woensdag 1 augustus 2018

ONS BEZOEK AAN DE ONZE-LIEVE-VROUWE KATHEDRAAL VAN ANTWERPEN


ONS BEZOEK AAN  ANTWERPEN : ONZE LIEVE-VROUWE-KATHEDRAAL


Leen Moelker

Het was al weer de nodige tijd geleden dat ik de kathedraal van Antwerpen had bezocht. Daarom toog ik naar België, naar de stad aan de Schelde, om me daar opnieuw te kunnen verbazen over dat majesteitelijke bouwwerk en de kunstvoorwerpen die daarin aanwezig zijn (Fig.1).
Ik ben er nooit toe gekomen om een verslag van ons bezoek aan de kathedraal te maken. Toch is dat waardevol omdat in het bestek van een essay onderwerpen beter worden uitgediept dan tijdens de waarneming mogelijk is.
Welke geschiedenis kent de kathedraal? Welk soort kunstvoorwerpen is er in  te vinden? Wie heeft de objecten en wanneer gemaakt? Wat is er te zeggen over de mogelijke betekenis van enkele  belangrijke gebruiks- en/of kunstvoorwerpen? Is de kathedraal een museum of niet? Dat zijn enkele vragen die voorop staan in deze tekst. Maar ze zijn veel omvattend en daarom worden ze mogelijk in meerdere bijdragen behandeld.


Fig.1 Kathedraal van Antwerpen, 2018. Bron Internet 31 juli 2018.
1  De Kathedraal, een eerste verkenning

