woensdag 30 oktober 2019

RECENSIE EN KORTE ANALYSE VAN "OTMARS ZONEN" (Peter Buwalda 2019)


Recensie
Dolende zielen zoeken zingeving in OTMARS ZONEN (Peter Buwalda 2019)

Leen Moelker
Titel:       Otmars Zonen;
Aantal bladzijden:607;
Auteur: Peter Buwalda;
Jaar: 2019;
Uitgever: De Bezige Bij;
Genre: Roman;
Thema’s: Muziek,  Machtsverschillen,
Seksualiteit en  Moderne samenleving;
Druk: 4e druk maart 2019;
ISBN: 978 94 031 2300 4;
Prijs: 27,50;
CPNB 60: Laatste notering: week 35 (44) GN in week 43; Eerste notering week 11 (1);
Beoordeeld: 25 oktober 2019.



Kort geleden kreeg ik Otmars Zonen cadeau. Ik was benieuwd of er overeenkomsten of verschillen waren met Buwalda’s vorige boek Bonita Avenue. Over het laatste boek schreef ik voor dit blog in september 2015 een korte opinie (zie aldaar).
Mijn mening toen was dat Buwalda een boek vol treurnis had geschreven. Zou het in Otmars Zonen nu gaan over gelukkige mensen met doorsnee problemen van alle tijden?
Nee dus. Want ook dit nieuwe boek is bevolkt door allerlei dolende zielen. Ze lijken opportunistisch moeizaam te bereiken doelen na te streven. Daarbij komt het mij voor dat mislukking, triestheid, corruptie, het compulsief-obsessief najagen van lust of persoonlijk gewin in al die levens een rol speelt.
Buwalda’s nieuwe boek leest ook weer als een trein dank zij de speelse ongedwongen stijl.   
Het is deel I van een trilogie waarvan de vervolgdelen De jaknikker en Hysteria siberiana later nog zullen verschijnen.
Van literatuur kun je iets leren zoals psychologisch inzicht, nieuwe ideeën opdoen of (historische) kennis verwerven. Wat leert dit boek de lezers?

1  Korte Inhoud

Twee hoofdpersonen, Ludwig (Dolf) Smit en Isabelle Orthel, studiegenoten,  zijn beiden met een eigen reden op zoek naar de waarheid achter de persoon van Hans Tromp. Tromp is een hoge Shellbaas die voorzitter van de Raad van Bestuur wil worden. Hij diende in Nigeria en is thans hoofd van de olie nederzetting Sakhalin op een eiland in Siberië.
De onderzoekjournaliste Isabelle zoekt Tromp omdat zij hem verdenkt van een ruïneuze erotische invloed te hebben gehad op haar vriendin Isolde. En dat ook nog eens met medewerking van haar opa Andries Star Busman daarbij.
Ludwig Smit is op zoek naar Tromp omdat hij aanwijzingen heeft dat die zijn echte vader is.
Als Isabelle en Ludwig volgens hun eigen reisplan in Sakhalin arriveren worden zij door een sneeuwstorm overvallen en moeten zij er overnachten in hetzelfde hotel. Isabelle confronteert Tromp met zijn belastende ontboezemingen die zij hem in Nigeria tijdens een vergaand SM- spel heeft ontlokt. Ludwig mag met Tromp mee skiën.  Het vervolg komt in deel twee.

2  De auteur (zie ook blog september 2015)

In het  televisieprogramma Zomergasten, waarin Buwalda werd ondervraagd over zijn schrijverschap kwamen enkele interessante dingen naar voren.
Tot dan toe had Buwalda (Blerick, 30 december 1971) slechts één boek geschreven. Hij had daar vier jaar over gedaan. Een tweede boek is in aantocht en gaat over de olie business. Net als hij voor Bonita Avenue deed,  doet hij grondig onderzoek naar de omstandigheden waarin het hoofdpersonage zijn werk doet, en dat kost tijd (blijkt acht jaar te zijn).
Buwalda is getrouwd en werkt het liefst met iemand om zich heen. Op de tv uitte hij bewondering voor Robert Allan Caro, die al veertig jaar aan de biografie over Lyndon B. Johnson werkt. Diens grondige aanpak is voor hem een voorbeeld. 
 Hij heeft gaandeweg een brede belangstelling voor de cultuur gekregen, soms door het toeval bepaald, en daaronder vallen klassieke muziek (Beethoven vooral zie fig.1), pop muziek (Elvis), filosofie en kunst.


                                          Fig. 1 Ludwig van Beethoven (Internet 30.10.2019)

                                         Mondschein Sonate:  
                                         https://www.youtube.com/watch?v=4Tr0otuiQuU

3 Otmars Zonen, de personages

Otmar Appelquist hertrouwt na de dood van zijn vrouw met de moeder van de kleine Dolf Smit. Omdat Otmar ook een zoon Dolf heeft besluiten ze om Dolf Smit te vernoemen naar zijn opa Ludwig. Tosca, de stiefzus en Dolf de stiefbroer zijn muziekvirtuozen en worden geheel door hun vader thuis opgeleid.
Otmar komt al vroeg te overlijden. Als Ludwigs toekomst erdoor in het gedrang komt blijkt er een weldoener te zijn die hem ‘stuurt.’ Dat brengt hem op de zoektocht naar zijn echte vader. Van zijn moeder krijgt hij onvoldoende informatie.
Tijdens de studie in Enschede ontmoet Ludwig Isabelle Orthel, een adoptiekind uit Thailand; zij wordt zijn medebewoner van een etage. Ludwig fantaseert over haar, maar durft geen relatie met haar aan te gaan of zelfs maar te zoeken. Hij  vreest een afwijzing.

Het boek bevat een verhaallijn over Isabelle en een over Ludwig. Via flash backs komen we globaal hun levensloop te weten zonder dat veel bekend wordt over Ludwigs ouders of over de adoptieouders van Isabelle.
Bijna alle personages hebben een bepaalde (seksuele) bijzonderheid. Ik geef hiervan een kort overzicht.

Tromp: sadomasochistisch;
Isolde, vriendin van Isabelle: idem;
Ludwig: ejaculatio praecox;
Juliette (vrouw van Ludwig): dyspareunie;
Andries Star Busman: is een man met macht en interesse in SM in combinatie met Zwitserse bankrekeningen;
Abélard Plovie/ Heloïse, collega Isabelle: transgender;
Isabelle: zakelijk geïnspireerd teugelloos promiscue gedrag;
Ulrike, moeder Dolf/Ludwig: gedreven en bemoeizuchtig met het succes stiefzoon Dolf;
Otmar: heeft een obsessieve kijk op opvoeden en dwingt kinderen tot maniakaal  muzikaal gedrag;
Dolf Appelquist: muzikaal genie,  compulsief-obsessief bezig met een ontdekt opus van Beethoven.
Tosca Appelquist: verdienstelijk violiste, maar kan niet aan de verwachtingen voldoen;
De overige personages blijven op de achtergrond; ze lijken lijdzaam, ondersteunend naar anderen, berustend.

Het spreekt voor zichzelf dat al deze personages gedurig worstelen met hun neigingen en nauwelijks als  gelukkige mensen kunnen worden getypeerd.

4  Beknopte analyse
4.1 Structuur motto en opdracht
De roman heeft 607 om en om genummerde bladzijden die verdeeld zijn over twee delen: Boven het koraal (hoofdstukken 111-94) en Modderbodems (hoofdstukken 93-75) waarbij de genummerde hoofdstukken aftellen vanaf 111 en eindigen bij 75. Een inhoudsopgave ontbreekt.
                Er is een opdracht in opgenomen: “Voor Mike” en het boek heeft twee motto’s met citaten van Ludwig van Beethoven en  Andrea Dworkin, een antiporno feministe. Beide motto’s wijzen vooruit naar de inhoud waarin veel aandacht is voor de muziek van Beethoven en voor seksualiteit.
De naam van het deel ‘Boven het koraal’ kan verwijzen naar de schoonheid die koraalsnorkelaars ervaren boven een koraalrif, wat een reflectie kan zijn op de nog relatief gave verhoudingen in dit deel. Om dan wel te eindigen met het deel vol gewroet in de modderbodem waaruit verborgen slechtheid op wolkt.
               

4.2 Vertelsituatie, Tijd en Ruimte
De vertelsituatie betreft een algemene verteller die nogal vrij omgaat met het heden en verleden. De vertelinstantie focaliseert sterk op de personages zodat we veelal de geschiedenis via de actoren vernemen. Afwisselend is het perspectief vanuit Ludwig bepaald (vooral het deel Boven het koraal), dan weer met name vanuit Isabelle beschreven (in Modderbodems); zij zijn de twee hoofdfiguren in deze roman. Niet altijd sluit de structuur hierbij aan, bijvoorbeeld op bladzijde 198, waarin de focalisatie haast ongemerkt overgaat van Ludwig op Isabelle. Op dit soort bewegingen in het verhaal moeten lezers attent blijven.
De zeer bijzondere behandeling van de tijd en ruimte maakt dat er een onbalans is tussen de vertelde tijd en de verteltijd (leestijd). Dat maakt het boek trager. Ludwig is aan het begin van het boek in Sakhalin waar hij een onderhoud met Tromp heeft. Aan het eind is het slechts een paar dagen later. De tijd ertussen wordt gevuld met lange flash backs.
Voorbeeld
                Het verhaalheden is op bladzijde 198 een hotelbed in Sakhalin waarin Ludwig en Isabelle beland zijn als gevolg van een sneeuwstorm en plaatsgebrek in de hotels. Tot aan bladzijde 277 gebeurt er niets anders dan dat zij daar al mijmerend in zichzelf samen zijn, terwijl in lange flash backs hun verleden wordt opgerakeld. En aan het eind van het boek, driehonderd bladzijden verder, heeft Isabelle dan eindelijk de korte trip naar het huis van Tromp overbrugd. Door die aanhoudende oriëntatie op het verleden schiet het actuele verhaal met de actuele gebeurtenissen niet op. De verteltijd (leestijd) is lang en de direct vertelde tijd (actualiteit en ontwikkeling) verloopt traag.
                De psychologische ruimte is voor de meeste personages zeer beperkt. Allen lijken geheimen voor anderen met zich te dragen. Waardenvrij contact maken en onderhouden is voor de meesten een probleem. Het is ook van betekenis dat Selma Appelquist ooit schilderde in de stijl van graphic novel. Ze vervaardigde loodzware grafische beelden van Ludwig van Beethoven. Ze komen het verhaal binnen via Otmars huis waar ze als decoratie de beschouwers somber stemmen (45).
                De epische of  geografische ruimte is daarentegen  de wereldbol. De personages bewegen zich van Nederlandse provincies als Limburg, Overijssel (Ludwig, Isabelle) naar Afrika (Isabelle, Tromp) naar buiten Europa (Dolf en Ulrike) naar Siberië (Ludwig, Isabelle, Tromp) en Amerika (Otmar en Selma †, Tosca, Barbara de vrouw van Tromp).
                De indirect vertelde tijd beslaat ongeveer veertig jaar, ongeveer de tijd waarin Ludwig zich van kind tot stiefvader ontwikkelt. Maar het is geen ontwikkelingsroman, daarvoor ontbreken teveel schakels en blijven de personages te vaag.
               
4.3 Stijl en Intertekstualiteit
De stijl is verrassend gewoon en bevat moderne uitdrukkingen. De zinslengte is kort, soms bestaat een zin uit maar één woord;  bij een lange opsomming zorgen puntkomma’s voor de nodige leespauze.
Net als in Bonita Avenue nadert het taalgebruik de spreekstijl, vaak gemarkeerd door nieuwe woordverbindingen (tweecomponentenfascinatie, ransom-jongens, stervenskoude dag, bullshitverhaal, persoonstypering als ‘Faustje,’ ‘het tennisrokje’ en het ‘modemeisje’ en onder-onderknuppel, de eland). In het boek worden vaak krachttermen gebruikt of wordt straattaal gebezigd, wat voor mij de fatsoensnormen behoorlijk frustreert. Aan de andere kant herinneren enkele woordcombinaties aan de archaïsche Bijbeltaal. Niettemin, ook in dit nieuwe boek van Buwalda komen ordinaire uitdrukkingen erg veel voor, zoveel, dat ik me eraan gestoord heb.
                Maar vindingrijk zijn wel de talloze metaforen en vergelijkingen (dorre reptielenhoofd, het knaapje van haar jukbeenderen, een pony als een losse zoom, de waarheid is genoeg voor een maagzweer) en dat gaat zo maar door en door. In drie woorden: mooie oorspronkelijke taal.
Omdat er twee verhaallijnen gevolgd moeten worden – die tussen de tegenwoordige en de verleden tijd – staat het verhaalheden in de O.T.T. en het verleden in de O.V.T.
Op sommige plaatsen vinden we herhalingen (443) om de betekenis van de beschreven activiteit extra te benadrukken,
                De motto’s deden al vermoeden dat er veel intertekstualiteit in het boek voorkomt. Dat betreft klassieke muziek (457 o.a.), popmuziek (100, 192-193), feminisme (Dworkin 448), geschiedenis (De Sade), de Bijbel (424), filosofie ( Freud, Nietzsche, Adorno, Wittgenstein (446/447) en literatuur ( o.a. ’t Hart 465 , Hermans 446) en  kunst (45).
                Deze intertekstualiteit is zeker functioneel omdat de tekst erdoor wordt versterkt en verlevendigd. Bijvoorbeeld, waar de auteur een bepaalde uiting en betekenis van ziekelijke hartstochten verwoordt,  heeft hij zijn toevlucht genomen tot een literair-historische figuur als De Sade.
Let wel, dit gaat over teksten die al bestaan en  hier ingebed worden in een andere tekst. Of, meer algemeen, als een schrijver de ethische en morele grenzen wil verkennen, dan kan hij voor parallelle meningen, situaties of standpunten putten uit voorbeelden in de literatuur, de filosofie of zelfs uit de politieke geschiedenis.
Een ander aspect is de identificatie met de personages. Kunnen lezers zich met een of meerdere personages identificeren? In dit boek lukte het mij niet om me in te leven in de drijfveren en motivaties van niet één actor. Het is allemaal te ver weg, te vreemd.

5 Samenvatting en oordeel
Peter Buwalda heeft met Otmars Zonen een vlot geschreven boek gepubliceerd. De structuur is vernieuwend – de hoofdstukken tellen af – terwijl de vertelsituatie van de lezer nieuwsgierige oplettendheid vraagt omdat de focalisaties niet standaard door hoofdstukken, witregels of grafische ingrepen worden onderscheiden.
Hoewel de vertelstijl van hoog niveau is, vond ik het verder niet zo interessant te ervaren dat de voortgang van het directe verhaalheden zo traag verloopt.  Dat het boek toch zo dik is komt door de lange en herhaalde flashbacks. Die zijn natuurlijk functioneel omdat zo ons de geschiedenis duidelijk wordt. Maar hoe interessant ook, het duurde mij te lang voordat in het verhaalheden de protagonisten Isabelle en Ludwig met hun antagonist Tromp een ontmoeting konden arrangeren.

Op een bepaalde manier vind ik het boek wel knap geconstrueerd. Want het basis verhaal is toch niet meer dan dat twee mensen zich een paar dagen in een Siberische plaats ophouden.
                Inhoudelijk gezien kan ik het boek geen hoog cijfer geven.  Daarvoor ontbreken althans voor mij de herkenbare positief gestemde relatiepatronen.
Van literatuur kun je toch leren? Dat is zeker zo, maar ik ben niet geïnteresseerd in een duistere wereld met enkele karakters die weinig moreel besef lijken te hebben, zelfs niet ook al worden ze erin ontmaskerd. Die wereld wens ik niet te herkennen of te kennen.  
 
Voor mij blijven de karakters vaag en op afstand mede omdat de algemene verteller de regie houdt – deze bepaalt hoe ver een dialoog reikt, welke ontboezemingen worden gedaan en hoe open het personage is – en ook omdat de psychologische ontwikkeling van de personages slechts oppervlakkig aan de orde komt.

6  Slot
Over het algemeen is het boek goed ontvangen. Het werd DWDD boek van de maand en haalde een paar weken de top van CPNB 60.
Ik vind echter dat met een zekere vaagheid,  bittere hardvochtigheid en de beschreven rauwe werkelijkheid Otmars Zonen te veel van het kwade heeft. Geef mij maar de subtiliteit, het mededogen en de oprechte interesse in mensen die blijken uit de voor dit blog beoordeelde boeken als De Goede Zoon (Van Essen  2019), Kolja (Japin 2017) of De acht bergen (Cognetti 2018).
Het wachten is nu op het vervolg. Ik hoop wel dat De Ja Knikker niet dezelfde opzet krijgt, dus dan wel met veel verhaalheden en weinig verleden, met minder of geen krachttermen en met meer accent op een positieve relationele sfeer.
Middelburg, 28 oktober 2019




  



  

maandag 30 september 2019

RECENSIE TENTOONSTELLING SPREZZATURA IN DRENTS MUSEUM


RECENSIE OVER ITALIAANSE TOESTANDEN IN HET DRENTS MUSEUM IN ASSEN

Leen Moelker
Expositie: Sprezzatura, vijftig jaar Italiaanse schilderkunst 1860-1910;

Plaats: Drents Museum in Assen;

Periode: 2 juni-3 november 2019;

Thema: Italiaanse schilderkunst;

Conservator: Willemijn Lindenhovius;

Aantal werken: 69 van 40 schilders

Openingstijden: di-zo 11.00- 17.00 uur

Bezoekdatum: 5 september 2019.

Aantal woorden:

Een schilderijen tentoonstelling bezoeken is voor sommige kijkers een bijzondere onderneming. Gemiddeld staat een beschouwer van schilderwerken negen seconden stil bij de voorstelling. Door de hoeveelheid indrukken die iemand tegelijk moet verwerken, komt het doorgaans niet tot een echte waarneming. Met een blik op een naambordje, een kleine tekst lezen en een vluchtige beschouwing op het werk is het oordeel snel geveld.
Maar in het Drents Museum wordt dit onderkend en daarom is de tentoonstelling Sprezzatura omgeven met interessante historische one-liners en overige toelichtende teksten. Wie zich de rust en de tijd gunt, kan zowel esthetisch als emotioneel een mooie ervaring met Italiaanse kunstwerken tegemoet zien. Hoe reageerden de negentiende -eeuwse Italiaanse schilders vakinhoudelijk op hun tijd? Waren ze volgers of trendsetters?  In welke mate waren ze geëngageerd? Dat soort vragen wil ik aan de orde stellen bij de bespreking van deze onverwacht boeiende tentoonstelling.


1  Inleiding

Het Drents Museum heeft in de afgelopen jaren een serie van drie tentoonstellingen georganiseerd rondom negentiende -eeuwse kunst. Sprezzatura  is de laatste presentatie uit die serie die verder bestond uit  The Glasgow Boys - Schots Impressionisme 1880-1900 (2015) en Peredvizhniki - Russisch realisme rond Repin (2016).
De negentiende eeuw is een interessante eeuw omdat zich daarin politiek, sociaal, cultureel – en dan vooral in de beeldende kunst en literatuur – sterke tendensen laten waarnemen. Het is de tijd van het opkomende Nationalisme en Kolonialisme, van de schrijnende sociale misstanden voortkomende uit de industrialisatie en van initiatieven om politieke eenheden te smeden (Italië, Duitsland). Ook werden in die eeuw op grote schaal spoorverbindingen aangelegd, kanalen gegraven en mechanisatie toegepast. De academische stijlconventies bleven onverminderd de klassieke eisen aan kunstenaars stellen. Beeldende kunstenaars reflecteerden daarop met rebels eigentijds werk gepresenteerd in een alternatieve Salon. De heroriëntatie op de Middeleeuwen in de architectuur ( Walpole, Violet-le-Duc, Pierre Cuypers) en literatuur ontstak een symbolistisch elan in dichters als Beaudelaire, Verlaine en Mallarmé. Maar ook in de beeldende kunst werd het symbolisme omarmd.
Kortom deze enerverende eeuw is de context voor de schilders van Sprezzatura.

2 De tentoonstelling, het begin

De expositie konden we bereiken door via de entree van Drents Museum op straatniveau af te dalen naar de hal beneden. De opvallend licht gekleurde ruimte suggereert transparantie. Het verchroomde staal van de glazen liftpartij schittert je tegemoet. Het voelt goed in die grote vriendelijk ogende ruimte.

Het is raadzaam eerst de introductiefilm te volgen. Zo wordt de tentoonstelling gepositioneerd tegen een historische achtergrond. Een enthousiaste conservator vertelt erin hoe het internationale karakter van het museum erdoor wordt onderstreept en lokale Italiaanse wetenschappers zetten sommige schilders in een kunsthistorisch perspectief. Zo blijkt dat Italië in 1861 een koninkrijk was geworden en dringend behoefte had aan een eigen Italiaanse identiteit. Het rijke Noorden en het arme Zuiden waren verenigd en voortaan moesten ze zichzelf zien als onderdeel van de natie Italië onder koning Vittorio-Emanuele II van Sardinië. Maar de weg ernaar toe was lang en bloedig geweest. Op sommige schilderijen hier zie je de vertolking ervan.
Het is aan te raden een zekere chronologische volgorde aan te houden. Dan is er de maximale samenhang tussen de politieke geschiedenis van Italië en de kunstwerken.  Vergeet niet naar bovenin de zalen te kijken want daar vind je enkele historisch relevante uitspraken van kunstenaars (Foto 2). Alle kunstwerken hebben veel ruimte gekregen aan de muur. Dat is prettig, zeker als je er wat langer naar wil kijken.
Kijkers kunnen op veel manieren  een kunstwerk beoordelen. Interessante criteria zijn het formaat, het kleurengebruik, de compositie, de stijl van de schilder ( detaillering, stofuitdrukking, lichteffecten) en de voorstelling zelf (realistisch, abstract, boodschap, conventies en motieven).
Wanneer is een kunstwerk mooi of passend? Daarover zullen de meningen altijd verschillen.
In het Drents Museum heeft de conservator onder de naam “Sprezzatura” [1] een mooie selectie gemaakt uit schilderijen afkomstig uit Italië die vervaardigd zijn door Italiaanse meesters in een bepaalde korte periode (1860-1910).  Van enkele schilderijen die kenmerkend zijn voor het verhaal van het museum volgt onderstaand een beschrijving.

3 Voorbeelden

3a Italiaanse schilders gingen ook  plein-air schilderen

In het midden van de negentiende eeuw was er in de beeldende kunst in Europa verzet gekomen tegen de eisen van de academische voorschriften. De School van Barbizon (Corot, Millet) leidde het protest in met  plein-air studies waarin  ze  met hun grove toets de eis van een  gladde precieze  penseelstreek verlieten zoals die door de Académie des Beaux-Arts werd gepropageerd. Volgelingen als Courbet en de schilders van het Impressionisme versterkten het realisme ten koste van het academisme. Van de Italiaanse schilders nam Guglielmo Ciardi deze uitgangspunten over en gaf in grote schilderijen zijn visie op het Italiaanse  boerenleven en het vissersbestaan (Foto 1).

Guglielmo Ciardi (1842-1917) moet dit tafereel – in plain-air geschilderd – hebben kunnen zien vanuit zijn Quinta di Trevisio. Als Italiaans schilder was hij een erfgenaam van Canaletto die met zijn veduti (vergezichten en stadsgezichten) de beeldende kunst diepgaand heeft beïnvloed.
Op dit schilderij zien we een vergezicht met een landschap en bergen op de achtergrond. Tussen verspreid staand bomen zien we boeren op hun rug bezig met maaien met de zeis. Ze maaien de in bloei staande ruigte. De tweede man van het drietal rechts is juist bezig de zeis ‘aan te zetten.’ Hun bezigheid is gericht op de woekerende begroeiing tussen de sinaasappelbomen. Voor de activiteit wieden lijkt mij de te bestrijden wildernis te groot. Bovendien verraadt hun houding het typisch gedrag van een maaier. Evenals Millet de zaaier tijdens het zaaien in beeld bracht kiest Ciardi hier voor een boerenactiviteit al komt die veel minder prominent in beeld als bij Millet. De geest van de tijd wordt bij Ciardi gecombineerd met de Italiaanse vooral Venetiaanse veduta-traditie, 



   Fig.1 Guglielmo Ciardi, Messidoro (Gouden Korenaren), 1883, olieverf op doek, 136 x 277 cm, (Galleria Nazionale d’Arte Moderna e Contemporanea, Rome). Foto Ada Markusse, 5 september 2019 in Drents Museum.

Links achter, aan de horizon zijn de contouren van een dorp zichtbaar, mogelijk Treviso. Rechts lijkt de oogst in volle gang want de schoven graan staan keurig in het gelid te wachten op verder transport.
Links op de voorgrond is het koren goudgeel en rijp. Ook de andere goudkleurige vlakken suggereren dat de oogst aanstaande is. Al met al lijkt het een grote lofzang op de natuur.
Ciardi gaf het schilderij de titel mee ‘Messidoro.’ Letterlijk is dit een samentrekking van  messe d’oro wat ‘gouden maand’ betekent. Maar het is ook de naam van de oogstmaand in de kalender die de Franse Revolutionairen invoerden in 1792. Waarom zou Ciardi dat hebben gedaan?  Het lijkt er sterk op dat hij de Franse contemporaine culturele geschiedenis goed kende en zich graag vereenzelvigde met de gewone man, de boer en de visser.
Het nieuwe Italiaanse koninkrijk zag er in elk geval een typisch nationaal Italiaans schilderij in toen de staat het in 1885 aankocht.
Samengevat gesteld is deze Messidoro, deze topper van Ciardi, er een goed voorbeeld van hoe  Italiaanse schilders zich op het buitenland oriënteerden.  En ook hoe ze door overname en inpassing  van nieuwe schilderstijlen in de eigen traditie, een bijdrage leverden aan de nationale identiteit van Italië.

Fig.2 Drents Museum, Randschrift in een zaal van de tentoonstelling Sprezzatura. Foto: Ada Markusse

3b Italiaanse schilders en het politiek engagement Eleuterio Pagliano

Om het hier te bespreken werk van Pagliano goed te kunnen begrijpen maken we eerst een uitstapje naar de negentiende -eeuwse Italiaanse politiek.
Na het Weense Congres bestond Italië uit een groep politieke eenheden. De belangrijkste waren het Koninkrijk Sardinië/Piemonte, Groot Hertogdom Toscane, het Koninkrijk der beide Siciliën, de Kerkelijke Staat, de republiek San Marino, Koninkrijk Lombardije  en nog enkele hertogdommen. De meeste staten hadden een absolute heerschappijvorm en stonden onder Oostenrijkse invloed, wat nogal politiek gevoelig kwam te liggen en beslist anti-nationalistisch gericht was.
Onder invloed van de Franse Revolutie drongen zich toch geheime nationalistische broederschappen op waaronder de Carbonería de belangrijkste is. Maar Giuseppe Mazzini, ook een vurige nationalist, trad vrijelijk in de openbaarheid om zijn ideaal te verkondigen: een nationale staat onder een koning waarbij vrijheid en nationalisme samen zouden gaan. Hij richtte een beweging op  Giovine Italia (Jong Italië) om de massa te mobiliseren voor de eenheid van Italië. Het was graaf Camillo Benso di Cavour, premier van het koninkrijk Sardinië die deze tendensen wist te kanaliseren. Giuseppe  Garibaldi, volgeling van Mazzini ondersteunde het eenwordingsproces onverwacht door met zijn duizend man sterke troep ( I Mille), strijdend het gehele zuiden van Italië voor koning Victor-Emmanuel II van Sardinië te veroveren. Op 17 maart 1861 werd het Koninkrijk Italië geproclameerd. De Risorgimento, de hereniging, was voltooid.

Eleuterio Pagliano (1826-1903) was een geboren Sardijn en vurig aanhanger van Mazzini en Garibaldi. In 1859 vocht hij met hen mee om het Risorgimento te dienen en te helpen bij de verwezenlijking hun en zijn idealen. Dat kwam terug in zijn werk als kunstschilder waarvoor hij een opleiding had genoten aan de  Brera Academie in Milaan. Hij schilderde vanaf 1861 tien jaar lang militaire onderwerpen later afgewisseld met dramatische taferelen conform zijn voorliefde voor de Romantiek.


Eleuterio Pagliano, Il sequestro a nudo patriottismo (De inbeslagneming of naakt patriottisme), 1880, olieverf op doek, 105 x 155 cm (Pinacoteca Metropolitana di Bari ‘Corrada Giaquinto’).  Foto: Ada Markusse 5 september 2019.

Op het bovenstaande schilderij zien we een zieke man in zijn bed liggen. De patiënt is kennelijk stervende. Zijn uitgemergelde gestalte leunt roerloos tegen een opgericht hoofeinde om hem het lucht happen te vergemakkelijken. Het raam staat wagenwijd open. Aan de deur van de lege klerenkast en aan de muur hangt nog wat schaars bezit. Voor de rest is het een en al armoede wat we zien. De jas rechts is van de bezoeker, zo lijkt het. Op de houten tafel naast hem staan flesjes en een lampetstel. Daarnaast een foto van de Giuseppe Mazzini. Hij heeft nog meer bezoek. Maar de gast rechts op het doek wendt zijn hoofd af wanneer hij de figuren aan de linkerkant van het schilderij ziet binnenkomen. Kennelijk zijn het de deurwaarders van wie er één een exploot in zijn hand heeft om officieel beslag te kunnen leggen op de inboedel. De dame die hen binnenliet wijst vol ongeloof en vertwijfeling naar de stervende man. Een andere dame heeft zich ontredderd en knielend aan het bed vastgeklampt. Niemand gebruikt de stoel naast het bed. Bij gebrek aan ruimte zijn enkele spullen op de kast gelegd. Het licht valt op de patiënt en de clair-obscure werking ervan genereert een naargeestige sfeer.

Eleuterio Pagliano schilderde diverse taferelen met stervende figuren. Armoede en dood zijn immer en overal aanwezig, zeker in een strijd. In de negentiende eeuw waren de leefomstandigheden van de eenvoudige mensen slecht en ze leiden tot mensonterende situaties. De werkende volksklasse leed zwaar onder werkloosheid, ziekte en armoede.  Want hoewel het Risorgimento, de eenwording, al sinds 1861 een feit was, bleven armoede en gebrek het land teisteren. Het is begrijpelijk dat  het geloof van het volk in een beter Italië, hierdoor ernstig werd ondermijnd. Maar ook de verworpenen der aarde hebben idealen. Dat laat Pagliano zien.

In het schilderij Il sequestro a nudo patriottismo verbeeldt Pagliano een verscheurde wereld. Van een arme man wordt alles wat hij nog heeft afgenomen. Maar zelfs op zijn sterfbed blijft hij desondanks zijn hoop gevestigd houden op Giuseppe Mazzini, die Italië zag als “één natie van vrije en gelijke burgers, verenigd, onafhankelijk en soeverein.”[2]
Pagliano vertelt hier enerzijds het verhaal van een volhardend patriot die zelfs in een berooide materiele toestand zijn idealen niet prijsgaf. Anderzijds wijst hij op de mentaliteit van de schuldeisers die geen genade kennen, zelfs niet in het aangezicht van de dood.

3b-1 Toeschrijving
Volgens de catalogus Sprezzatura is het doek gesigneerd met T. Patini. Kunsthistorici hebben dan ook lang gedacht dat dit een schilderij van Patini betrof. In 2010 is met röntgen vastgesteld dat deze signatuur bovenop de oorspronkelijke verf is aangebracht. Stijlvergelijkingen hebben ertoe geleid dat dit werk definitief moet worden toegeschreven aan Eleuterio Pagliano.

4 Slot
Hierboven heb ik de vraag gesteld in welke mate Italiaanse schilders uit de late negentiende eeuw politiek geëngageerd waren. Aan de hand van de werken van Ciardi en Pagliano hebben we kunnen zien dat hun werk doortrokken is van het Risorgimento, de Italiaanse eenwording. Maar doordat ze zich ook oriënteerden op Europa zien we de Romantiek erin terug en de plain-air schilderstijl van de School van Barbizon.
Ik denk dat de Italiaanse schilders uit de periode 1860-1910 meer trendvolgers waren en dat pas in de twintigste eeuw met het Futurismo een meer toonaangevende rol was weggelegd voor de Italianen. Maar een bespreking van een schilderij van de futurist Balla, ook op de tentoonstelling aanwezig, is iets voor een andere bijdrage.

Het museum heeft de tentoonstelling “SPREZZATURA” genoemd, een naam die zou verwijzen naar verfijnde manieren (van schilderen). Maar deze schilders kozen niet voor de precieze academische stijl maar voor de grove toets. Het werkwoord ‘sprezzare’ verwijst bovendien naar gering achten en met een beetje fantasie, dat wel, is dat te verbinden met het Academische oordeel over deze schilders. Ze voldeden niet aan het klassieke schoonheids-ideaal.
Ik kan deze tentoonstelling van harte aanbevelen. Voor het grote publiek zijn diverse schilders minder bekend, maar niettemin van groot belang omdat ze met hun kunstwerken actief hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van een Italiaanse nationale  identiteit.

Middelburg 30 september 2019
 

   



[1] Sprezzatura is een vaag begrip dat mogelijk gemunt is tijdens de Renaissance. Het werkwoord ‘sprezzare’ betekent geringachten, minachten. Het zou goed kunnen dat hiermee in die tijd een negatief oordeel werd geveld over de volgelingen van de ‘moderne humanistische wijze van leven inclusief de kunstenaars.’ Maar volgens mevrouw Adriëne Quarles van Ufford in het Museumtijdschrift 2019/4 verwijst het juist naar de “bestudeerde nonchalance en verfijnde beschaving die de ideale hoveling aan de dag moest leggen.” In elk geval heeft het Drents Museum de laatste uitleg gekozen omdat het volgens hen de virtuositeit van de Italiaanse schilders reflecteert.
[2] L.H.M. Wessels & A. Bosch red., Veranderende grenzen, Nationalisme in Europa 1815-1919(Heerlen 1992) 372.