteltijd per hoofdstuk is kort mede omdat eenvoudig Nederlands wordt gebruikt. Daarentegen is de vertelde tijd nogal verschillend. Het tijdsverloop van de geschiedenis is soms uitgesproken traag met veel details. Een voorbeeld is hoofdstuk 15 (bladz.88) waar niet alleen verwezen wordt naar de Nederlandse jeugdliteratuur maar zelfs een compleet citaat uit een Jip en Janneke- verhaaltje is opgenomen.[2] Dan weer maakt de vertelde tijd sprongen vooruit zoals op bladzijde 417: “Ze wachtten dus tot nog meer seizoenen kwamen en gingen.” Door die verschillen – enerzijds  veel details met traag tijdsverloop, anderzijds ellipsen – wordt de vertelling nogal schokkerig.
De introductie van steeds weer nieuwe personages is best interessant maar hun belevenissen zijn dat doorgaans niet. Zij leven het doodsaaie leven van doorsnee burger en dus ook van een integrerende oosterse vluchteling in de westerse samenleving. Of ze raken verwikkeld in een voorspelbare situatie met relatieproblemen, soms hetero- , soms homo-erotische.  Ik noem het ‘doodsaai’ omdat er zoveel details worden gegeven over dingen waarover men normaal nauwelijks spreekt maar die in een leven nu eenmaal automatisch gebeuren en iedereen kent.
De structuur van het boek bevat de bekende elementen: een opdracht, een motto, enkele inlassen, hoofdstukindeling en een geografische situatiekaart.  De hoofdstukken zijn kort gehouden waardoor snelle perspectiefwisseling mogelijk is.
3. Eindoordeel
Ik wil niet verhullen dat het mij moeite heeft gekost het boek uit te lezen. Mijn verwachting was kennelijk te hoog gespannen. Hoewel Papegaai over de IJssel een roman is, viel het toch niet mee de mogelijkheid van sommige gebeurtenissen te aanvaarden. De slordigheden in de tekst alleen al riepen bij mij vragen op over de correctheid van de tekst in historische zin. Op zich is het natuurlijk een bijzondere prestatie om als Iraniër een roman te kunnen schrijven in een taal ‘die van Mars komt.’ Aan dat soort vergelijkingen echter, zoals taal die van Mars komt,  ontbreken de typische Nederlandse taalnuances. En als een klein meisje binnen één week les op een dovenschool in een vreemde taal de lippen van de garagehouder kan lezen in het Nederlands, dat is al te wonderbaarlijk. Verder zou een vertaling van het gebed op bladzijde 305 hebben kunnen bijdragen aan de begrijpelijkheid van de tekst.
Maar omdat de tekst verder eenduidig is lezen we hem met gemak. In een bepaald opzicht kunnen lezers zich best wel identificeren met een personage dat hunkert naar geluk of  treurt over het verlies van een kind. Door de vertelsituatie houdt de algemene verteller het initiatief.  Hij vertelt OVER  de personages en focaliseert ze nauwelijks. Zelfs in dialogen blijkt de beslissende rol van de ras verteller Kader Abdolah. Hìj vertelt. Daardoor ontstaat een nadeel, namelijk het bezwaar dat je als lezer niet doordringt tot het karakter van de personages. Zelfs van de hoofdpersoon Mehmed kom je niet precies te weten hoe hij zich voelt – verdrietig, gelukkig, blij, bang – en wat hem op de been houdt. De vertelling gaat over zijn gedrag – wat hij doet, waar hij heen reist, wie hij bezoekt, hoe hij rouwt met zijn vrienden – en daarom vind ik dat de psychologische functie van literatuur hier tekort wordt gedaan. “Mehmed lag drie dagen verdrietig in bed”( bladz.251) staat er dan en verder gaat het verhaal. Onderhoudend is het allemaal wel, en ook dàt is de bedoeling van literatuur.
De vragen die over dit boek in de inleiding gesteld zijn, kunnen nauwelijks worden beantwoord.  Anders dan in het boek Pristina van Toine Heijmans  krijgen we geen plausibel beeld van hoe geïntegreerde asielzoekers functioneren. Er blijven veel vragen open, bijvoorbeeld hoe Mehmed zich onder een valse identiteit toch in Nederland kan handhaven? Zijn de instanties dan zo naïef?  Hoe leerde hij de Nederlandse taal? En waar? De auteur heeft ervoor gekozen om hem zomaar in de gemeenschap te laten opnemen en daar te doen functioneren.  Als een stereotype asielzoeker kan Mehmed dan ook niet dienen, daarvoor weet hij  te vaak en te goed de asielprocedures te omzeilen. Dat tast de geloofwaardigheid aan.
Samenvattend gesteld zou ik dit boek willen karakteriseren als een poging om de integratie  van  Aziatische vluchtelingen in Nederland te schetsen. Daarin is Papegaai over de IJssel volgens mij niet helemaal geslaagd. Want de karakters vind ik onvoldoende uitgewerkt om ze als stereotypes van een vluchteling te kunnen aanvaarden.  Misschien is de oosterse vertelstijl hier debet aan. In oosterse verhalen worden aan gewone dingen soms bijzondere betekenis gehecht.  Ontegenzeggelijk is die esoterische sfeer uit Azië in het boek aanwezig. We vernemen vooral  vertellingen over het gedrag en niet over de psyche van de personages en we kunnen daaruit afleiden dat ze op zoek zijn naar geluk, vrede en een veilig thuis.   Ik neem de slordigheden even voor lief maar dan nog vind ik dat  de auteur zijn verhalen beter in het Midden-Oosten kan situeren. Ik wil wel toegeven dat de samenleving in Nederland door de asielzoekers onder invloed staat van cultuurvermenging. Als dat de boodschap van het boek is, dan is het niet zo vreemd meer dat papegaaien een bijna mystieke rol in een Nederlands dorp krijgen toebedeeld.   Papegaai vloog over de IJssel heeft mij niet geraakt en nauwelijks geïnformeerd over het psychologische proces waaraan integrerende vluchtelingen zijn blootgesteld. Hun geschiedenis bestaat uit een serie belevenissen die op dezelfde saaie wijze verder gaan als eerder en zoals het blanco gelaten hoofdstuk 69 suggereert.
Middelburg, 13 november 2015



[1] Impliciete verwijzingen zijn er naar de film Hable con Ella, de moord op Theo van Gogh en Pim Fortuyn, de homo-scene, Klazien de kruidendokter, de schilder Van Gogh, schilder Isaac Israëls, de Nederlandse vluchtelingenpolitiek, importbruiden, Koran, Bijbel, droomduiding, opkomst populisme (Wilders?), gedichten uit de Nederlandse literatuur , Arabische teksten.
[2] Kader Abdolah heeft onder andere Nederlands geleerd via de boeken van Annie M.G. Schmidt w.o. Jip en Janneke. (Knap hoor!) https://nl.wikipedia.org/wiki/Kader_Abdolah.