De geschiedenis van de kathedraal begint in de vroege middeleeuwen toen ergens tussen de negende eeuw en de twaalfde eeuw een kapel werd opgericht en gewijd werd aan Maria, de moeder van Jezus. Ik zal aan het eind een tijdtabel opnemen van de belangrijkste bouwfasen.
Wie de Onze-Lieve-Vrouwe Kathedraal in Antwerpen wandelend nadert is al gauw geïmponeerd door het geweldige bouwvolume ervan. De hoofdingang is omlijst door een gotische boog met gebeeldbouwde archivolten. Hij is ingeklemd tussen twee torens: een noordtoren van 123 meter en een zuidtoren van 65,3 meter hoogte. Een tijdelijke  ingang ernaast verschaft  toegang tot de entree/kassa en de kerkruimte.
            Precies wat de bedoeling van de opdrachtgevers moet zijn geweest, word je direct overweldigd door het schitterende interieur.  Onmiddellijk gaat je blik omhoog en je taxeert de ruimte om je heen om houvast te krijgen bij de afbakening van jouw plaats in die immense ruimte. Bezoekers hebben geen idee dat de oppervlakte van de kathedraal 8000m2  beslaat, bijna een hectare groot. Staande tegen de westflank zie je de ver weg gelegen absis met Rubens’ Maria Tenhemelopneming, 118 meter verderop. Het middenschipgewelf met kruisribben torent letterlijk hoog boven de mensen uit, 28 meter ter hoogte van het middenschip. Aan weerszijden ervan ontwaren we bundelpijlers met erboven een tweeledig muurvlak met lichtbeuk. De breedte van het middenschip meet 53,5 meter maar in het transept is dat 67 meter. Aan beide zijden van het schip bevinden zich drie beuken met stergewelven ( totaal dus een zevenbeukige kerk) gedragen door vele zuilen (125) die de enorme gewichtsdruk en de spatkrachten opvangen. In de uiterste zijbeuken bevinden zich kleine  ruimtes  waarin onder anderen een stiltecentrum en de belangrijke Mariakapel zijn gesitueerd. Ooit stonden in de kerk tot wel vijftig altaren van de diverse broederschappen,ambachten en gilden opgesteld. 
            De pijlers van de vieringkoepel dragen een achtkantige stenen basis die via pendentieven in een ronde vorm overgaat. [1] Op 43 meter hoogte is een tondo (ø 5,8 meter) uit 1647 van Cornelis Schut te zien met daarop wederom een voorstelling van Maria die ten hemel opgenomen wordt. De vieringtoren zelf is 67 meter hoog. Op 30 meter hoogte zijn in druipsteen decoraties aangebracht, bladeren, wijnranken en eikenbladeren.[2]
Opvallend is dat de koepel in een helder wit licht baadt. Oorspronkelijk was dit het enige witte licht in de kerk omdat ooit alle overige ramen gebrandschilderd waren, wat inmiddels  niet meer zo is.
             Het transept is dus 67 meter breed en is altijd een belangrijk onderdeel geweest voor de kerkelijke gemeenschap. Het is immers de plaats waar het hoogkoor begint, vroeger van de ´gewone´mensen afgescheiden door een koordoxaal. Het transept was ook de plaats waar de belangrijkste gilden uit Antwerpen – Kloveniers, Oude- en Jonge Voetboog, Schermers, Broekmakers, Kleermakers – hun eigen altaar hadden en hun patroonheiligen vereerden. [3] In de straalkapellen achter het koor en aan de kooromgang waren de altaren opgesteld van de ambachten die een indirecte relatie hadden met het geloof.[4]
            Bezoekers komen gemakkelijk onder de indruk van de omvang van het hoogkoor en de beeldende kunst daarin aanwezig,  nu allemaal vrijelijk waarneembaar.
Rubens heeft hier zijn sporen achtergelaten. Links van de kooringang hangt Rubens’ triptiek Kruisoprichting (1609-1610), olieverf op paneel, 460 x 340 cm, en de zijluiken 460 x 150 cm.
Het maniërisme met de lang gerekte S-motieven is er duidelijk uit af te lezen. Rechts van de kooringang hangt Rubens’ triptiek Kruisafneming, 1612, olieverf op paneel, 421 x 311 en 421 x 153 cm. Dit werk heeft evenzo de kernmerken van de stijlrichting maniërisme.
            In het koorgedeelte rechts en links valt het neogotische koorgestoelte op, dat uitzonderlijk fijn houtsnijwerk bevat. Je ziet er zelfs kleine uit hout gesneden gotische torenspitsen – naar de Dom van Keulen – ter bekroning ervan. Het was daar de plaats – maar dus niet altijd neogotisch ingericht – waar vele eeuwen de kanunniken hun plaats innamen tijdens de plechtigheden voor het hoofdaltaar. Het publiek mocht hier niet komen dat had haar eigen parochiekerk met orgel in de zuidelijkste zijbeuk tegenaan de viering.[5] De toegang tot het koor was geblokkeerd door een enorm koordoxaal. Het ontwerp voor een hoofdaltaar van Jan Blom had omstreeks 1850 de bedoeling te komen tot oprichting van een altaar van enorme proporties. Het zou zelfs het uitzicht op de gebrandschilderde ramen achter het ambulatorium benemen.[6] In het huidige hoofdaltaar is Rubens’
Tenhemelopneming van Maria verwerkt (1625-1626, olieverf op paneel, 490 x 325 cm).
            Terugkerend door de zijbeuken vallen de decoraties op die op muren en sluitstenen zijn aangebracht. Bij de laatste restauratie zijn die weer hersteld nadat ze eeuwen onder een witte pleisterlaag waren bedekt. Oorspronkelijk waren ze bedoeld om de onderliggende ruimte nader te duiden. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de pijler waar het altaar van  de bakkers, van  de brouwers of van de meerseniers (kruideniers) stond. Een altaar stond veelal tegen een pijler en was omgeven door een houten omheining met een deur. Alleen de leiding van het ambacht, het gilde of de broederschap plus een misdienaar mochten daar binnen treden. Op de naamdag van de patroonheilige groepeerden de leden zich daar omheen om de rituelen mee te beleven. [7]
            Feitelijk was het de voortzetting van de oorspronkelijke kapelanieën die  vanaf de dertiende eeuw gesticht werden  door de elite, waarbij zij toezegden een geestelijke te onderhouden onder betaling van een prebende. Een prebende kon bestaan uit geld grond of andere bezittingen. Hoe meer altaren hoe meer inkomsten maar ook hoe meer ruimte nodig was. De oude Romaanse kerk werd daarom te klein en viel het besluit een nieuwe gotische kerk te bouwen. Waarin nog heel veel meer vierplaatsen konden worden ingericht, tot wel 57 stuks toe.

