dinsdag 1 december 2015

PAPEGAAI VLOOG OVER DE IJSSEL (Kader Abdolah), een verhaal over vluchtelingen en weldoeners



¢ RECENSIE
BEKNOPTE ANALYSE VAN PAPEGAAI VLOOG OVER DE IJSSEL (Kader Abdolah)

Titel: Papegaai vloog over de IJssel
Auteur: Kader Abdolah
Uitgever: Prometheus
Jaar: 2014
ISBN: 978 90 446 2582 0
Gebonden
Prijs  19,90
Datum beoordeling:           13 november 2015
Leen Moelker (BA)


 Leen Moelker
Nog nooit is de ontreddering over de wandaden van terroristen op zo grote schaal en met zoveel intensiteit beleefd als in 2015. Europa bereiken is de droom van miljoenen Syriërs, Afghanen, Eritreeërs en andere Afrikanen. Velen van hen komen om tijdens een barre tocht naar ‘het beloofde land.’  Maar desondanks slagen honderdduizenden erin hun bestemming te bereiken en hopen dan zonder uitzondering op een gelukkig bestaan in een nieuwe omgeving.
Kader Abdolah is een van hen geweest als vluchteling uit Iran. In geen ander tijdsgewricht past zijn boek zo naadloos aan bij de maatschappelijke problemen die een overvloed van asielzoekers  uit het Midden-Oosten in Nederland in 2015 met zich brengt.
Hoe vergaat het een asielzoeker als statushouder? Hoe burgert hij in? Welke draagvlak is er voor een vreemdeling in een dorpse samenleving? Dat zijn de vragen waarop het boek een antwoord lijkt te zoeken en te geven. Maar doet het dat ook?

