dinsdag 31 januari 2017

Analyse van het prijswinnende boek RIVIEREN (Martin Michael Driessen ECI-prijs 2016)


            Analyse van de verhalenbundel RIVIEREN
       (Martin Driessen, ECI Literatuurprijs 2016)


Leen Moelker          


Titel:  RIVIEREN
Auteur: Martin Michael Driessen;
Jaar:      2016;
Uitgever: Uitgeverij Van Oorschot, Amsterdam;
Druk: 6e druk november 2016;
ISBN: 9879028261303;
Prijs: 17,95  garenloos gebrocheerd;
CPNB: Geen notering week 2/2017;
Aantal bladzijden: 140;
Beoordeeld te
Middelburg: 20 januari 2017.

De jury van de ECI Literatuurprijs 2016 heeft gesproken. Niet Connie Palmen met “Jij zegt het”, noch Arnon Grünberg met “Moedervlekken” maar Martin Driessens “Rivieren” werd als winnaar uitgeroepen. De jury bestond dit jaar uit Louise O Fresco (voorzitter RvB Universiteit Wageningen), voorzitter, met een groep schrijvers/recensenten bestaande uit De Vries (Groene Amsterdammer), Van Riet (De Standaard), De Jong (De Telegraaf), Serdijn (de Volkskrant) en Gielis (De Standaard).[1] Wat zijn de bijzonderheden van ‘Rivieren’ en wie is de auteur Martin Driessen? Hoe kunnen we dit boek interpreteren? Dat soort vragen wil ik beantwoorden in de onderstaande analyse.


1 Korte inhoud

1.1 Eerste verhaal “Fleuve sauvage. Alles führt zu nichts

Een acteur, gehuwd en een volwassen zoon, heeft een drankprobleem en is gewelddadig. Om met dit leven definitief te breken onderneemt hij een vijfdaagse kanotocht over de rivier de Aisne. Hij begint in Sainte-Menehould en drijft via Autry verder stroomafwaarts naar Vouziers. Ergens op zijn route werpt hij zijn halfvolle fles Merlot en later de net aangebroken fles whisky van zich, de rivier in. Zijn nieuwe leven kan beginnen.
Intussen valt er overvloedige regen en de rivier zwelt op. In het donker landt hij aan op een schiereilandje. Dan gebeuren er onverwachte dingen waardoor zijn levensreis een wending neemt.

1.2 Tweede verhaal “ De reis naar de maan. Das Leben ein Traum.”                               

In het Duitse Walreuth, gelegen in het Frankenwald boven Nürnberg, wonen Julius Durlacher en Konrad. Julius’ vader is een houttransporteur die de houtkap tot vlotten laat samenvoegen op de rivier de Wilde Rodach. Door middel van ‘vlotters’ laat hij de boomstamvlotten op de stroom naar de zagerij geleiden, of via diverse rivieren overbrengen naar onder andere Nederland. Konrad hoopt ooit een bekende ‘vlotter’ te worden, compleet met de kenmerkende oorring en rode zakdoek. Julius is voorbestemd om het bedrijf over te nemen. De jongens ontmoeten elkaar bij de eerste praktische lessen van Julius’ vader waarna Konrad wordt ingeschakeld bij de vlotvaart. Ze dromen ervan ooit samen de tocht met een houtvlot over de Rijn naar zee te volvoeren.
Konrad en Julius zijn heel verschillend van persoon en gedrag. Konrad heeft slechts een paar boeken van Jules Verne die hij steeds herleest. Ze zijn een geschenk van de intellectuele Julius die zich overigens steeds sterker als toekomstige bedrijfsleider en als Konrads baas manifesteert. Julius beweegt zich, uiterst verzorgd, in de hogere kringen, Konrad mengt zich onder het werkvolk. Konrads zelfbeeld is laag, dat van Julius passend bij zijn hoge ambities.
Zijn ambitieuze aard blijkt bijvoorbeeld uit het idee om de vlotten te veranderen in enorme ‘vrachtschepen’ voor het transport van allerlei waren, zodat die op de route verhandeld kunnen worden.  Maar de oorlog (WOI) gooit roet in het eten en Julius trekt ten strijde. Konrad blijft vlotter, hij houdt niet van oorlog. Bovendien wordt zijn baan bedreigd door de opkomst van de stoomsleepvaart en houdt hij van zijn werk.
Ouder geworden besluit Julius – na de oorlog officieel bedrijfsopvolger – om een buitensporig groot vlot te bouwen (40x400 meter met 198 vlotters aan boord) en daarmee de Nederlandse markt voor heipalen te bereiken.  Uiteindelijk varen ze uit om hun droom te verwezenlijken en vertrekken ze vanuit het havenbekken van Höchst bij Frankfurt via de Main en de Rijn op weg naar Holland.
In Koblenz neemt Julius (40 jaar inmiddels)  Konrad mee naar een bordeel. Maar Konrad is daar niet van gediend: hij laat alles achter en gaat te voet verder, langs de Rijn naar het Noorden. De jaren gaan voorbij, terwijl Konrad de kost verdient met tijdelijk werk[2], en hij ten slotte in Duisburg terecht komt. Daar ontmoet hij in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog wederom Julius, die op een vlot achter een stoomsleper op de vlucht is voor het naziregime. Konrad voegt zich bij Julius en ze laten zich op het houtvlot naar Nijmegen slepen. Vandaaruit brengen ze het vlot over de Waal en de Merwede, naar zijn bestemming Dordrecht. Maar daar besluiten ze door te varen over de Oude Maas naar de Nieuwe Waterweg bij Rotterdam.  Dan doet Julius een bekentenis. De zee is in de verte al te zien. Amerika lonkt….   


Fig.1 Horch 12/28 PS Phaeton 1911.  Foto http://www.traumautoarchiv.de/html/4366.html  2 februari 2017. (zie 16 Intertekstualiteit onder b1, Techniekgeschiedenis).


1.3  “Pierre en Adèle. Er wird rein durch Feuer, Wasser, Luft und Erden”

Pierre Corbé en Adèle Chrétien kennen elkaar al vanaf de kindertijd. Het waren buurkinderen die soms met elkaar speelden ondanks dat Pierre protestant en Adèle katholiek was. Maar hun families leefden al generaties lang in onmin over de erfgrens. Die bestaat namelijk uit een beek met een grillige stroming. Daardoor varieert het areaal aan grasland voor hun beider kuddes koeien, runderen geiten en schapen.  De families twisten voortdurend over elkaars grondgebied omdat de rivier  regelmatig de bedding verlegt. Het voordeel van de een is het nadeel van de ander. Ze hebben een bemiddelaar, het notariskantoor van Eduard Salomon uit Lorient dat al generaties lang het conflict begeleidt.
Pierre blijft ongetrouwd terwijl Adèle zich in een huwelijk begeeft met Corentin Berthou, een rijke maar onbehouwen en opportunistische dwarsligger. Als haar man na de oorlog gevangenisstraf heeft wegens collaboratie, komt zij met Pierre overeen een voorstel van Salomon te accepteren en ruilen ze van grondgebied. Als Pierre met zijn tractor bij een oude Merovingische gebedsplaats vast komt te zitten, blijkt de tumulus van grote archeologische waarde te zijn.  Corentin Berthou is dan inmiddels weer vrij man en bindt direct de strijd om de rechten op de vondsten aan. Zijn dochter Marie-France doet een poging hem daarbij te helpen maar dan gebeuren er onverwachte dingen. En als Pierre er niet geweest was…   

2  Biografie

Martin Michael Driessen werd geboren op 19 april 1954 in Bloemendaal in een gezin met een Nederlandse vader en een Duitse moeder. Hij volgde de HBS aan het Montfortcollege in Rotterdam en studeerde enige jaren Geschiedenis en Sanskriet aan de Universiteit van Amsterdam. In 1979/80 begon hij aan een studie Theaterwetenschappen aan de Ludwig Maximiliaan Universiteit in München. Hij werd acteur en vandaaruit regisseur van operavoorstellingen. Door zijn relatie met veelal de klassieke opera is Driessen een kenner van muziek en wereldliteratuur. Omdat hij minimaal tweetalig (Nederlands-Duits)  is,  vertaalde hij werken in die talen onder anderen van Vondels Lucifer (1997). Aansluitend componeerde hij zijn debuutroman Gars, wat hem een nominatie voor de AKO-literatuurprijs opleverde (2000). Er is inmiddels werk van hem vertaald in het Italiaans, Duits, en Hongaars. In 2006 verhuisde hij naar Nederland en woont sindsdien in een woonark bij Puttershoek. Momenteel is hij bezig aan het boek dat de titel zal krijgen De Pelikaan. Dat zal weer niet uitgegeven worden door zijn vriend Koen van Gulik van de Wereldbibliotheek. Van Gulik gaf  Driessens Vader van God uit maar vanwege het behoud van hun vriendschap adviseerde Van Gulik hem later naar Uitgeverij Van Oorschot over te gaan.  Het boek Rivieren is aan Koen van Gulik opgedragen.

3 Mens- en levensbeschouwing[3]

Martin Driessen is een verzoeningsgericht mens. Hij observeert bewust en met interesse de gebeurtenissen in de wereld en probeert die betekenis te geven.
Driessen acht het niet gewenst veel rijkdom te vergaren omdat bezit afleidt van de persoonlijke doelstellingen. Meer nog, hij houdt van een sober leven want dat is goed voor de concentratie.  Die eenvoud wil hij ook in zijn schrijfstijl laten zien: hij heeft een afkeer van stilistische bombast. Als schrijver heeft hij een grote sympathie opgevat voor de Bijbelverhalen omdat die de essentie van het menselijk bestaan vertolken. De Bijbel is voor hem een denksysteem – net als astrologie – en God is de mooiste metafoor van alle tijden. De oude verhalen zijn voor hem geen openbaring van God maar gewoon literatuur. Die zijn vormend voor de mens omdat ze voorbeelden aandragen van wat goed en fout is, licht en donker, liefde en haat.  Zijn verhuizing naar Nederland had te maken met zijn wens de Nederlandse taal dagelijks te praktiseren tijdens zijn werk als schrijver van romans en scenario’s.  Acteur zijn en het schrijverschap beoefenen zijn totaal verschillende beroepen. Een acteur staat letterlijk in de schijnwerpers waar een schrijver in eenzaamheid worstelt met zijn teksten.
Driessen zal zich niet gauw op de borst kloppen of zich naar voren dringen in de publiciteit. Hij werkt in stilte en langzaam ter wille van de zeggingskracht van zijn teksten. Kenmerkend hiervoor is de openingsvraag van het interview in het tv programma Kunststof ‘waarom  kennen zo weinig mensen Martin Driessen’?



4 Het werk van Martin Driessen

Driessen heeft een groot deel van zijn leven aan het theater gewijd. In samenhang daarmee moet zijn uitgebreide kennis van toneelteksten worden gezien. Op zijn website is een


overzicht opgenomen van zijn producties en verrichtingen, waaruit ik de vertalingen en boeken heb geselecteerd.[4]
VERTALINGEN
Voor S. Fischer Verlag:
Der Wahre Held/Synge
Deirdre, Königin der Schmerzen/Synge
Der Ritt zum Meer/Synge
Die Pennerhochzeit/Synge
Die Quelle der Heiligen/Synge
Im Schatten der Schlucht/Synge

Der Hüter des Abendlandes/Barry
Die Madonna von Sligo/Barry
Die Einzig Wahre Geschichte der Lizzy Finn/Barry
Stolz und Ehre der Parnell Street/Barry

Vera oder die Nihilisten/Wilde
Luzifer/van den Vondel
Vincent River/Ridley
Krindelkrax/Ridley

Old Saybrook/Allen
Riverside Drive/Allen

Das Urteil von Nürnberg/Mann
Delirium/Walsh
Penelope/Walsh

Mondphasen/SamShepard
Herzlos/Sam Shepard
Die Unerhörten/ Bruce Norris

Ballyturk/ Walsh
Voor Felix-Bloch-Erben en Theaterbiennale Wiesbaden:
Freefall/ Michael West

Have I no mouth/ Broken Talkers, Dublin
Voor Theaterbiennale Wiesbaden:
The Blue Boy/Broken Talkers, Dublin
Voor Staatstheater Oldenburg:
Der Widerspenstigen Zähmung/Shakespeare
Voor  Schauspielhaus Zürich:
How These Men Talk/Walsh

Voor de Anne-Frank-Stifung, Basel:
Anne/Durlacher, de Winter
Voor Stadttheater Bern:
The Homefront/Walsh
Fraternity / Walsh
Gentrification/ Walsh

Voor Stadttheater Köln:
Supernerds
Voor Toneelgroep Cremer:
Juno en de pauw / O’Casey
Voor Uitgeverij Wereldbibliotheek:
Een Midzomernachtsdroom/ Shakespeare

Bo/Rainer Merkel (roman)
BOEKEN
Gars, Wereldbibliotheek Amsterdam 1999
Vader van God, Wereldbibliotheek Amsterdam 2012
Een ware held, Wereldbibliotheek Amsterdam 2013
Lizzie, Wereldbibliotheek Amsterdam 2015 (met Liesbeth Lagemaat)

2017 De Pelikaan (bron: interview de Volkskrant 11 november 2017)

4.1 Prijzen




Nominatie voor de AKO-literatuurprijs 1999:
Gars
Nominaties voor de Gouden Boekenuil 2012/2013:
Vader van God  en Een ware held
Winnaar ECI boekenprijs 2016:
Rivieren
5 Literair-historische context
De literatuur staat in de eenentwintigste eeuw onder invloed van de snel opeenvolgende veranderingen in de wereldsamenleving. Die kenmerken zich door de toenemende complexiteit van de wereld waarin wij leven, de overvloedige groei aan informatie en door de snelheid waarmee meningen worden gevormd en weer verlaten. Literatuur herhaalt dat, zij het met verschil,  iconisch, symbolisch en indexicaal. Het resultaat is meer toegankelijke poëzie en sleutelromans(Ilja Pfeijffer, A. Th. van der Heijden) en complexer proza. Maar er is meer. Als een samenleving geen vaste grond onder voeten heeft juist door de snelle technologische ontwikkelingen, ontbreekt een duidelijke denkrichting, een moraal. ‘Iedereen doet maar wat hem of haar goeddunkt’ is het devies. Ook dat spiegelt de literatuur in de vele romans die elk jaar weer verschijnen. Het is goed om de huidige algemene kenmerken van literatuur  voor ogen te hebben als we de verhalenbundel van Martin Driessen beoordelen. We denken eraan
·       Dat het strikte onderscheid tussen fictie en non-fictie vervaagt. Connie Palmen noemt haar werk ‘autobiofictie’ een genre dat we ook wel bij Arnon Grünberg en Adriaan van Dis aantreffen;
·       Dat de verteller, auteur en personage  dan ook niet meer altijd aparte instanties zijn. Auteurservaringen worden als fictie verpakt;
·       Dat als niemand de waarheid kent in de samenleving dit wordt herhaald in de roman  door een veelheid aan focalisaties en standpunten door te geven. Anders dan in het Modernisme ontbreekt een moraal. “Trek zelf de conclusies maar!”
·       Dat in modern proza veel intertekstualiteit voorkomt waarin verwezen wordt naar andere teksten;
·       Dat vertellers vaak schrijver of dichter zijn (in: Jij zegt het, Oorlog en Terpentijn, Pristina) met een speciale relatie tot het onderwerp. In Pristina wordt onderzocht wat het betekent als een asielzoeker heen en weer geslingerd wordt door ervaringen van een breed gedeeld mededogen en de wettige bezwaren daartegen. Maar hoe schrijf je daar eigenlijk over?
Ook in het werk van Martin Driessen zijn deze elementen van de moderne literatuur terug te vinden; ik kom daarop nog terug.
6. Genre
 Ik classificeer  Rivieren als een verhalenbundel met de kwaliteiten van het toneelgenre drama. Omdat de auteur eigen ervaringen gebruikt – een tocht over de rivier de Aisne – en bovendien langdurig in Beieren heeft gewoond nabij de locatie uit het derde verhaal, is de inhoud van de bundel deels autobiofictie.
7  Structuur
De bundel heeft 140 bladzijden. Er zijn drie verhalen in opgenomen waarin het leven op en aan een rivier voorkomt.
Verhaal 1 Fleuve Sauvage. Alles führt zu nichts    7-30 verdeeld over 6 hoofdstukken; De titel kan vertaald worden als ‘Wilde rivier. Alles loopt nergens op uit.’
Verhaal 2 De reis naar de maan. Das Leben ein Traum   31-86; Vertaling: ‘Het leven is een droom.’
Verhaal 3 Pierre en Adèle. Er wird rein durch Feuer, Wasser, Luft und Erden 89-140; Vertaling: ‘Hij reinigt zich door vuur, water, lucht en aarde.’
De verhalen 2 en 3 bevatten geen hoofdstukken maar witruimtes en die zijn onder andere opgenomen om van perspectief te kunnen wisselen.
Bovendien fungeren in verhaal 2 cursief gedrukte delen als ellipsen waardoor de tijd een sprong kan nemen. Die zijn te vinden op de bladzijden 36, 40, 44, 48, 50, 57, 62, 74-77.
De verhalen zijn los van elkaar te lezen maar hebben wel gemeen dat de geschiedenis zich voltrekt op of aan een rivier. Die geschiedenissen ontwikkelen zich chronologisch.
8  Vertelsituatie en Perspectief
In de verhalen treedt een algemene verteller op die in de derde persoon spreekt. Maar via vele focalisaties dringen we door in de gedachten van de personages. Dat maakt het de lezer mogelijk om de karakters te beoordelen. De (zelf)dialogen die in  alle verhalen voorkomen versterken dat.
9  Stijl
De bundel Rivieren is geschreven in een zeer toegankelijke stijl. Door het gebruik van eenvoudige  woorden, korte zinnen en veel vergelijkingen voert de tekst gemakkelijk tot begrip.
In de drie verhalen komt de flash back regelmatig voor ter verduidelijking van de actualiteit. Zoals op bladzijde 15 als het personage iets over het verleden herinnert en meedeelt.
Het is wel waar dat op nogal wat plaatsen  teksten in een vreemde taal zijn gebruikt. Dat betreft soms een gevleugelde Latijnse zin (Gallia est omnis divisa in partes tres[5]) , een Franse ‘gedachte’ of uitroep (‘viens!,aidez-moi!) of opmerkingen in een Duits-Frankisch dialect. Of soms gewoon een uitdrukking als ‘business as usual.’
Wie goed in de Bijbel thuis is zal op vele plaatsen Bijbeltaal ontdekken. Deze taalsoort onderscheidt zich van andere teksten door de archaïsche vorm.  Driessen is mogelijk door de studie van het Sanskriet ertoe gekomen zich in deze  geschriften te verdiepen.
Voor mij hadden de grove vloeken uit het eerste verhaal achterwege mogen blijven. Het kan wel de bedoeling van de schrijver zijn daarmee een radeloos mens te karakteriseren (zoals Joost Zwagerman placht te doen), maar  voor mij is dit geen geslaagd woordgebruik.
De gebezigde vergelijkingen zijn zonder uitzondering juweeltjes. “Ze (koeien) leken wel aliens die niet begrepen waarom ze op aarde niet welkom waren (22)” en  “Sommigen (drenkelingen) klampten zich meteen vast, als mezen aan een tak”(69) en “de stammen onder hem lagen stram in het gelid, als soldaten die waren gerekruteerd om in den vreemde dienst te doen (66) en “Hij (Eduard) bond ze (situatiekaarten) samen met een zwart lintje, als een weduwnaar de brieven van zijn vrouw (99).” Ook een mooie vergelijking is : “De stroom was weer van naam veranderd, als een meermaals hertrouwde vrouw, en heette nu Merwede (82).”
Het gehele boek is voor mij een riviermetafoor.
Wat ook opvalt, is de grote mate van intertekstualiteit. Ik kom daar nog later op terug. Niet onbesproken mag blijven dat de verhalen  ook best spannend zijn.
Spanning ontstaat als er vragen opkomen. In verhaal 1 is dat wanneer de hoofdpersoon door koeien wordt belaagd en hij niet weet wat te doen. In verhaal 2 is het de vraag of Julius en Konrad het einde van hun reis zullen bereiken. In verhaal 3 staat een conflict centraal en is het de vraag: wie wint er?
In samenhang daarmee is er het effect van de identificatie. Lezers zullen zeker autopathische identificatie ervaren (alsof je het zelf beleeft). De situaties en de karakters zijn dank zij de zorgvuldige beschrijving ervan goed in te denken. Voor anderen zal het gedrag van sommige personages zo vreemd overkomen (bijvoorbeeld de slachtofferrol van Adèle), dat ze van het verhaal vervreemden (heteropathische identificatie). In elk van de verhalen komen geloofwaardige personages voor die ongeloofwaardige dingen doen.  Dat maakt het boek zo boeiend.  
Samengevat is in deze verhalenbundel mooi Nederlands gebruikt en kunnen lezers plezier beleven aan de plastische beschrijving van de belevenissen van interessante personages.
10 Thematiek
Verhaal 1
Teleurstelling, Drankzucht, goede voornemens, gewelddadigheid, het reizen door de natuur, destructie, acteursbestaan;
Verhaal 2
Liefde, ambities, armoede en rijkdom, ontwikkeling, het leven, homoseksualiteit;
Verhaal 3
Conflict, liefde en haat, verzoening, jaloezie, cultuur, nabuurschap, bezitten en bewaken.
11  Ruimte
Verhaal 1
De geografische ruimte betreft de omgeving van de rivier Aisne, die stroomt  Noord-Oost van de stad Reims in Frankrijk. Hij mondt uit via de Oise en de Sambre in de Maas. De kanovaarder volgt enkele dagen de loop van de Aisne met de stroom mee richting België. Hij kan niet veel anders dan binnen de oevers blijven en zijn bootje sturen naar waar de rivier hem meeneemt. Het is een tocht in de vrije natuur die hem moet verlossen van zijn dwangmatige levensstijl als gevolg van een alcoholverslaving.
De psychologische ruimte is echter beperkt omdat hij zijn verslaving meeneemt in de boot en, ondanks dappere pogingen een ander leven te beginnen, toch niet de bevrijding vindt die hij zoekt.
Verhaal 2
De epische ruimte
Het is in het gebied ten noorden van Neurenberg, in het Frankische Wald waar het verhaal begint. Daar ontspringt de Wilde Rodach, een rivier die bij Bamberg in de Main uit loopt. De houtvlotters uit de geschiedenis sturen hun gebundelde boomstammen vandaar naar de Rijn bij Mainz, om vervolgens via de Waal, de Boven/ en Beneden Merwede, de Oude Maas  de Nieuwe Maas- Nieuwe Waterweg te bereiken. De vraag is wel of ze bij de Vondelingenplaat tegenover Vlaardingen de lichten van Delfshaven hebben kunnen zien. Het lijkt mij daarvoor te ver weg.
De psychologische ruimte
Julius en Konrad, de hoofdpersonen, beleven hun Lebensraum geheel verschillend. Konrad is zich bewust van zijn lage maatschappelijke staat en accepteert volledig de bescheiden rol die hij in het leven moet spelen. Hij is wel ambitieus, maar zijn dromen zijn niet onrealistisch. Ooit hoopt hij de gehele vlottersreis over de Rijn te kunnen varen. Hij vindt zichzelf niet in staat een vrouw voor zich te interesseren, dus blijft hij alleen. Hij houdt ook heel erg vast aan zijn principes, wat hem ook enigszins bekrachtigt in zijn eenzaamheid.
Julius is de tegenpool van Konrad. Flamboyant, rijk, goed opgeleid en verkerend in de hogere kringen leeft hij in alle opzichten het leven van een rijkeluiskind. Hij trouwt op stand, rijdt in een luxe Horch (Fig.1) rond en gebruikt alle beschikbare middelen om zich vrij te voelen. [6]Toch is hij niet gelukkig doordat zijn geaardheid maatschappelijk niet geaccepteerd wordt en hij heimelijk van Konrad houdt.
Verhaal 3
De epische ruimte
De beek de Issou waar de geschiedenis zich zou afspelen, bestaat niet. Maar hij wordt wel gesitueerd in Bretagne in Frankrijk in de omgeving van Rennes.  In de regentijd zwelt de beek aan tot een brede rivier en verlegt hij daarbij zijn bedding. Nu eens in het voordeel van de familie Corbé, dan weer in dat van Adèle Chretien en haar man. De rivier is namelijk hun gezamenlijke grens en een bron van conflicten. Notaris Eduard Salomon uit het nabije Lorient is hun bemiddelaar.
Psychologische ruimte
Pierre Corbé is een eenzaam man die geen relatie met een vrouw kan aangaan en gebukt gaat onder de al eeuwenlange burenruzie. Hij lijdt een armoedig bestaan en komt niet veel verder dan zijn eigen grondgebied. Door die gesloten sfeer fixeert hij zijn blik op verdediging van zijn belangen, in plaats van open met zijn jeugdvriendin Adèle en antagonist in dit verhaal soepel om te gaan. Hij is ongetrouwd en voelt zich ten opzichte van Adèle de mindere.
Adèle is zelf rijk en ook nog getrouwd met een grootgrondbezitter en ruziezoeker, Corentin Berthou, die haar belangen wel eens flink zal verdedigen. Adèle is echter ongelukkig en ze durft zelfs niet in de spiegel te kijken, bang als ze is om zichzelf een aantrekkelijke verschijning te vinden. Maar dat fnuikt haar eigenwaarde. Ze voelt zich gevangene van Corentin totdat zij een dochter Marie-France krijgt. Corentin deugt niet, wat blijkt uit zijn oorlogsverleden. Hiervoor moet hij een gevangenisstraf uitzitten. Als  Salomon tijdens Corentins afwezigheid een voorstel tot ruilen van grond doet om de ruzie definitief te kunnen beslechten, gaat Adèle akkoord en zowel Pierre als Adèle lijkt tevreden met de nieuwe perspectieven. Maar lang duurt hun nieuw verworven ruimte niet, want de vrijgelaten echtgenoot van Adèle terroriseert opnieuw de omgeving.
Wij zien hier twee families in een positie tegenover elkaar staan omdat ´het altijd zo geweest is.´ Ze zijn elkaars gevangene en als er uiteindelijk een doorbraak komt is het weer het zakelijk belang dat roet in het eten gooit. Na enkele dramatische gebeurtenissen echter komt er toch verzoening.
12  Tijd
Verhaal 1
Te oordelen naar de omstandigheden rondom de hoofdpersoon – hij spreekt over de recente vertalers  Gerrit Komrij, Hugo Claus en L. Burgersdijk – zal de geschiedenis zich in de twintigste eeuw afspelen.
De vertelde tijd beslaat slechts één dag waarin bijna alle gebeurtenissen een plaats krijgen.
Er komen flash backs voor die verklaringen geven voor historische gebeurtenissen.
Verhaal 2
De geschiedenis van de houtvlotters  speelt zich af tussen 1890 en 1940 met het zwaartepunt in het Interbellum. Dat is terug te voeren op zaken als de opkomende stoomslepers, rijden in een Horch die vanaf 1906 gebouwd werd, Julius die deelneemt aan de WOI en de crisissfeer daarna waarin Konrad verwikkeld raakt. Ook als in Koblenz Franse bezetters aan boord komen is dat een verwijzing naar de tijdelijke bezetting van dat gebied na 1918 en de Franse inlijving van Saarland die tot 1935 heeft geduurd. Soms wordt een jaartal genoemd 1931 (75).
De vertelde tijd beslaat dan ook een mensenleven zoals Julius opmerkte dat ze hun doel gaan bereiken als oude mannen (85 ).
De verteltijd is relatief lang vergeleken met de andere verhalen in de bundel. Wat in overeenstemming is met het aantal bladzijden dat voor de verhalen is ingeruimd.
Het verhaal wordt verteld mede door flash backs en ellipsen te gebruiken zodat de lange levensgeschiedenis toch in het kort verteld kan worden.
Verhaal 3
Pierre en Adèle speelden met elkaar als buurkinderen toen zij Alberto Santos-Dumont in zijn ´krat´ zagen vliegen. Diens experimenten begonnen in 1901 dus ook deze geschiedenis is te situeren in de eerste helft van de twintigste eeuw tot plm. 1970. Er zijn meer aanwijzingen hiervoor zoals Corentins gevangenisstraf  na de Grote Oorlog (WOII). Aan het eind van het verhaal is Marie-France  ca 22 jaar (geboren toen haar moeder 48 was), Eduard Salomon 86 jaar en zijn Pierre en Adèle rond de 70 jaar.
Witruimtes vervullen de functie van ellipsen zodat het verhaal geordend wordt gepresenteerd. Wel zijn er flash backs opgenomen via de gedachtestromen van de personages zodat we de achtergronden van bepaalde situaties leren kennen.
13 Personages
Verhaal 1
·       Naamloze acteur
Verhaal 2
·       Konrad, een arbeider op de vlotvaart;
·       Julius Durlacher, een leeftijdgenoot van Konrad, eigenaar van het bedrijf waar Konrad werkt; onduidelijk of hij een vriend van Konrad is;
·       Ekkehart, Hinzpeter en Schramm oudere vlotters;
·       Benning, een concurrent van Julius’ vader Durlacher;
·       Evchen, een ongelukkige half blinde ganzenhoedster ‘die niemand als vrouw wil hebben’;
·       Thekla von Wiedenhausen, vriendin van Julius;
·       Hermine Melzer, echtgenote van Julius;

Verhaal 3
·       Adèle Christien, erfgename van een rijke veehouders familie;
·       Pierre Corbè, grondeigenaar, veehouder en buurman van Adèle;
·       Corentin Berthou, rijke grootgrondbezitter en echtgenoot van Adèle;
·       Marie-France Berthou, dochter van Corentin en Adèle;
·       Eduard Salomon, notaris en adviseur van beide families.
Focalisaties zijn vooral toegewezen aan Adèle, Pierre en Eduard, maar we krijgen ook de gedachten van Marie-France gepresenteerd.
14  Titelverklaring
De titel “RIVIEREN” is terug te voeren op de centrale plaats die een rivier in de drie verhalen inneemt. Het begrip ’rivier’ vormt als het ware de verbindende factor en genereert daardoor een bijzondere betekenis. Bij interpretatie kom ik daarop terug.
De verhalen hebben ook een eigen titel.
Verhaal 1: “Fleuve sauvage. Alles führt zu nichts  Lezers worden gewaarschuwd: het verhaal gaat over een woeste rivier waarop dingen gebeuren die uiteindelijk op niets uitlopen. Zie verder onder 10 C Filosofie.
Verhaal 2: “ De reis naar de maan. Das Leben ein Traum.”  Een reis naar de maan ondernemen is voor de gewone lezer alleen mogelijk in een illusoire wereld. In de vroegste geschiedenis van de film komt dit al voor in A trip tot he moon (1902). De titel verwijst naar een lange gevaarlijke bijkans onmogelijke reis naar iets. Het tweede deel past daar goed bij want in het klassieke stuk La vida es un sueño van Pedro de la Barca, (1635) gaat het om de vraag in hoever onze vrije wil en het noodlot ons leven bepalen.
Verhaal 3 Adèle en Pierre. Er wird rein durch Feuer, Wasser, Luft und Erden”  In deze titel worden eenvoudigweg de namen van de hoofdpersonen geduid.  En ook hier een verwijzing naar een culturele historische uiting. Oorspronkelijk stammen de vier oerbegrippen af van Empodocles, mede op basis van aannames van Thales van Milete(water als oerelement), Heraclitus van Ephese (vuur als oerelement). In een moderne toepassing komt deze titel voor in Die Zauberflöte van W.A.Mozart:
Der, welcher wandert diese Strasse voll Beschwerden,
Wird rein durch Feuer, Wasser, Luft und Erden;
Wenn er des Todes Schrecken überwinden kann,[95]
Schwingt er sich aus der Erde Himmel an. –
Erleuchtet wird er dann im Stande seyn,
Sich den Mysterien der Ists ganz zu weih'n.[7]
Deze toevoeging aan de titel verwijst naar de catharsis uit het verhaal waarbij uiteindelijk verzoening wordt bereikt door de inzet van water, lucht, vuur en aarde.

15  Motto en opdracht
De opdracht luidt:   VOOR KOEN VAN GULIK, UITGEVER VAN DE WERELDBIBLIOTHEEK, AAN WIE IK MIJN SCHRIJVERSCHAP TE DANKEN HEB’
Uit het oeuvre overzicht van Driessen (zie 4) blijkt dat Driessen de Wereldbibliotheek als vaste uitgever heeft gehad. Op aandringen van de uitgever Koen van Gulik heeft Driessen voor Rivieren een andere uitgever gekozen. Via deze opdracht eert Driessen zijn vriend alsnog. Van Gulik vindt dat het mooiste door hem uitgegeven  boek Vader van God  is, ook van Martin Driessen.
16 Intertekstualiteit
Zoals ik hierboven heb geconstateerd is een van de kenmerken van postmoderne literatuur dat er een grote mate van intertekstualiteit in is waar te nemen. Nieuwe teksten worden als het ware gedragen door de oudere teksten vaak omdat ze een mythische betekenis hebben. Impliciet en expliciet wordt in deze drie verhalen verwezen naar
a. Wereldliteratuur
a.1 de Bijbel
‘Het gevecht met de engel, is een gevecht met jezelf’(16),    zie Genesis 32:22-32 BNG (verhaal 1);  en verder:’ God geeft het de zijnen in de slaap’(132)  zie Psalm 127:2, (verhaal 3);
a.2  The tragedy of Macbeth van Shakespeare (verhaal1)
De acteur in verhaal 1 heeft tevergeefs gedongen naar de rol van Macbeth, een dappere Schotse generaal. Deze is door drie toverheksen voorspeld dat hij koning van Schotland gaat worden. Bij die profetie was ook collega generaal Banquo aanwezig aan wie gezegd wordt dat hij weliswaar geen koning, maar wel de stamvader zal worden van een reeks koningen. Macbeth vermoordt eerst koning Duncan en uit angst voor zijn koningskinderen, ook Banquo. De acteur van verhaal 1 moet bij de casting genoegen nemen met de mindere rol van Banquo.
“Gij, zelf geen vorst, zult koningen verwekken” citeert de acteur de profetie over Banquo, terwijl hij door de modder stapt (12). Het voelt als een afgang.
a.3  Graallegende, onderdeel “Lohengrin” (verhaal 1)[8]
Tijdens de vaartocht van de acteur komt een zwaan in zijn vaarwater terecht die hem een tijd blijft volgen. Dan probeert hij enkele noten uit Wagners opera Lohengrin te zingen, het smachtelijke  “Mein lieber Schwan”[9] uit de derde acte. Indachtig zijn deplorabele toestand zingt hij echter Du blöder Schwan, jij zwakke, suffe zwaan (18).
Hieruit blijkt dat de eigenwaarde van de acteur op een dieptepunt is beland.
a.4 Moderne literatuur
·       Jule Verne
Ik noem twee verwijzingen naar een boek van Jule Verne namelijk naar de boeken Twintigduizend mijlen onderzee en Michael Strogoff, de koerier van de tsaar (48,49).
Konrad had weinig opleiding genoten en kreeg van Julius zes boeken van Jules Verne cadeau. Die voerden hem mee naar onbekende diepten en verre oorden en mogelijk sprak hem dat zo aan omdat hij ook van ‘verre oorden’ droomde.
Ik vraag me wel af of Konrad vergeten was dat Michael Strogoff uiteindelijk wel kon zien, dank zij zijn tranen die voorkomen hadden dat zijn ogen verschroeiden. Hoe dan ook, hij gaf  het uit hout gesneden gansje geen ogen, omdat hij vond dat Michael blind was.
Eduard Salomon leest moderne literatuur (95 en 137).
·       Paul Claudel (1868-1955), toneelschrijver, broer van Camille Claudel de vriendin van Rodin. Claudel oriënteerde zich op de Bijbel en de klassieken en vond dat het geluk op aarde niet te vinden is, maar wel in het paradijs.
·       Saul Bellow(1915-2005), Canadees schrijver, Nobelprijs Literatuur 1976 wegens rake typering van de mens in zijn geïsoleerde bestaan.
·       Vladimir Nabokov(1899-1977), Russisch schrijver, anti-establishment, vond dat literatuur niet relevant is. De goed opgeleide eenling kan een paradijselijke toestand bereiken van het verleden in de kunst.[10]
Er is in de verhalenbundel ook verwijzing naar de techniekgeschiedenis als intertekstueel element ter nadere bepaling van tijd en ruimte.
b. Techniek geschiedenis
b.1 Het automerk Horch;
Julius rijdt in een luxe Horch (63). August Horch leerde het vak bij Benz en na de uitvinding van de bougie stichtte hij een eigen fabriek in Zwickau (1904). Deze plaats ligt dichtbij Walreuth, de plaats van handeling in het verhaal 2. In 1910 verloor August de bedrijfsnaam Horch in een rechtszaak, waarop hij zijn fabriek voortzette als Audi. Zie figuur 1.



Fig.2 Alberto Santos-Dumont met zijn 'krat' maakt een proefvlucht na 1909.


b.2 Luchtvaartgeschiedenis
Alberto Santos-Dumont (1873-1932), luchtvaartpionier uit Brazilië, die grote belangstelling had voor Jule Vernes ideeën. Verhuisde naar Frankrijk waar hij in 1906 het wereldrecord brak in vliegen met een toestel dat zwaarder dan lucht is (220 m). (Fig.2)
Pierre en Adèle ‘zijn getuigen’ van een van zijn proefvluchten.
c. Filosofie
Intertekstuele verwijzingen naar de filosofie moeten we vooral zoeken in de subtitels van de verhalen. Deze zijn alle in de Duitse taal gesteld, wat erop wijst dat er iets bijzonders aan de hand is.
c.1 Verhaal 1: ‘Alles führt zu nichts’ in de betekenis van ‘alles loopt op niets uit’ dat op de eerste plaats naar de inhoud van het verhaal verwijst.
Op de tweede plaats kan deze sombere stelling verbonden worden met de filosoof  Arthur Schopenhauer (1788-1860). ‘Willen is hetzelfde als lijden,’ zegt hij, en  ‘ellende is met het bestaan gegeven waarbij de bevrijding ervan slechts te vinden is in het niets.’
Op filosofisch niveau is hier een mens geportretteerd dat inderdaad zwak van karakter is, leeft alsof het volledig gedetermineerd is maar feitelijk verslaafd is en daaronder lijdt en waarvoor volgens Schopenhauer maar een ding te wensen is: niet bestaan te hebben.
c2. Verhaal 2:‘Das Leben ein Traum’ in de betekenis van dat het leven soms een droom is. Dit tweede deel van de titel verwijst specifiek naar de dromen van Konrad en Julius.
Op filosofisch niveau kan het een verwijzing zijn naar Friedrich Nietzsches ideeën over het noodlot tegenover de vrije wil, bekend onder de term Amor Fati . Je moet je lot aanvaarden, zegt Nietzsche, maar niet in de berustende zin. Je moet het leven vastgrijpen, het leven willen, want dan heb je ook de kracht om jezelf vanuit een deplorabele toestand op te richten en een nieuwe toekomst af te dwingen.
Konrad en Julius worden eerst letterlijk met de stroom meegevoerd, iets wat ze uitdrukkelijk willen. Maar de omstandigheden  (oorlog, technologie) dwingen hen tot andere keuzes. Hoewel ze diep ontgoocheld raken berusten ze niet in hun lot en geven ten slotte aan hun toekomst een beslissende wending. 
C3. Verhaal 3: ‘Er wird rein durch Feuer, Wasser, Luft und Erden’ in de betekenis van dat hij wordt gezuiverd van schuld. Ze komen uit de opera van Mozart Die Zauberflöte.
In de filosofie, zo hebben we hiervoor onder 14 gezien, zijn Griekse wijsgeren al tot de slotsom gekomen dat onze wereld bestaat uit vier elementen vuur, water, lucht en aarde. Al het bestaande is terug te voeren op deze aggregatietoestanden. Veranderingen ervan gaan gepaard met de overgang van aggregatietoestand, niet met het verdwijnen ervan.
De verwijzing hier naar in de verhaaltitel,  herinnert aan de oertoestanden van ons bestaan. Je kunt jezelf zuiveren van alle slechtheid en onreinheid door terug te vallen op een van de vier elementen.
In Mozarts opera Die Zauberflöte draait het om mysteries. Om het hogere te bereiken moet je een zuiver hart hebben. Dat bereik je door je te oriënteren op de oerelementen.  En wil je de verschrikkingen van de dood overwinnen, dan moet je je opheffen tot de hemelse sferen door je aan die essenties van het bestaan  te weiden.
Corentin uit ons verhaal neemt zijn toevlucht tot vuur en water om zich te ontdoen tegenstand. Hij wil zo in het reine komen met zichzelf, zijn teleurstellingen, zijn woede en zijn haatgevoelens. Maar Pierre en Adèle zijn eruit, zij hebben aarde en water ingezet om een oude vete definitief te beslechten.
17 Receptie
Het boek van Martin Driessen is door de recensenten goed ontvangen.  Ik heb het boek echter niet ontdekt in de laatste maanden van 2016 op de CPNB bestsellers lijst.  Toch ontving Driessen de ECI literatuurprijs voor zijn verhalenbundel. Bij Bol.com meldt een lezer dat hij na één verhaal het boek heeft weg gelegd omdat het hem te oppervlakkig was. Jaap Goedegebure, een autoriteit in literair Nederland, vond dat Rivieren  terecht de ECI literatuurprijs 2016 is toegekend.
18  Interpretatie
Interpreteren is betekenis geven. Belangrijk daarbij is het perspectief van waaruit het betekenisproces wordt opgebouwd. Soms is dat met het perspectief van handeling, bijvoorbeeld als we de drie verhalen uit Rivieren behandelen als spannende lectuur. Wat ingewikkelder ligt een interpretatie vanuit het perspectief van bewustzijn omdat we daarin letten op een tweede orde representatie. In de literatuur zijn hiervan vele voorbeelden voor handen zoals De reis van Sinte Brandaan (12e eeuw Van Hulthem handschrift) vertelt over een reis over zee, maar eigenlijk over de moeilijke weg van kloosterlingen, Moby Dick (19e eeuw, Herman Melville), vertelt over een gevecht met een grote walvis, maar is feitelijk een gevecht van de mens met zijn noodlot. Datzelfde motief treffen we aan bij Ernest Hemingway in diens The old man and the sea.
Als we vervolgens op deze manier naar de bundel Rivieren kijken, blijkt het ook vooral te gaan om een reis door de tijd via verhalen over een tocht over een rivier. Een riviermetafoor dus. In een metafoor wordt een begrip overdrachtelijk gebruikt dus dat betekent hier dat de tocht van de acteur uit verhaal 1 en de tocht van Konrad en Julius gezien kunnen worden als een levensreis, als een tocht op de stroom van het leven.
Zijn we hiermee dan klaar? Kunnen we simpelweg de reis en de worsteling van de acteur (verhaal 1) met de wind en het water een metafoor noemen voor het menselijk bestaan? Daarin komen immers ook vele obstakels, problemen, teleurstellingen, genietingen en soms voorvallen met dodelijke afloop voor.
Mijn antwoord is nee. Zoals uit de analyse blijkt zijn in Driessens verhalen nogal wat aanwijzingen te vinden die binnen de verhalen een betekeniscomplex vormen. Maar welke zijn dat? En waar komen ze voor? Ik geef een paar voorbeelden.
·       De titel van de bundel Rivieren  roept geen vragen op: plaats van handeling is de rivier als transportfenomeen of als grens of als voedingsbron. Ook in overdrachtelijke zin is de rivier een symbool van leven, geluk en vooruitgang (Openbaringen 22:1 en 2).  De bundel bestaat uit drie verhalen. Het begrip drie (3) acht ik hier van een bijzondere betekenis. Driessen zegt in de uitzending van Kunststof dat hij in deze bundel geen vierde verhaal zou hebben kunnen toelaten. Dus concludeer ik dat de drie verhalen samen een geheel vormen, een bijna heilige drie-eenheid. Die term, drie-eenheid, is een Bijbels begrip dat de goddelijke volkomenheid uitdrukt. Driessen niet onbekend.
Driessens bundel verwijst ook steeds naar dat begrip zoals in de drie meisjes die de acteur (verhaal 1) toezwaaien. En ook de drie heksen uit Macbeth, ook uit verhaal 1, verwijzen naar een compleet aantal omdat drie het getal van de eenheid is. En er zijn nog meer elementen die met het getal drie verbonden kunnen worden.
Mijn idee is dan ook dat we via dat getal op het spoor komen van de betekenis van de drie verhalen voor de bundel als geheel. Verhaal 1 eindigt in mineur; verhaal 2 eindigt weliswaar positief, maar de actanten zijn nu oud en ongelukkig; verhaal 3 eindigt met een verzoening; het lijkt er dus op dat het eind goed al goed heet. 
Samengevat heeft Driessen zijn bundel zo gestructureerd dat lezers er de symboliek van de levensreis in kunnen zien, weliswaar vol dreiging en mislukking, maar uiteindelijk toch eindigend in een geruststellende verzoening tussen elkaar tegenwerkende krachten.
·       Een ander betekeniscomplex wordt gevormd door de personages. De hoofdpersonen – de acteur, Konrad en Julius, Adèle en Pierre – zijn per saldo ongelukkige mensen. Hun strevingen zijn gericht op een slecht bereikbaar ideaal en daar lijden ze onder. Ze voelen zich onderworpen aan de willekeur van het lot, dat eigenlijk ook hun noodlot is.
Psychologisch gezien wijzen de moeizame verhoudingen op zwakke zelfbeelden. Ze worden geleefd, zelfs Julius, die hoewel eerst veelbelovend, later ernstig aan persoonlijke individualiteit inboet. 
Maar eigenlijk zijn het allemaal goedige mensen die binnen hun eigen mogelijkheden doen wat Nietzsche zegt te doen: ze accepteren hun rol in dit leven om dat ze dat zo wìllen.
·       In de postmoderne samenleving ervaren we een sterke relativiteit omdat er zoveel, zo snel en zo intens om ons heen verandert. Er is niet één blijvende waarheid meer, zoals uiteengezet onder 5, de literair-historische context. En literatuur herhaalt dat.
De bundel Rivieren  is een voorbeeld van postmoderne literatuur. We vinden er geen personages met een moralistisch prescriptief gedrag in. In tegendeel, men aanvaardt de omstandigheden zoals ze zijn ook wanneer dit ernstige gevolgen heeft voor het eigen welbevinden. Grote thema’s zoals oorlogvoering worden genuanceerd behandeld. Konrad ontwijkt de oorlog, Julius en Eduard Salomon worden als oorlogshelden geportretteerd. Verschillen van sociale klasse – rijk en arm, goed opgeleid en ongeschoold, baas en knecht – bestaan, maar ze bestaan tamelijk vredig naast elkaar omdat ‘iedereen zijn plaats weet.’
Driessen vertelt in het radio-interview dat hijzelf  de ervaring heeft gehad dat tijdens een kanotocht een zwaan met hem meevloog. In verhaal 1 zijn de ervaringen van de auteur op het personage geplakt.
Al met al signaleer ik dat Rivieren  postmoderne trekken heeft waarbij het opvalt dat in de affiniteit voor het tragische, een zekere angst voor de onbeheersbare complexiteit van het moderne bestaan doorklinkt.
Concluderend interpreteer ik Rivieren als een bundel spannende verhalen, dat allereerst. En ten tweede als een representatie van een verleden werkelijkheid waarin menselijke kracht en menselijke zwakte worden onderzocht en ontleed.
19  Slot
Martin Driessen heeft een mooi boek geschreven waarbij hij zijn eruditie en kennis van de cultuur op een uitdagende manier heeft ingezet. Hij ontpopt zich daarin als een goede verhalenverteller en geeft de lezer ook nog stof tot overdenken mee.
In deze analyse heb ik getracht in elk geval mijn eigen vragen aan de orde te stellen. Er blijft echter genoeg te raden over, omdat literatuur ambigu is. Gelet op de functies van literatuur – door te lezen plezier te beleven en inzicht te krijgen – komen lezers van deze verhalenbundel volledig aan hun trekken.
Middelburg, 31 januari 2017


 
Laatste correctie, 5 februari 2017.
Wie meer wil weten over  Alberto Santos-Dumont verwijs ik naar het boek van Arthur Japin De Vliegeraar.
  

    






·        
  
 












[1] De jury wisselt jaarlijks van samenstelling.
Wil een boek mee kunnen doen dan moet het zijn verschenen tussen 1 juli van het voorafgaande jaar en 1 juli van het lopende jaar. De prijs bedraagt 50.000.- euro en dat is hetzelfde bedrag als waarmee de winnaar van de Libris Literatuurprijs jaarlijks wordt beloond.
[2] In Duitsland heerste toen een grote chaos met hyperinflatie, armoede en werkloosheid. De geallieerden hadden bij de vredesvoorwaarden opgenomen dat een brede strook Duits gebied oostelijk van de Rijn met een internationale troepenmacht bezet zou worden. Saarland werd Frans protectoraat met de afspraak in 1935 een referendum te houden over de politieke toekomst.  (Saarland keerde toen terug bij het Duitse Rijk).
[5]  Dit zijn de eerste woorden van het boek Gallia van Julius Caesar. “Gallia is verdeeld in drie delen”  Merk op dat hier het personage ook Julius heet.
[8] De hertog van Brabant overlijdt en laat twee kinderen na, Elsa en Godfried. Graaf Frederik van Telramont, hun voogd en getrouwd met Ortroed, wordt verliefd op Elsa. Ortroed tovert Godfried weg en Frederik beschuldigt Elsa van moord op haar broer, waarna hij zich tot hertog uitroept. Elsa spant een proces aan bij koning Hendrik de Vogelaar. Tijdens dit proces komt een bootje met een ridder op de rivier aanvaren, getrokken door een zwaan. De ridder verslaat Frederik en trouwt met Elsa onder voorwaarde dat ze niet naar zijn naam vraagt. Als ze dat op aansporing van Ortroed toch doet, verbreekt ze haar mans betovering en moet hij haar verlaten. Het bootje met de zwaan arriveert, maar Lohengrin doet de sleepketting af en de zwaan verandert in Godfried. Dat is teveel voor Elsa en ze sterft ter plaatse.