 De altaarconstructies volgden doorgaans de trend in de kunst en hadden dus een gotische, renaissancistische, classicistische,  barokke, neoclassicistische of neogotische opbouw. Nu was de barok de kunststroming die bij de contra-reformatie hoorde en zich kenmerkte door een uitbraak uit de strakke belijning van de renaissance. De emoties moesten worden opgewekt. Bovendien bepaalde een aartshertogelijke bul in 1610 – waarschijnlijk onder invloed van de Reformatie – dat de patroonheiligen uit niet-Bijbelse bronnen moesten verdwijnen. Slechts de kanonieke bijbelfiguren waren toegestaan in de kerk. Dat betekende dat alle verenigingen die hadden geput uit de Legenda Aurea van Jacobus de Voragine en andere overgeleverde  geschiedbronnen, voor hun altaar wat anders moesten bedenken. Dat werden veelal Bijbelse taferelen zoals te zien is bij Rubens. Maar Rubens wist handig de patroonheilige Christoffel op de achterkant van de zijluiken weg te moffelen.

In de zijbeuken zien we aan de stergewelven vooral gedecoreerde sluitstenen, veelal bloemmotieven. Staande in de kapel van de OLV van Antwerpen is  het gewelf van fijnmazige sierwerk motieven voorzien. Gepolychromeerd zoals het oorspronkelijk ook was, maar door de veranderde opvattingen over hoe een kathedraal er van binnen moest uitzien, eeuwenlang verborgen onder witte lagen pleisterwerk.

Eenmaal de blik omhoog gericht worden de vele gebrandschilderde ramen zichtbaar. Er zijn in de kathedraal momenteel 55 gebrandschilderde vensters met nogal wat voorstellingen uit de zestiende eeuw, de periode van na de brand van 1533. Hierin staat de aanbidding, de bekering of de verheerlijking centraal. Zo is er een raam van Jean-Baptiste Bethune met De verheerlijking van God door de Kunsten, 1872, gebrandschilderd glas.

De kerkruimte oogt strak, ruim en symmetrisch en vooral de forse bundelpijlers zonder kapiteel versterken de verticaliteit. Toch zijn er elementen die verinnerlijken. Zoals de houtgesneden preekstoel, die een lofzang op de schepping verbeeldt door de bloemen en de vogels die prominent aanwezig zijn.[8] Vier vrouwenfiguren in kledij gestoken uit de vier continenten, kijken naar vier richtingen: de hele wereld moet het geloof verkondigd worden. Een rund (evangelist Lucas), een adelaar (idem Johannes), een mens (idem Mattheus), een Leeuw (idem Marcus) dragen als het ware de kuip van de preekstoel. Een schare engeltjes trekken een kleed weg op het klankbord  zodat het Woord Gods de vrije ruimte heeft. Onder tegenaan het klankbord is een goud oplichtende stralenkrans aangebracht van waaruit een duif komt aangevlogen, wat het neerdalen van God op de aarde verbeeldt.
Andere interieurelementen zijn het  Schyvenorgel (1657) tegenaan de Westwand met zijn barokke orgelfront. Het mechaniek is echter van 1891 en zeer geschikt voor de moderne orgelliteratuur.
Achter Rubens’ Kruisafneming bij de rechter ingang van het ambulatorium is het moderne Metzlerorgel geplaatst dat zich goed leent voor de werken van Bach  en zijn Franse tijdgenoten.( Bron: Folder Kathedraal).

De rondgang is nog lang niet voltooid maar ik laat het hierbij. Een andere keer wil ik enkele aspecten aan de orde stellen bijvoorbeeld de vraag: waarom hebben de makers van de tabernakel in de kapel van  het Allerheiligste Sacrament en van het koorgestoelte gekozen voor een motief met Abraham en Melchizedek? Wie enkele uren in de kathedraal doorbrengt kan een grote  voorraad vragen verzamelen.