1  Korte inhoud
‘Mehmed Kamaal’ arriveert per vliegtuig  met zijn doodzieke dochtertje op Schiphol om in Nederland asiel aan te vragen. Uit Iran afkomstig, wendt hij de status van Koerdische vluchteling voor om tijdige medische hulp te kunnen vinden voor de dove hartpatiënte Tala, zijn kind.
Via een opvangcentrum belanden ze in Zalk, bij Zwolle. Mehmed is automonteur van beroep en hij zoekt daarom werk in die branche. Een garagebedrijf ziet wel wat in hem. Hij tikt een oude  Ford Vedette uit 1950 op de kop en met hulp van enkele helpers begint hij aan een restauratieprogramma.
Hij vindt onderdak in het huis van de vroegere koster van de kerk en de dominee treedt  op als zijn beschermer. Intussen cirkelen er allerlei vrouwen om hem heen. Pari, ook een vluchtelinge, Lina de tolk, die haar ouders heeft laten overkomen en die meer voor hem doet dan vertalen, Catharina, een vrijwilligster van de kerk die een nieuw leven tracht op te bouwen na een stormachtig verleden, Iris van het café en Klazien, de kruidendokter, vrijwilligster Nancy van Dam. Veel vrouwen zijn gescheiden of voelen zich eenzaam.
Mehmed ontpopt zich als klusjesman voor de buurt. Op een ongelukkig moment krijgt Tala een aanval en overlijdt. Ze wordt op de plaatselijke begraafplaats begraven.  Mehmed volgt de voorgeschreven regels voor de rouw uit de Koran samen twaalf oude mannen die ook als vluchteling  een bestaan zoeken. Een ervan is Khalid die zich inmiddels nuttig maakt als kunstschilder en restaurateur.
De vrouwen rondom Mehmed geraken in allerlei ingewikkelde relatiepatronen met andere vrouwen of mannen die soms op een eenzaam gelegen boerderij wonen. Mehmed wordt daar ook bij betrokken, maar hij houdt de boot – een beetje – af.
Het leven gaat verder, ook als er nog enkele dramatische gebeurtenissen zijn gepasseerd. Er komt er een nieuwe stroom vluchtelingen aan. Ten slotte voltrekt het leven zich in de orde van alle dag waarin nu eens dit en dan weer dat gebeurt.
2  Bespreking
Er is een algemene verteller die het verhaal vertelt. Het boek bevat 446 bladzijden en de tekst is verdeeld over 69 hoofdstukken, waarvan de laatste blanco is. De Tijd-Ruimte situeren we in Nederland, Zwolle en omstreken, net na de eeuwwisseling, 2002 en later.
De hoofdpersoon is Mehmed Kamaal, althans die identiteit heeft hij meegekregen uit Iran van een mensensmokkelaar. In zijn land was hij een geslaagd automonteur en vrouwenversierder. Op een dag legde een onbekende moeder ‘zijn dochter’ op de stoep van het ouderlijk huis. Ze bleek hartpatiëntje en doof te zijn. Na een tijd besluit Mehmed medische hulp te zoeken in het buitenland en zich daarbij voor te doen als Koerdische vluchteling.
Ze arriveren in Nederland en krijgen, wonder boven wonder, toch de status van vluchteling.  In de literatuur gaat het echter niet om de feiten, de werkelijkheid, maar om de mogelijkheden. Het is minstens opmerkelijk, zo niet nauwelijks te geloven, dat het Mehmed  gelukt om een verblijfsvergunning te krijgen en dat zijn pseudo-identiteit voor zoete koek wordt geslikt.
Dat de kerk een instituut vol mededogen kan zijn blijkt duidelijk uit de manier waarop Mehmed in die Overijsselse dorpse gemeenschap wordt opgevangen. Echter, de auteur had er beter aan gedaan de Nederlandse kerkgeschiedenis een minder prominente plaats te geven in zijn verhaal. Hij verwart ‘ zwaar gereformeerd’ met hervormd (bladz. 44 en 381) en bovendien spreekt men in een protestantse kerk niet over altaar, wel over een avondmaalstafel.
Kader Abdolah is een verhalenverteller, zoals ook blijkt uit zijn boek De boodschapper. Daarin lardeert hij een oosterse  geschiedenis met verwijzingen naar de westerse cultuur.  En in Papegaai over de IJssel  doet hij dat nog eens flink over. Want het belangrijkste personage is Mehmed, een Iraniër die als oosterling in de westerse samenleving wil integreren. Niet alleen blijkt ook hier de Bijbel een bron van intertekstualiteit (o.a. 313). De auteur gebruikt ook kunstwerken uit de canon van de Nederlandse kunst- en literatuur  (235 en 383) in deze geschiedenis.  Op meerdere plaatsen vind ik het inlassen van een iconisch gedicht of lied onvoldoende passen bij de opgeroepen sfeer. Zo zingt de heer Bordewijk op bladzijde 269 spontaan de adventshymne – ‘k Lag machteloos gebonden – als reminiscentie aan het oude nonnenklooster.  De associatie tussen nonnen en een puur protestants lied uit de 17e eeuw  kan hier alleen maar schertsend zijn bedoeld want de nonnen zullen dit zeker niet gezongen hebben. Citeren van de legende van de middeleeuwse Beatrijs  zou hier meer betekenis hebben gehad voor het doel van Bordewijk, namelijk om een middeleeuwse sfeer op te roepen.
Sommige van de zeer veel intertekstuele elementen[1] vind ik weinig functie hebben in het verhaal. Die lijken geforceerd in de tekst te zijn opgenomen. Hoewel, ik vind het persoonlijk altijd fijn om een oud begrip in een nieuw verhaal tegen te komen.  Het gedicht  Herinnering aan Holland van Marsman bijvoorbeeld kan terug verwijzen naar het ‘gesprek’ tussen de rivier en de vrouw van de kolonel.  Maar de poging van Pari om dit gedicht uit het hoofd te leren komt voor mij uit de lucht vallen. Mogelijk dat zij zo haar waardering voor het typisch Hollandse landschap wil uiten, maar dat is dan wel weer erg clichématig.
Dit brengt mij bij de esoterische kwaliteit van het boek. Want het verhaal ademt onmiskenbaar  een oosterse sfeer uit. De noodzakelijk aan te nemen leeshouding  zal westerse lezers herinneren aan het magisch realisme van Hubert Lampo. Praten met de rivier, plotseling opduikende papegaaien die een boodschap schijnen over te brengen,  onverklaarbare gebeurtenissen en  boomrituelen dragen daartoe bij. 
Vraagt de raadselachtigheid ons soms om een aangepaste leeshouding, de stijl doet dat beslist niet. De verteltijd per hoofdstuk is kort mede omdat eenvoudig Nederlands wordt gebruikt. Daarentegen is de vertelde tijd nogal verschillend. Het tijdsverloop van de geschiedenis is soms uitgesproken traag met veel details. Een voorbeeld is hoofdstuk 15 (bladz.88) waar niet alleen verwezen wordt naar de Nederlandse jeugdliteratuur maar zelfs een compleet citaat uit een Jip en Janneke- verhaaltje is opgenomen.[2] Dan weer maakt de vertelde tijd sprongen vooruit zoals op bladzijde 417: “Ze wachtten dus tot nog meer seizoenen kwamen en gingen.” Door die verschillen – enerzijds  veel details met traag tijdsverloop, anderzijds ellipsen – wordt de vertelling nogal schokkerig.
De introductie van steeds weer nieuwe personages is best interessant maar hun belevenissen zijn dat doorgaans niet. Zij leven het doodsaaie leven van doorsnee burger en dus ook van een integrerende oosterse vluchteling in de westerse samenleving. Of ze raken verwikkeld in een voorspelbare situatie met relatieproblemen, soms hetero- , soms homo-erotische.  Ik noem het ‘doodsaai’ omdat er zoveel details worden gegeven over dingen waarover men normaal nauwelijks spreekt maar die in een leven nu eenmaal automatisch gebeuren en iedereen kent.
De structuur van het boek bevat de bekende elementen: een opdracht, een motto, enkele inlassen, hoofdstukindeling en een geografische situatiekaart.  De hoofdstukken zijn kort gehouden waardoor snelle perspectiefwisseling mogelijk is.
3. Eindoordeel
Ik wil niet verhullen dat het mij moeite heeft gekost het boek uit te lezen. Mijn verwachting was kennelijk te hoog gespannen. Hoewel Papegaai over de IJssel een roman is, viel het toch niet mee de mogelijkheid van sommige gebeurtenissen te aanvaarden. De slordigheden in de tekst alleen al riepen bij mij vragen op over de correctheid van de tekst in historische zin. Op zich is het natuurlijk een bijzondere prestatie om als Iraniër een roman te kunnen schrijven in een taal ‘die van Mars komt.’ Aan dat soort vergelijkingen echter, zoals taal die van Mars komt,  ontbreken de typische Nederlandse taalnuances. En als een klein meisje binnen één week les op een dovenschool in een vreemde taal de lippen van de garagehouder kan lezen in het Nederlands, dat is al te wonderbaarlijk. Verder zou een vertaling van het gebed op bladzijde 305 hebben kunnen bijdragen aan de begrijpelijkheid van de tekst.
Maar omdat de tekst verder eenduidig is lezen we hem met gemak. In een bepaald opzicht kunnen lezers zich best wel identificeren met een personage dat hunkert naar geluk of  treurt over het verlies van een kind. Door de vertelsituatie houdt de algemene verteller het initiatief.  Hij vertelt OVER  de personages en focaliseert ze nauwelijks. Zelfs in dialogen blijkt de beslissende rol van de ras verteller Kader Abdolah. Hìj vertelt. Daardoor ontstaat een nadeel, namelijk het bezwaar dat je als lezer niet doordringt tot het karakter van de personages. Zelfs van de hoofdpersoon Mehmed kom je niet precies te weten hoe hij zich voelt – verdrietig, gelukkig, blij, bang – en wat hem op de been houdt. De vertelling gaat over zijn gedrag – wat hij doet, waar hij heen reist, wie hij bezoekt, hoe hij rouwt met zijn vrienden – en daarom vind ik dat de psychologische functie van literatuur hier tekort wordt gedaan. “Mehmed lag drie dagen verdrietig in bed”( bladz.251) staat er dan en verder gaat het verhaal. Onderhoudend is het allemaal wel, en ook dàt is de bedoeling van literatuur.
De vragen die over dit boek in de inleiding gesteld zijn, kunnen nauwelijks worden beantwoord.  Anders dan in het boek Pristina van Toine Heijmans  krijgen we geen plausibel beeld van hoe geïntegreerde asielzoekers functioneren. Er blijven veel vragen open, bijvoorbeeld hoe Mehmed zich onder een valse identiteit toch in Nederland kan handhaven? Zijn de instanties dan zo naïef?  Hoe leerde hij de Nederlandse taal? En waar? De auteur heeft ervoor gekozen om hem zomaar in de gemeenschap te laten opnemen en daar te doen functioneren.  Als een stereotype asielzoeker kan Mehmed dan ook niet dienen, daarvoor weet hij  te vaak en te goed de asielprocedures te omzeilen. Dat tast de geloofwaardigheid aan.
Samenvattend gesteld zou ik dit boek willen karakteriseren als een poging om de integratie  van  Aziatische vluchtelingen in Nederland te schetsen. Daarin is Papegaai over de IJssel volgens mij niet helemaal geslaagd. Want de karakters vind ik onvoldoende uitgewerkt om ze als stereotypes van een vluchteling te kunnen aanvaarden.  Misschien is de oosterse vertelstijl hier debet aan. In oosterse verhalen worden aan gewone dingen soms bijzondere betekenis gehecht.  Ontegenzeggelijk is die esoterische sfeer uit Azië in het boek aanwezig. We vernemen vooral  vertellingen over het gedrag en niet over de psyche van de personages en we kunnen daaruit afleiden dat ze op zoek zijn naar geluk, vrede en een veilig thuis.   Ik neem de slordigheden even voor lief maar dan nog vind ik dat  de auteur zijn verhalen beter in het Midden-Oosten kan situeren. Ik wil wel toegeven dat de samenleving in Nederland door de asielzoekers onder invloed staat van cultuurvermenging. Als dat de boodschap van het boek is, dan is het niet zo vreemd meer dat papegaaien een bijna mystieke rol in een Nederlands dorp krijgen toebedeeld.   Papegaai vloog over de IJssel heeft mij niet geraakt en nauwelijks geïnformeerd over het psychologische proces waaraan integrerende vluchtelingen zijn blootgesteld. Hun geschiedenis bestaat uit een serie belevenissen die op dezelfde saaie wijze verder gaan als eerder en zoals het blanco gelaten hoofdstuk 69 suggereert.
Middelburg, 13 november 2015



[1] Impliciete verwijzingen zijn er naar de film Hable con Ella, de moord op Theo van Gogh en Pim Fortuyn, de homo-scene, Klazien de kruidendokter, de schilder Van Gogh, schilder Isaac Israëls, de Nederlandse vluchtelingenpolitiek, importbruiden, Koran, Bijbel, droomduiding, opkomst populisme (Wilders?), gedichten uit de Nederlandse literatuur , Arabische teksten.
[2] Kader Abdolah heeft onder andere Nederlands geleerd via de boeken van Annie M.G. Schmidt w.o. Jip en Janneke. (Knap hoor!) https://nl.wikipedia.org/wiki/Kader_Abdolah.

zondag 1 november 2015

DE FILM MASAAN ROEPT VRAGEN OP



INDIAAS FILMDRAMA  MASAAN ROEPT VRAGEN OP

Leen Moelker
In Europa was het huwelijk tot ver in de twintigste eeuw  vaak een standshuwelijk.  Er werd getrouwd binnen de sociale klasse zoals katholieke boerenzonen bij voorkeur trouwden met katholieke boerinnen. Ook de geloofsrichting speelde dus een rol bij de partnerkeus.
Het democratiseringsproces en de welvaartsspreiding die zich na 1960 in de westerse wereld inzetten, waren belangrijke gangmakers voor sociale mobiliteit en vrijere omgang tussen potentiële partners.
 Wereldwijd is een geliberaliseerde samenleving echter  lang geen gemeen goed. Zoals in India  waar  nog steeds het kastensysteem de verhoudingen bepaalt. Dit laatste is de achtergrond voor de film Masaan. Masaan is Hindi en betekent ‘crematorium.’ Het verwijst naar de rituele verbranding van gestorven Hindoestanen aan de oever van de Ganges in de heilige stad Benares. Hoe beïnvloeden de moderne communicatiemiddelen de relatiepatronen in India? In hoever eerbiedigen jongeren nog de eer van de familie?  Waarom gaan kennelijk de handhaving van de sociale orde en corruptie samen? 




1  Korte inhoud
Verhaallijn I
Devi Pathak ( Riccha Chadda)  woont met haar vader – haar moeder is overleden – in Varanasi een stad aan de rivier de Ganges en gelegen op 200 kilometer van de universiteitsstad Allahabad. Ze is secretaresse en verdient relatief goed. Dan ontmoet ze de student Piyush Agarwal (Saurabh Chadhary).  Stiekem vrijend op een hotelkamer worden ze betrapt door de zedenpolitie. Piyush vreest de eeuwige toorn van zijn vader over de oneer waarmee de familie beladen zal worden en neemt rigoureuze maatregelen.
Devi’s vader Vidyadhar Pathak (Sanjay Mishra) verneemt van de politiechef waarvan zijn dochter wordt beschuldigd. Om een rechtszaak te kunnen ontlopen verlangt de chef een enorm bedrag aan zwijggeld.  De arme Pathak zegt toe te zullen betalen en laat zijn volwassen dochter tegen haar zin bij een bevriende relatie in dienst treden. Devi neemt na een poos echter ontslag als  zij wordt gechanteerd, en treedt elders in dienst van de spoorwegen als kaartjesverkoper.  
Pathak, handelaar in religieus gebruiksgoed, heeft zijn winkeltje aan de oever van de Ganges. Hij laat een tienjarig jochie tegen betaling helpen. Jhonta ( Nikhil Sahni) is een goed zwemmer en duiker.  Bij de kiosk van Pathak kan men wedden op het zwemmertje dat de meeste in de rivier gegooide munten opduikt.  Jhonta vist soms heel bijzondere dingen op.  
Devi besluit  te gaan studeren in Allahabad en vertrekt. Het nog niet uitgepakte cadeau van haar vriend Piyush laat ze op de Ganges wegdrijven. Toevallig  staat daar een jongeman, die van die ‘ceremonie’ getuige is. Het is Deepak Chaudhary (Vicky Kaushal).  Met hem stapt zij  aan boord van een passerend veerbootje  en ze varen de Ganges op.
Verhaallijn 2
Deepak Chaudhary (Vicky Kaushal) is student civiele techniek en verwoed Facebookgebruiker. Hij behoort tot de lagere sociale klasse en hoopt op een mooie toekomst. Zijn oog valt op de bevallige medestudente Shaalu Gupta (Shweta Tripathi) en hij zoekt contact met haar via Facebook. Ze verkennen spoedig elkaars werelden en ogen gelukkig. Op een keer laat Shaalu  haar gouden, met een grote robijn gezette ring, zien en Deepak beseft dat er een groot klassenverschil tussen hen bestaat. Zijn hun levens wel verenigbaar door het klassenverschil?  Hij helpt zijn familie aan geld als lijkenverbrander op de ghat (crematieplaats),  zij is erfgename van een gegoede conservatieve familie.  Maar Shaalu is vastbesloten, desnoods gaan ze er samen vandoor, zegt ze.
Op een avond wordt hij met spoed opgeroepen om grote aantallen lijken te helpen verbranden. Er is een bus met pelgrims verongelukt. Dan doet Deepak een lugubere ontdekking.
Deepak is intussen aangenomen als civiel ingenieur bij de spoorwegen in Allahabad. Op een dag gaat hij naar de oever van de Ganges om na te denken. Zijn pad wordt gekruist door een dame die een ingepakt cadeau op het water van de Ganges weg laat drijven.  Hij stapt met haar aan boord van een passerend veerbootje en ze varen de Ganges op.
Intussen gaan de weddenschappen bij Pathaks kiosk door en Jhonta presteert als de beste. Op een dag blijft hij te lang onder water en moet worden gered. In plaats van munten heeft hij een kostbaar kleinood opgevist.  Met grote gevolgen voor Pathak en Devi.
2  Bespreking
Het is niet zonder betekenis dat de film de AVENIR-prijs op het 68e  filmfestival in Cannes  2015 heeft gekregen. “Je bent op de goede weg” wil het zeggen. En dat is voluit de waarheid.
Drama uit gebieden waar conservatie culturele gebruiken in ere worden gehouden is altijd al in de film en literatuur populair geweest. Te denken valt aan Flauberts Madame Bovary, waarin de hoofdpersoon bezwijkt onder de verplichte omgangsvormen.  Of aan Aletta Jacobs die als eerste Nederlandse vrouw  een volledige universitaire opleiding afdwong en die voltooide. Of aan de woedende reacties op de gedurfde naturalistische roman Een Liefde van Lodewijk van Deijssel. En Jan Wolkers’ verzet tegen het establishment is nog steeds spreekwoordelijk voor de zestiger jaren van de vorige eeuw.  Talloos zijn de boeken waarin sociale groepen en vrouwen vechten voor hun gelijkwaardigheid.  
In Masaan zien we iets dergelijks  gebeuren als vader Pathak probeert een dreigende rechtszaak tegen zijn familie af te wenden.  Mishra zet deze ‘vader’ volkomen geloofwaardig neer. Je voelt mee met hem als hij het corrupte politie-inspecteurtje  geestelijk als wetenschapper volledig de baas is, maar als aangeklaagde zich moet voegen naar de willekeur van de macht.  
Ook Riccha Chadda  maakt van Devi een zeer realistisch personage.  In situaties zoals op de hotelkamer,  tijdens de gesprekken met haar vader en de omgang met collega’s straalt zij een zelfbewuste jonge Indiase vrouw uit.  Zij respecteert de regels van eer, maar houdt zich er niet helemaal aan. Zo probeert zij zich te ontworstelen aan de rigide opvattingen van haar kaste, echter zonder de sympathie van haar naaste omgeving te willen verliezen.
Voor Vicky Kaushal  is Deepak Chaudhary  een passende rol.  Deepak  worstelt duidelijk  met de dubbelrol van een ontwikkelde aankomend  civiel ingenieur en lijkenverbrander, van  een lid van de lagere kaste die wel hogerop wil maar de sociale orde moet respecteren.  Door zijn sympathieke manier van doen kan hij moeiteloos contacten leggen, ook met de knappe verschijning van een lid uit een hogere kaste Shaalu, gespeeld Shweta Tripathi.  Kaushal speelt opmerkelijk goed  de onhandigheid en de zenuwachtigheid behorend bij een eerste verliefdheid.  Ook hij conformeert zich aan de regels van de kaste en de familie. Op een eerste verzoek is hij bereid lijken te komen verbranden.  Maar hij weigert om aan Shaalu zijn kaste te openbaren, want hij beseft, dat  betekent het einde van hun prille liefde.
Cinematografisch is deze film ook  interessant.  Regelmatig krijgen we long en wide-shots (WS) voorgeschoteld en daardoor ontdekken we waar in de ruimte de geschiedenis zich afspeelt.  Bijvoorbeeld hoe van bovenaf gezien de vuren van de lijkenverbranders de Ganges hel verlichten en de stad een rokerig imago geven. [1] Veel mediumshots houden ons op afstand van de personages en dat betekent dat we niet echt doordringen tot de psyche van de karakters. Toch zijn er wel extreme close-ups (XCU) die ons de details doen kennen zoals van de golfslag in de Ganges of van een foto op een Facebookpagina. Maar de karakters komen doorgaans niet close-up (CU) in beeld.
Soms komen mensen helemaal niet in beeld maar horen we ze alleen zoals bij de scheldende vader van Piyush. Off-screen  is het vooral  de prachtige muziek die heel erg mee helpt de sfeer te scheppen die bij de scenes past. (Muziek: Bruno Coulais  van o.a. Les choristes).
De twee verhalen worden via harde overgangen afwisselend uitgebeeld. De geschiedenis wordt per verhaal opgedeeld in sequenties  met een doorlopende chronologische  tijd en ruimte. Ik vind dit een mooi voorbeeld van parallelmontage gebaseerd op vergelijking van tijd. Door de opvallend lange sequenties en een strikte continuïteitsmontage, straalt de film een zekere rust uit.  Ik kon daardoor delen van de plot al zien aankomen, en dat is natuurlijk minder spannend.[2] Flash-backs komen nauwelijks voor, de meeste informatie wordt overgedragen via krachtige dialogen.  Een mooie tweespraak is wanneer vader Pathak en dochter Devi elkaar beschuldigen van hetzelfde soort vergrijp, hoewel zij in rechte niets fout hebben gedaan. 

Fig.1 Sanjay Mishra in zijn rol als Vidyadhar  Pathak in de film MASAAN ( 2015). Foto Internet 28 OKTOBER 2015.

   De filmische laag bevat schitterende beelden van India’s culturele hoofdstad, Varanasi en de omgeving van de Ganges. De narratieve laag  informeert ons over romances en de zeden en gebruiken van een land met een kastenstelsel. Met enige fantasie ontdekken we er ook een symbolische laag in. De karakters kunnen immers verwijzen naar culturele stereotypen in de Indiase maatschappij. Kunnen, maar doen ze dat ook? Ik geloof het wel, tenminste als ik de binaire theorie van Claude Lévi Strauss in herinnering roep. Deze cultureel-antropoloog  was ervan overtuigd dat we ‘iets’ alleen kunnen kennen door zijn tegenstelling.
En tegenstellingen zijn er volop in dit verhaal. Zo staat modern tegenover traditie, en gaat het over liefde en haat, conservatief en liberaal, rechtvaardigheid en corruptie, eer en oneer, rijk en arm, klassenmaatschappij en individualistische structuren.  Deze binaire opposities worden in de structuralistische filmanalyse belangrijk geacht.[3]  Zij reflecteren de maatschappij. Maar hoe dan?
We kunnen ervanuit gaan dat Bollywoodfilms een product van de tijd zijn. Zij reflecteren de heersende problemen, de dominante waarden en de wensen of dromen.[4]
Masaan bevat vier belangrijke karakters. Nemen we als voorbeeld Pathak. Deze gewezen professor moet de kost verdienen als handelaar en Sanskriet-vertaler op de smerigste plek van een geweldig mooie stad. Hij is lid van een kaste die hem gedragsregels oplegt.  Zijn dochter Devi onttrekt zich aan de voorschriften en komt in conflict met de maatschappij. De opposities zijn dus  Pathak- Kaste/Overheid, Pathak-Devi, Devi-Overheid/Kaste. Hieruit zou ik drie reflectiecomplexen willen destilleren, die de Indiase cultuur kernmerken.
1. De Onkreukbaren en Rechtvaardigen (Pathak) versus de onrechtvaardigen (corrupte overheid)
2. De zwakken (Devi) tegenover de sterken  (sociale orde van de Kaste)
3. Het Goede versus het Kwade  (Pathak versus de Indiase maatschappij die zijn talenten ontkent)
Ook in verhaal 2 zijn dergelijke reflecties op de ideologie van de Indiase maatschappij aan te wijzen. En daardoor blijkt en passant dat de binaire oppositietheorie van Claude Lévi Strauss goed bruikbaar is.
Doordat de nadruk  ligt op de spanningen tussen de sociale verbanden,  zien we in deze film de moderne Indiase maatschappij weerspiegeld. Facebook en de geïmporteerde moderne relatiepatronen tasten de macht van de Kaste aan. De liberalisering van India is in volle gang. Dat gaat met generatieconflicten gepaard (verhaal 1) maar we zien ook dat de jeugd het heft in handen wil nemen (verhaal 2).[5]
Het verhaal  is eenvoudig en puur menselijk uitgebeeld. We zien gelukkige jonge mensen in de weer met hun toekomst en we zien hun plannen niet uitkomen. We ervaren dat de ouderen de oude  normen en waarden tevergeefs trachten te handhaven in de draaikolk van een gistende Indiase samenleving. Dat is tegelijk boeiend en schrijnend en dat maakt dat de film vragen oproept over de morele standaarden en hoe immoreel gedrag hoogstaande principes kan frustreren.
Samengevat is deze Bollywood[6] film een informerende en appellerende film.

3 Slot
In de inleiding heb ik verwezen naar parallellen tussen de Westerse samenleving  in de twintigste eeuw en de hedendaagse  veranderende Indiase cultuur.  Hierboven is gebleken dat de kastencultuur in India in zijn voegen kraakt mede door de globaliserende werking van de sociale media. Dat er sociale spanningen bestaan onder de 1,2 miljard inwoners die voor 80% Hindoe zijn is te begrijpen. Er is veel armoede ondanks dat veel jongeren hoog opgeleid zijn. Driehonderdmiljoen mensen leven onder de armoedegrens. Wie eenmaal een baan heeft probeert zich te handhaven, maar de concurrentie is moordend en lokt corruptie uit. [7]  
Masaan is door de  simpele probleemstelling – liefde in de Indiase cultuur – geen moeilijk te interpreteren film. Soms heeft hij een voorspelbaar verloop. Maar de beelden en de muziek zijn prachtig en daarom alleen al is het een film die je moet zien. Door een stereotypisch karakter aan de film  toe te kennen, krijgt hij de symbolische betekenis van spiegel van de Indiase samenleving.
Middelburg, 29 oktober 2015.





[1] De lijkverbrandingen gaan 24 uur door en worden volgens regels voltrokken. Bepaalde personen (kinderen  < 10 jaar, zwangere vrouwen) mogen niet verbrand worden. Sterft iemand dan moet binnen 8 uur de verbranding plaatsvinden. Het gebeurt allemaal langs de rivier de Ganges, op de trappen van een heiligdom, de zgn. ghats. http://www.backtrackers.nl/india/varanasi/
[2] Voor  bepaalde scenes leek mij het basis idee uit een legende als ‘Het vrouwtje van Stavoren’ te zijn gebruikt.
[3][3] Chris Vos, Bewegend verleden, Inleiding in de analyse van films en televisieprogramma’s (Amsterdam 2004) 99.
[4] Ibidem 121.
[5] Shaalu: “Desnoods gaan we er samen vandoor.”
[6] Bollywood is een samentrekking van Hollywood en Bombay (Mumbai) en staat voor de zeer productieve Indiase filmindustrie. Films van Bollywood zijn standaard in het Hindi gesproken  en gaan over de Hindoecultuur, liefde, epiek uit het Sanskriet en verfilmd theater. Onze film is in de categorie ‘liefde’ in te delen. https://nl.wikipedia.org/wiki/Bollywood

Film:      MASAAN
Regie:   Neeraj Ghaywan
Scenario: Varun Grover
Release Nederland: 6 augustus 2015
Taal:      Hindi, Nederl. Ondertiteld
Duur:     109 minuten, kleur
Productie: Vigas Bahl, Drishyam Films, Pathé, Arte France cinema, Maccassar, Phantom Films en Sikhya Films
Distributie Nederland: ‘September Films’
Opgenomen in India in de culturele hoofdstad van India Varanasi (ook Benares genaamd) AVENIR prijs Cannes 2015