Hieronder volgt een beknopt overzicht van de bouwgeschiedenis.[9]

1124 De OLV Kapel wordt parochiekerk;
1132 Start bouw van een Romaanse parochiekerk; 80 x 42 m met 22 kanunniken
1285 Uitbreidingswerken en grondverwerving uit bezit van de hertog van Brabant;
1300 Stichting van vele kapelanieën;
1352 Aanvang bouw gotische kathedraal op de plaats van de Romaanse kerk (drie koorkapellen eerst); daarna werd het oude koor via afbraak en opbouw vervangen door een nieuw koor dat in 1391 klaar was;
1420 noordtoren; 1430 zuidtoren in aanbouw genomen; het middenschip van de oude kerk blijft tussen de torens en het nieuwe koor intact;
1455 – 1469 Langs de zuidkant van de nieuwe kerk verrijzen enkele traveeën waarvan de voorste bestemd werd voor de Sacramentskapel en de andere als parochiekerk;
1478 De noordflank krijgt traveeën waarvan de voorste bestemd werd voor  OLV Lof;
1475 de zuidtoren bereikt zijn huidige hoogte en de noortoren zijn vierde geleding;
1480 Het middenschip met aan weerskanten twee zijbeuken worden in aanbouw genomen;
1490 Het middenschip krijgt een leien dak;
1481-1492 Het zuidelijke gedeelte van de kruisbeuk, koorkapellen sacristie en kleedkamer en de bibliotheek worden gebouwd;
1487-1495 De noordvleugel van de kruisbeuk en de Jeruzalemkapel worden gebouwd;
1500 De vieringpartij wordt gebouwd;
1520 Hoogste punt bereikt, kathedraal ongeveer af.

Slot
De kathedraal van Antwerpen is in alle opzichten een zeer interessant cultuurhistorisch object. Naar de mate waarin iemand zich verdiept in zijn geschiedenis ontdekt hij of zij de rijkdom aan kunstschatten met de betekenis ervan voor het heden en verleden.
In elk geval is het laatste woord hierover op mijn weblog nog niet gezegd. In een volgende bijdrage kom ik er zeker eens op terug mogelijk na een vervolgbezoek aan dit fantastische godshuis.

Middelburg, 31 juli 2018




[1] Patrick De Rynck en Bart Willems, red., Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Antwerpen (tweede druk Antwerpen 2010) 42-47.
[2] Druipsteen is een kalksteen dat voorkomt in druipsteengrotten en gemakkelijk te bewerken is. Het is verwant met marmer, travertin en andere kalksteensoorten.
[3] Oude Handboog Gilde: St. Joris, Jonge Handboog Gilde: St. Sebastiaan, Kloveniers: St. Christoffel, Schermers: Aartsengel Michael, Broekmakers: St. Anna, Kleermakers: St.Bonifacius. Merk op dat in de kruisbeuk/kooromgang gewapende milities hun altaar hadden. Het benadrukte hun rol als handhavers van de orde en beschermers van de kwetsbare geloofsintenties.
[4] Ria Fabri en Nico Van Hout, red., Van Quinten Metsijs tot Peter Paul Rubens, meesterwerken uit het koninklijk museum terug in de kathedraal (Q&R) (Antwerpen 2009) 189.
[5] Het was de plaats waar de Broederschap van het Allerheiligste Sacrament haar altaar had
[6] Q&R 59.
[7] De kloveniers hadden St Christoffel en zij kwamen altijd op 24 juli samen.
[8] Michiel van de Voort de Oude (1667-1737) Preekstoel, 1713, eikenhout, houtsnijwerk. Tot plm 1800 in de Cisterciëzenabdij van Hemiksem opgesteld en naar de OLV overgebracht toen de abdij door de Fransen werd verwoest. Van der Voort maakt ook de lambrisering met negen biechtstoelen die tegen de noordwand bij de ingang staan opgesteld.
[9] Q&R 13.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten