dinsdag 30 juni 2015

EEN LIBER AMICORUM VOOR DE DICHTER P.C.BOUTENS






EEN POËZIEALBUM VOOR DE ZEEUWSE DICHTER 
                                  P. C. BOUTENS



 MET EEN VERKENNING VAN DE WERELD RONDOM DE DICHTER P.C.BOUTENS

                                                            Deel een





 
Datum: 30 JUNI 2015 ( Auteur Leen Moelker (BA)
           

 VERKENNING VAN HET ONDERWERP
1 Onderwerp:
            Het Liber Amicorum  van de dichter P. C. Boutens   
2  Probleemstelling:
Uit welke bijdragen aan Boutens’ Liber Amicorum  blijkt dat dit vriendenboek tevens de  Nederlandse artistieke en politieke context  van 1900-1940 weerspiegelt?
3 Motivering:
Enkele jaren geleden kreeg ik een rondleiding in de Zeeuwse Bibliotheek in Middelburg. De directeur toonde trots de nieuwste aanwinst: een groot aantal boeken uit de nalatenschap van de in Middelburg geboren dichter P. C. Boutens. Daaronder bevond zich een vriendenboek dat was samengesteld in verband met de 70e verjaardag van Boutens op 20 februari 1940. Dit exemplaar interesseerde mij speciaal omdat daarin enkele grote namen uit de Nederlandse kunst en literatuur en andere auteurs staan opgenomen. Zou de stijl van die bevriende kunstenaars te herkennen zijn in wat ze over Boutens te zeggen hebben? Schemert er misschien ook iets in door van de literaire en politieke achtergrond, dus van de tijdgeest? Hoe is de vriendschap van de individuele auteur voor Boutens te verklaren? Door deze soort vragen ontstond het plan een onderzoek te starten naar de inhoud van het Liber Amicorum.  
Dit voornemen is relevant om twee redenen.
Ten eerste omdat dit Liber Amicorum  een bijzonder document is dat eventueel kan gelden als van de spiegel van de tijd. En die verbinding met de maatschappelijke of literaire context wil ik achterhalen. Ik wil speciaal letten op de contextuele connotatie van een gedicht, proza of beeld. Het begrip ‘context’ omvat hier een globale beschrijving van enkele belangrijke politieke en literaire feiten uit de jaren 1900 -1940.
Ten tweede  omdat dit Liber Amicorum, ook een probaat middel is om via anderen de contemporaine waardering voor de persoon Boutens helder te maken. De ontboezemingen geven minstens een aanvullend  beeld over Boutens als vriend en als dichter. Maar ze laten ook zien wie zich tot de vriendenkring van Boutens rekende. En dat is van belang omdat daaruit blijkt in welke kringen Boutens verkeerde. Het is denk ik onnodig te verklaren waarom ik ook wil kijken naar de kunstzinnige achtergrond van de deelnemende kunstenaars. Daardoor kunnen we mogelijke vooroordelen op het spoor te komen. Hun perceptie van de werkelijkheid komt tot uiting in de vorm èn de inhoud van hun bijdragen. En daardoor zal duidelijk worden hoe die achtergrond van invloed is op hun opstellen in het Liber Amicorum.
Ik zal niet alle vijftig bijdragen bespreken. Het onderzoek richt zich  vooral op een achttal beeld- en woordkunstenaars van wie ik verwacht dat zij representatieve stijl- en tijdgebonden kenmerken bezitten. Daarmee kan dan globaal de maatschappelijke en literaire context nader worden verkend.
Aldus levert dit beginsel – beschrijven van de inhoud en context van Boutens’ vriendenboek – het noodzakelijk perspectief op voor dit onderwerp. In de literatuur is wel een (onvolledige) archivalische opsomming te vinden van de inhoud van het Liber Amicorum. Ik wil een stap verder gaan door een samenhang te zoeken tussen de inhoud en de context ervan, en op die wijze bij te dragen aan de kennis over P.C. Boutens.


4  Historiografie
Boutens moet zijn beïnvloed door de opkomst van de verzuiling en van het cultuurpessimisme dat zijn tijd kenmerkte. Maar hij verwees naar zijn gedichten als men hem vroeg naar zijn engagement. Daarom is in het Boutens-onderzoek veelal naar zijn persoonlijke visie op de wereld gezocht via zijn werk.
 W. Blok heeft enkele gedichten nauwgezet geanalyseerd onder anderen in Merlyn (1965). John Irons legde in zijn Boutens-onderzoek het accent op woordfrequenties die volgens hem bepalend zijn voor de ontwikkeling van Boutens als dichter: The development of imagery in the poetry of P. C. Boutens (1970). A. L. Sötemann analyseerde en interpreteerde gedichten van Boutens in diverse artikelen bijvoorbeeld in:  A. L. Sötemann, Over poëtica en poëzie. Een bundel beschouwingen(1985).  Marco  Goud verkende de thematiek van het zien in het werk van Boutens in zijn proefschrift Ziende Verbeelding(2009).  
Boutens zelf heeft nauwelijks bijgedragen aan verklarende studies. Hiervan is Vorm en vormeloosheid in de dichtkunst (1932) de uitzondering. Hij sprak zich daarin uit over de voorbeeldvormende kwaliteit van de antieke kunst. Boutens gaf zijn werk vaak in eigen beheer uit, wat mede mogelijk was door zijn uitgebreide, rijke vriendenkring.
Voor wat betreft het luxe uitgevoerde Liber Amicorum,  in:  Karel de Clerck, Uit het leven van P. C. Boutens staat een onvolledige opsomming van de vriendenschaar die aan het album hebben meegewerkt. De hierboven al vermelde archivalische opsomming is te vinden in R. M. Rijkse, red., De P. C. Boutens-collectie van de Zeeuwse Bibliotheek te Middelburg ( Varia 6.33).
Omdat  Boutens’ zus Cato met Mr. P. C. Adriaanse uit Middelburg was getrouwd, is een deel van de nalatenschap bij de familie Adriaanse terechtgekomen. Hun schoondochter, Mevrouw J. Adriaanse – de Klerk (91) vertelt in een geluidsfragment onder welke omstandigheden haar die erfenis  van ‘oom Piet’- inclusief het Liber Amicorum -  heeft bereikt.  Zij vult aan wat een vriendin van Boutens, Kitty H.R. de Josselin de Jong in: Rozen in december, over haar  aangetrouwde oom heeft verteld.
 Er is mede daardoor een omvangrijke hoeveelheid Boutens-documenten in beheer bij de Zeeuwse Bibliotheek, waarvan dus ook het hier te bespreken Liber Amicorum  deel uitmaakt. 
In overzichtswerken over literatuurgeschiedenis wordt Boutens verschillend benaderd. Soms als belangrijk dichter (in: ´t Is vol van Schatten hier.), soms ontbreekt hij gewoon op een paar naamsvermeldingen na (in: Nederlandse Literatuur, een geschiedenis’).
Specifieker en talrijker is de literatuur waarin Boutens´ werk wordt besproken. Naast de hierboven genoemde auteurs geven hiervan blijk  A. Reichling (1925), Mulder (1948) en Peperkamp en Fokkema (1993).
Voor een literaire en politieke inbedding van het Liber Amicorum – van belang voor Boutens’ positie in de wereld – is een beperking van het bewijsmateriaal noodzakelijk. Van de 50 bijdragen aan het poëziealbum zullen er – zoals boven vermeld – paarsgewijs  slechts acht uitgebreid aan de orde komen. Boutens heeft allereerst met de Tachtigers opgetrokken. Uit deze periode stammen de vrienden Hélène Swarth en Lodewijk van Deyssel. Beiden worden in  Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum, ’t Is vol van schatten hier…dl I toegelicht. Vervolgens zijn er de symbolisten J. C. Bloem en Willem van Konijnburg die Boutens op eigen wijze feliciteren. Over hen is recent geschreven in Donker, Greta,  J. C. Bloem meester-dichter en Rijnders, Mieke, red., Willem van Konijnenburg, Leonardo van de lage landen.  De bijdragen van A.  Roland Holst en Ina Boudier-Bakker zullen ons een perspectief geven op het modernisme in studies als Jan van der Vegt, A. Roland Holst, Biografie en P. H. Ritter Jr., De Vertelster weerspiegeld. Leven en werken van Ina Boudier-Bakker. Ten slotte kan door de inbreng van Victor E. van Vriesland en van Dirk Coster aan het vriendenboek, Boutens’ laatste levensperiode worden belicht. Wij vinden informatie hierover in Victor E. van Vriesland en Alfred Kossmann, Herinneringen en E. du Perron, Cahiers van een lezer gevolgd door Uren met Dirk Coster.
Allen verbinden het Liber Amicorum met de tijd van de grote politieke en literaire beroeringen  in de wereld. De politieke context komt enigszins versluierd in het vriendenboek voor Boutens naar voren. Wat nader onderzoek oproept is de bijdrage van P.H. Ritter Jr., die een oordeel over de tijdgeest uitspreekt.  Jhr. Mr. Dr. Clifford Kocq van Breugel, Boutens’ mecenas, nam mede het initiatief voor het Liber Amicorum en schreef er de Opdracht in. Op zijn landgoed in Doorn hadden de Duitsers in 1940-1945 een hoofdkwartier.
Ten slotte heeft  Harry G.M. Prick in zijn bijdrage aan een bundel opstellen Ik heb iets bijna schoons aanschouwd, een fragment uit het Liber Amicorum in zijn artikel opgenomen, mogelijk om te wijzen op de omvangrijke vriendenschaar rondom Boutens.
5       Belang van het onderzoek
Boutens heeft geen plaats gekregen in de recente literatuurgeschiedschrijving als  Nederlandse Literatuur. Een geschiedenis (1996). Toch kan uit het grote aantal publicaties over zijn werk worden afgeleid, dat hij voor de Nederlandse literatuur als persoon en als kunstenaar van historisch belang is.  Dit is de algemene reden voor dit onderzoek.
Een daarvan afgeleid motief voor deze descriptie over Boutens en het Liber Amicorum is, dat het Liber Amicorum wel door vele auteurs betiteld wordt als het ‘pronkstuk van de nalatenschap’, maar nooit gebruikt is om Boutens’ literair-maatschappelijke rol als dichter te onderzoeken. De contemporaine literaire context van zijn werk moet nog – volgens Marco Goud – onderzocht worden. Mogelijk kan deze analyse van het Liber Amicorum daar toe bijdragen. In de bestaande publicaties wordt het Liber Amicorum dus uitsluitend als illustratie gebruikt, niet als hoofdonderwerp.
Een meer specifieke reden voor deze bescheiden studie is, dat het Liber Amicorum  private informatie uit de eerste hand bevat. Deze interessante, eigenhandig geschreven boodschappen aan het adres van Boutens kunnen – mits in samenhang beschreven – het bestaande beeld over de dichter en zijn tijd mogelijk aanvullen.  Ik hoop een antwoord te kunnen vinden op de vraag wie Boutens was in de ogen van zijn vrienden uit de periode 1900-1940 en welke rol hij volgens hen in de wereld speelde.
STRUCTUUR VAN HET VERHAAL OVER BOUTENS EN ZIJN WERK
1 P.C. Boutens, dichter en organisator
2  Vorm en inhoud van Boutens’ Liber Amicorum
2.1  Beschrijving van het Liber Amicorum 
2.2  Alle vrienden op een rij
2.3  Acht bijzondere vrienden en hun bijdrage
2.4  Wat andere vrienden vonden van Boutens. Een samenvatting.
5 De artistieke context van Boutens en zijn Liber Amicorum 1900-1943
6 De politieke context van Boutens en zijn Liber Amicorum 1900-1943
7  Conclusies

7 Overzicht van te gebruiken (bronnen)materiaal en literatuur
Archieven
- Zeeuws Documentatiecentrum te Middelburg
* Liber Amicorum  Dr.  P. C. Boutens, den Grooten Dichter, Classicus, Voorzitter, en Vriend, door zijn Vereerders aangeboden, 20 Februari. 1870-1940. Kluis PA 310.
* Geluidsband met interview tussen M. P. de Bruin met Mevrouw J. Adriaanse – Klerk, opgenomen op 5 juli 1996. (Kluis 1901 B 33)
* Geluidsband met toelichting op P.C. Boutens verzorgd door de Belgische Radio en Televisie op 14 maart 1993 (50e sterfdag). (Kluis 1901 B32).

- Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum, ‘s Gravenhage
*Signatuur: R 00644 B 1 / MM1989L-000396
  Van: Adrianus Roland Holst (1888-1976
   Aan: Pieter Cornelis Boutens (1870-1943)
   Aantal: 2 br
   Datering: 1940-1942
   Annotatie: Ook als microfilm aanwezig
   Signatuur: R 00644 H 1 / MM1989L-000417

*  Auteur: Adrianus Roland Holst (1888-1976) / Lambertus Jozef
    Bakker Sr (1912-1969)
    Categorie: Proza
    Titel: Herinneringen aan Lodewijk van Deyssel en P.C. Boutens /
    A. Roland Holst
    Aantal en materiaal: 13 bladen
    Datering: 1953
    Schrift: Autograaf en typescript
   Annotatie: Van het handschrift zijn drie versies aanwezig. Met
   enkele aantekeningen en correcties door A. Roland Holst,
  Bert Bakker en een onbekende / Ook als microfilm aanwezig





- Zeeuwse Bibliotheek Middelburg
* Bosch, A & L. H. M. Wessels red., Veranderende grenzen. Nationalisme in Europa 1919-1989 (Nijmegen 1992).
*Boutens, P. C., Gegeven keur, een bloemlezing uit de verzen van P. C. Boutens (Den   Haag 1942).
* Clerk de, Karel, Uit het leven van P. C. Boutens (Amsterdam 1964).
* Donker, Greta,  J. C. Bloem meester-dichter (Epe 2006).
* Dorleyn, Gillis J., ed., New trends in modern Dutch Literature (Leuven, Parijs etc. 2006).
* Goud, Marco, ZIENDE VERBEELDING, over zien en (on)zichtbaarheid in poëzie en   poëtica van P. C. Boutens, Was ist die Welt? Ein Ewiges Gedicht’ (Hugo von Hofmannsthal) (Leuven 2003).
* Herpen van, Jan J., ed., De meest Delftse Delftenaar. De briefwisseling Dr. P. H. Ritter Jr. – Dirk Coster (1920-1956) (Utrecht 1987).
* Josseling de Jong, Kitty H. R., Rozen in december (Hilversum 2000).
* Rijkse, R. M. red., De P. C. Boutens-collectie van de Zeeuwse Bibliotheek te Middelburg; samengesteld en ingeleid door R. M. Rijkse met bijdragen van B. Peperkamp en M. Goud (Amsterdam 1997).
* Rijnders, Mieke, red., Willem van Konijnenburg, Leonardo van de lage landen (Zwolle  2008).
* Vasalis, M, Jeanne van Schaik-Willing, Mr. E. Straat red., Victor, het boek der vrienden. Een literaire parade ter ere van Victor E.van Vriesland (Amsterdam 1947).
* Van der Vegt, Jan, A. Roland Holst, biografie (Baarn 2000).
* Verbeek, E. e.a., ‘Victor E. van Vriesland 1892-1972,’  Maatstaf 20 (1972) nr 6.
* Victor van Vriesland, Herinneringen verteld aan Alfred Kossmann (Amsterdam 1969).

Contemporaine Literatuur:
* Coster, Dirk, e.a. De nieuwe Europeese geest in kunst en letteren (Arnhem 1920).
* Du Perron, E., Cahiers van een lezer gevolgd door Uren met Dirk Coster (Maastricht 1946).
* Ritter, P. H. Jr., De Vertelster weerspiegeld, leven en werken van Ina Boudier-Bakker (Amsterdam 1931).

- Overige bronnen
* Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum, ’t Is vol van schatten hier…dl I (Amsterdam 1986).
* Schenkeveld-van der Dussen, M. A. red., Nederlandse Literatuur, een geschiedenis (Groningen 1993).




dinsdag 26 mei 2015

Het BEVRIJDINGSMUSEUM in Nieuwdorp (Nederland)-update

         HET BEVRIJDINGSMUSEUM IN NIEUWDORP ALS LIEU DE MÉMOIRE



  


Leen Moelker

In Nederland staat men jaarlijks uitgebreid stil bij het oorlogsdrama van 1940-1945 en latere gevechtshandelingen. De Nationale Herdenking op de Dam in Amsterdam op 4 mei en de viering van de bevrijding op 5 mei zijn hoogtepunten in de reeks nationale en lokale samenkomsten.  Daardoor wordt de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en van andere conflicten nationaal en in ieder dorp of streek verankerd in het eigen collectieve geheugen. Men betreurt de slachtoffers en men is blij over de verworven vrijheid.
Vooral de toenemende belangstelling voor het oorlogsverleden heeft geleid tot de oprichting van veel lokale lieux de mémoire. Een goed voorbeeld hiervan is het Bevrijdingsmuseum in het Zeeuwse Nieuwdorp.[1] In dit kleine dorp onder de rook van Middelburg en de Kerncentrale Borssele houden vrijwilligers voor de wijde omgeving de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog gaande door middel van een klein maar interessant museum.
Waarom en hoe is het museum er gekomen? Wat maakt dit museum tot een lieu de mémoire?

                                         Fig.1 Het Bevrijdingsmuseum in Nieuwdorp op 6 juni 2015. (Foto: Ada Markusse)

1  Samenvattend oordeel

 Het Bevrijdingsmuseum in Nieuwdorp is een laagdrempelige culturele voorziening. De ontwikkeling ervan begon min of meer serieus in 2001 maar de officiële opening was pas op 30 september 2009.
Het museum is ondergebracht in een voormalige kleine landbouwschuur op het terrein van de familie Traas aan de Coudorpsedijk 41 te Nieuwdorp.
Bezoekers van het museum kunnen zich er oriënteren op de geschiedenis van de bevrijding van Zeeland in 1944.
In de filmzaal wordt aandacht besteed aan de ervaringen van ooggetuigen en aan enkele tactische manoeuvres binnen de geallieerde strategie waaronder de bombardementen op de zeedijk bij Westkapelle en de inundatie van Walcheren.[2]
In essentie toont het museum wapens, communicatieapparatuur en gevechtstenues die in de Tweede Wereldoorlog zijn gebruikt of gemodelleerd zijn naar dat gebruik. Op de afdeling koloniale conflicten zijn onder andere wapens te zien die herinneren aan de Politionele Acties van 1947 en slaan op de activiteiten van het Zeeuws Bataljon in toenmalig Nederlands-Indië.

Ik vind dat er  op de begane grond wel erg veel ruimte is gereserveerd voor voorwerpen van Duitse herkomst zoals uniformen, wapens, een Duits bunkerinterieur en onderscheidingstekens. Aldus gepositioneerd straalt de ‘vijand’ nog iets van macht en controle uit. Wat mij betreft mag ook hier – zoals op de verdieping – de Canadese superioriteit boven de Duitse worden getoond. Het zou toch een mooi eerbetoon aan onze bevrijders zijn als er in het mitrailleursnest Canadese soldaten in actie te zien zouden zijn.

Wat we eigenlijk waarnemen in het museum zijn moordwapens en systemen om te vernietigen. Ik ben daarom erg ingenomen met de verdieping waar via moderne displays het verloop van de ‘De slag om de Schelde’ interactief  kan worden beleefd. Die afdeling is educatief verantwoord en instructief  interessant.
In de naam Bevrijdingsmuseum ligt het accent op bevrijding. En dat is een goed vertrekpunt voor een museum over de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog.  

2  Het museum krijgt vorm

Op 20 maart 2001 werd de stichting “Zeeland 1940-1945 Infatuate” opgericht met als doel een gelijknamig museum te exploiteren en in stand te houden.[3] Het betrof de hobbyverzameling van de familie Traas van vooral lokaal gevonden artefacten uit de Tweede Wereldoorlog. Het museum kreeg onderdak in de kleine landbouwschuur van de familie Traas aan de Coudorpsedijk 41 te Nieuwdorp.
Al spoedig vonden vele attributen uit particulier bezit hun weg naar het museum, dat daardoor te klein werd. Gaandeweg werd de ruimte uitgebreid tot alle niveaus van de schuur, wat mogelijk werd doordat de lokale overheid het museum hielp financieren.
Op 30 oktober 2009 opende HKH Prinses Margriet het geheel vernieuwde museum dat toen de naam Bevrijdingsmuseum Zeeland kreeg.
De waardering voor het werk van de Stichting en de vele vrijwilligers was groot. Immers vele belangstellenden en bezoekers konden mee praten over de oorlog. Maar naast het publiek zagen ook de Gemeente Borssele en de Provincie Zeeland het belang van een oorlogsmuseum voor Zeeland in. Ook het Nationaal Fonds voor Vrede, Vrijheid en Veteranenzorg juichte de doorontwikkeling van dit bijzondere initiatief toe.  Dit fonds zegde  in 2013 een bedrag toe van 1,5 miljoen euro zodat verdere professionalisering van de organisatie en de positionering van de collectie zijn beslag kon krijgen. Maar daarvoor was meer ruimte nodig en die kwam beschikbaar nadat de Gemeente Borssele en de Provincie Zeeland de aankoop van de aangrenzende kavels totaal 30.000 m2 hadden voorbereid. Uiteindelijk werden deze op 5 mei 2014 (Bevrijdingsdag!) voor het symbolische bedrag van 1 euro aan de Stichting Bevrijdingsmuseum Zeeland overgedragen. Daarna kon de planontwikkeling voor de realisatie van het zogenaamde Bevrijdingspark verdere invulling krijgen.
Het bevrijdingspark wordt deels een open-lucht-voorziening. Het is de bedoeling om op de nieuwe kavels parkeerruimte en meer tentoonstellingsruimte te realiseren. Er zal een stiltebos aangeplant worden en ook krijgt een noodkerk uit Ellewoutsdijk hier een prominente plek toegewezen.[4] De specifieke problemen van oorlogvoering in de vroegere Zeeuwse delta zullen aan de orde komen in de presentatie van buitencategorieën zoals van een Baileybrug,[5] tanks en amfibievoertuigen, anti-tankvoorzieningen als drakentanden en strandversperringen.
Inmiddels is dit museum opgenomen in de rij van Zeeuwse musea en heeft het de fiscale ANBI status gekregen. Het oorspronkelijke plan van de heer Traas is inmiddels dus in een veel breder verband getrokken en dient nu mede om een grotere bekendheid te geven aan het Zeeuwse oorlogsverleden zoals aan de Slag om de Schelde.
Gedeputeerde De Reu motiveert de bijdrage van de Provincie Zeeland met de uitdrukkelijke wens dat het museum er ook van getuigt hoe belangrijk het is dat wij in vrijheid kunnen leven en dat de strijd voor de vrijheid nooit tevergeefs is. Immers, wij zijn toen tijdelijk onze vrijheid  – van handelen, van denken, van beslissen, van keuze – kwijtgeraakt. Dat mag nooit meer gebeuren.


3  Historiografie

Het Bevrijdingsmuseum in Nieuwdorp krijgt dus een belangrijke taak om het Zeeuwse verhaal te vertellen over de strijd om de vrijheid in de Tweede Wereldoorlog.
Over deze oorlog zijn inmiddels veel  publicaties verschenen en er is veel onderzoek gedaan naar diverse aspecten van de Duitse bezetting. Omdat het museum in Nieuwdorp delen van die geschiedenis in beeld brengt, is het zinvol door middel van een beknopte historiografie een referentiekader voor het museum te duiden.

Als de oorlog begint wordt Zeeland getroffen door het bombardement op Middelburg.
Over dat bombardement  is een mooi boek verschenen onder de titel Middelburg 17 mei 1940, het vergeten bombardement.[6] Dit boek is vooral van belang voor de discussie over de vraag of het wel zo zeker is dat de Duitsers Middelburg hebben gebombardeerd. Zelfs de term ‘bombarderen’ staat ter discussie. Een kritische bijdrage hierover is te vinden in het orgaan van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen Zeeland 21.1 (2012).[7] Van der Weel vraagt zich af of het juist is om het luchtbombardement op Middelburg als een mythe te beschouwen, zoals Sijnke c.s. doen.
De oorlogsjaren en het voorafgaande Interbellum worden vanzelfsprekend behandeld in deel 4 van Geschiedenis van Zeeland. Daarin wordt kort samengevat wat Zeeland in de oorlog heeft wedervaren. Ook staat erin vermeld dat Zeeland door de Duitsers werd opgenomen in de Europese verdedigingslinie Atlantikwall. Vooral langs de kust en in Walcheren is daardoor het landschap voorgoed veranderd.[8]

Met behulp van een masterscriptie-onderzoek heeft Dirk Marc de Waard gekeken naar de kenmerken van Zeeland – aard van de bevolking, het type land, sociale structuur en bepaalde kenmerkende Zeeuwse reactiepatronen –  van voor en tijdens de oorlog 1940-1945.[9] Dat onderzoek is van belang voor een beter begrip van de omstandigheden waaronder de Zeeuwen hun oorlogservaringen moesten verwerken.
                                        

                                         Fig.2 Keith Hill, Lancaster bommenwerper PB667 MG-Q, Pathfinder
                                                 Ca.2010, olieverf op doek, ca 90x40 cm, Bevrijdingsmuseum Nieuwdorp. 
                                         (Foto: Ada Markusse).


Het is niet zonder betekenis dat Zeeland juist door de aanwezigheid van  versterkingen rond de riviermonden, in de vuurlinie kwam te liggen. Want nadat in 1944 in de Atlantikwall bij Normandië een bres was geslagen en de geallieerde opmars bij Arnhem tot staan was gebracht, wilden de geallieerden de controle krijgen op het Schelde estuarium in Zeeland.[10] Daardoor kon de bevoorrading van de troepen via Antwerpen worden zeker gesteld.[11] En dus ontbrandde de strijd die bekend staat onder de naam ‘De slag om de Schelde.’
Onder andere in het boek The battle of the Scheldt worden de achtergronden van deze strijd geschetst vanuit het perspectief van de geallieerde legerleiding.[12] Bij het veroveren van de Scheldemond bleek het te gaan om vier aangrijpingspunten in de geallieerde strategie.
Dat waren
1       De opmars vanuit Antwerpen via Woensdrecht naar Zeeland;
2       Operatie Switchback gericht op de Duitse afweer in Breskens en de beheersing van de volledige zuidelijke Schelde-oever;
3       Operatie Vitality I met de opmars vanuit Brabant naar Zuid-Beveland en Vitality 2 met de landing in het Sloegebied om via Zuid-Beveland via de Sloedam door te stoten naar achter de Duitse linies op Walcheren;
4       Operatie Infatuate, om de Duitse weerstand vanuit zee op Walcheren te breken.[13]

Eén onderdeel van deze operaties was het veroveren van de doorgang op de Sloedam. Deze dam was destijds 40 meter breed en 1600 meter lang en verbond Zuid-Beveland met Walcheren. Een detailstudie naar de gebeurtenissen op die plek is te vinden in het boek Slagveld Sloedam.[14]
Hoebeke besteedt in zijn boek ook aandacht aan de crash van een geallieerde Lancaster bommenwerper in het al bevrijde Nieuwdorp op 20 maart 1945.[15] Zeven bemanningsleden vonden de dood en ze werden uiteindelijk op de Militaire Begraafplaats in Bergen op Zoom begraven.[16] Voor het kleine dorp was dat een traumatische ervaring. Over het soms korte leven van een geallieerde piloot is belangrijke informatie te vinden in het goed gedocumenteerde, in het Nederlands vertaalde boek van Peter Celis, Blenkinsop, van de Belgische ondergrondse tot Bergen-Belsen.[17]

Ten slotte is voor de inkadering van het begrip 'lieu de mémoire' en voor het achterhalen van de wortels van lokale musea de delen 2 en 3 van Les lieux de mémoire van belang. Pierre Nora verzorgde de redactie ervan.
4  Het Bevrijdingsmuseum als lieu de mémoire

De locatie van het museum lijkt toevallig te zijn gekozen maar toch is dat niet zo. De beslissing van de familie Traas om in het eigen domein de verzameling attributen uit de Tweede Wereldoorlog tentoon te stellen, is op zich niet uniek. Op meer plaatsen is dat gebeurd zoals boven aangeduid.  
Maar wel bijzonder is, dat op dit initiatief een krachtige respons van het publiek kwam. Vooral oudere belangstellenden en bezoekers begonnen hun eigen verhaal aan de hand van de museum inhoud mee te vertellen. En het is precies dat fenomeen dat het Bevrijdingsmuseum tot een lieu de mémoire maakt. Want een plaats van herinnering is psychologisch gezien gekoppeld aan een hersenactiviteit waarbij  de confrontatie met objecten – een uniform, een tank of een foto – fungeert als een oproepaanwijzing voor het herbeleven van vroegere ervaringen.  Vooral in Frankrijk is de herinnering aan de wereldoorlogen levendig gehouden door een ontelbare hoeveelheid monumenten en andere plaatsen van herinnering.
                                         Fig.3 Sherman Tank gebruikt bij de bevrijding van Nederland in 1945 
                                                  komt aan bij het Bevrijdingsmuseum in Nieuwdorp op 6 juni 2015. (Foto: Ada Markusse)

Dat heeft Pierre Nora, een Franse cultuurwetenschapper, ertoe gebracht om vanaf 1980 onderzoek te doen naar plaatsen waar mensen omwille van hun herinnering aan gehecht zijn. Wat zijn de kenmerken van zulke plaatsen? Waarom worden ze massaal bezocht? Wat beleven mensen erbij?
Hij constateerde dat mensen in de postmoderne tijd hun houvast verliezen door de uiterst snelle ontwikkelingen in de wereld.  De bestaande kenbare wereld verandert continue en daarmee ook de betekenis van de eigen rol in die nieuwe wereld. Het gevolg is dat iedereen bezig is om aansluiting te houden met het heden, het ‘nu.’ Tegelijk ontwikkelen zich angst gevoelens over het verlies van een identificeerbaar verleden.  Dreigen wij onze eigen betekenis in de geschiedenis niet te  zullen vergeten? Vandaar dat, volgens Nora, de behoefte aan plaatsen van herinnering sterk is toegenomen.
Sommige zaken als een watersnoodramp en een oorlog zullen in het collectieve geheugen van een gemeenschap gegrift staan en ze worden daarom stelselmatig herdacht op bepaalde momenten en plaatsen.  Zo geven mensen betekenis aan hun gezamenlijk verleden, van generatie op generatie. En de individuele herinneringen – die dus onder druk staan door de volatiliteit ervan – zoeken daarbij aansluiting. De persoonlijke verhalen die het Bevrijdingsmuseum in Nieuwdorp bereiken getuigen hiervan. Herinneringen zijn de basis voor de natie.
 Pierre Nora: "C' est au regard de la mémoire et de la mémoire seule que la 'Nation' dans son acception unitaire, garde sa pertinence et sa légitimité."  (voetnoot 19)
Samengevat zijn lieux de mémoire dus plaatsen waar mensen het contact met het verleden (kunnen) maken. Dat kan een monument of een museum of een foto zijn, maar ook alle andere mogelijke verschijningsvormen aannemen zoals liederen, schilderijen of tentoonstellingen.
Hoe ziet Pierre Nora een lieu de mémoire in theoretische zin?
Volgens hem kan een plaats van herinnering  materieel, symbolisch en/of functioneel zijn of alle drie tegelijk .[18]

Passen we het bovenstaande toe op het Bevrijdingsmuseum in Nieuwdorp dan kunnen we de volgende conclusies trekken.
Het museum is en wordt vooral een lieu de mémoire in materieel opzicht. Het museum bestaat uit gebouwen en terreinen en is namelijk praktisch gevestigd in de dichte nabijheid van de plaats waar in oorlogstijd een geallieerde pathfinder-eenheid met hun Lancaster neerstortte. Ter herinnering daaraan is nabij het museum in de openbare ruimte een kunstwerk opgericht waarin een propeller van de Lancaster is verwerkt. Verder zijn er concreet wapens uit de Tweede Wereldoorlog te zien, later uit te breiden met tanks, amfibievoertuigen en afweersystemen. Ze fungeren allemaal als een ‘souvenir’ waaraan mensen persoonlijke verhalen kunnen koppelen.
                                         Fig.4 Propeller van de Lancaster PB667 MG-Q als monument
                                         tegenover het ouderencentrum "Lancasterhof" bij de crashplaats in Nieuwdorp.
                                         (Foto: Ada Markusse)
Is het museum ook functioneel gezien een lieu de mémoire? Hiervoor moet de locatie ook nog andere functies hebben dan die van museum. Als we het toekomstige stiltebos aanmerken als een plaats waar mensen naar toe kunnen om hun eigen verhaal te overdenken, om even afgezonderd te zijn van de wereld maar toch deelgenoot kunnen blijven van deze plaats van herinnering, dan vind ik het museum ook zeker functioneel.
In Nieuwdorp, maar ook elders, ook in Zeeland, zijn in de Tweede Wereldoorlog en tijdens Politionele Acties in Nederlands Indië slachtoffers gevallen. Dus een stilteplek aan het Bevrijdingsmuseum Zeeland zal zeker de goede sfeer oproepen waarin gedachtenissen kunnen gedijen.
Ten slotte kijken we nog even naar de symbolische karakteristiek van het museum. De heer De Reu (lid GS Zeeland) heeft via de website van het Bevrijdingsmuseum laten weten het museum te zien als een plaats waar de vrede en de vrijheid gevierd wordt. Dat houdt volgens mij in dat de museumcollectie deze betekenis krijgt voor Zeeland als geheel. En dat betekent ook dat het museum zich aanbiedt als symbool voor al die kleine en grote verhalen uit de recente strijd om de vrijheid. Inderdaad, een  lieu de mémoire maar ook een plaats waar de sleutelwoorden waakzaamheid, moed en onverschrokkenheid worden gematerialiseerd.  Die begrippen zijn noodzakelijk verbonden worden met de menselijke geschiedenis, maar ook met de toekomst, want ook daarin zal de strijd voor gerechtigheid en vrede doorgaan. 

5       Slot

Het Bevrijdingsmuseum in Nieuwdorp is er gekomen dank zij particulier initiatief.  Inmiddels heeft dit kleine museum de steun gekregen van verschillende instanties en van veel vrijwilligers.  Daardoor kan het uitgroeien tot een unieke plek waar de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog een volwaardige plaats krijgt in het belang van de strijd om de vrijheid. Zo kan die niet aflatende strijd aan toekomstige generaties worden overgedragen. 

Update 19 februari 2011
Het museum zal aanzienlijk worden uitgebreid, wat mogelijk is gemaakt door een goede-doelen-gift van de Postcodeloterij op voorspraak van het hierboven genoemde Nationaal Fonds voor Vrede, Vrijheid en Veteranenzorg (1,65 miljoen). Er komt een Vrijheidspaviljoen waarin thematisch de Wereldoorlog II met als focuspunt de 'Slag om de Schelde', de politionele acties 1947-1949, en de hedendaagse vraagstukken voor vrede en veiligheid centraal staan. Het museum maakt  ook ruimte vrij voor de Four Freedoms of the World - award, een idee van de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt. Jaarlijks wordt die prijs uitgereikt om en om in Middelburg en New York en behelst de vier fundamentele vrijheden die iedereen op de wereld moet kunnen ervaren. Het zijn de vrijheid van godsdienst, vrijwaring van gebrek, van meningsuiting en de vrijheid om zonder vrees te leven.
De realisatiedatum is mogelijk 25 oktober 2019. (PZC 17 februari 2018).



[1] Andere voorbeelden in Zeeland zijn het Polderhuis Westkapelle Dijk-en Oorlogsmuseum en het kleinere Bunker Museum in Zoutelande, het Oorlogsmuseum Gdynia in Axel, het Oorlogsmuseum Switchback in Oostburg, het Oorlogsmuseum Vitality in Kapelle en het Wings to Victory museum dat op het Vliegveld Midden Zeeland  is gevestigd.
[2] Die strijd, de SLAG OM DE SCHELDE, duurde van 2 oktober – 8 november 1944 en draaide om de vaarweg naar Antwerpen. Later volgt meer informatie.
[3] Zie de website van het Bevrijdingsmuseum Zeeland http://www.bevrijdingsmuseumzeeland.nl/
[4] Deze noodkerk kwam er nadat tijdens de strijd om de Schelde de stenen kerk van Ellewoutsdijk zwaar beschadigd was geraakt.
[5] Sir Donald Bailey bedacht het ontwerp van deze brug. De basiselementen bestaan uit ijzeren langsliggers van 6 meter, dwarsliggers van 3,05  een ijzeren opstand en houten vloerdelen, tezamen een sectie. Een brug bestaat uit een aantal secties. http://nl.wikipedia.org/wiki/Baileybrug
[6] J.E. Bosma, T. van Gent, P. W. Sijnke red., Middelburg,17 mei 1940 het vergeten bombardement (Vlissingen 2010).
[7] J.  J.  van der Weel, L.W. van de Merbel, ‘Nogmaals, het bombardement op Middelburg op 17 mei 1940’ ‘Zeeland, tijdschrift van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen’  21.1 (2012)13-23.
[8] Jan Zwemer, Politieke verhoudingen in: ‘Paul Brusse en Jan Zwemer red., Geschiedenis van Zeeland  IV vanaf 1850’(Zwolle 2014) 168, 169, 170.
[9] Dirk Marc de Waard, “Luctor et Emergo : The impact of the Second World War on Zeeland” (1983); dit is een masterscriptie aan de Wilfred Laurier University, Waterloo, Canada.
[10] De aanvoerlijnen vanuit Normandië werden te lang en te kwetsbaar geacht. Het was dringend gewenst dat Antwerpen voor de geallieerde bevoorrading bereikbaar zou worden.
[12] W. Dennis Whitaker, Shelagh Whitaker, The battle of the Scheldt (London 1985).
[13]  R. E.  Hoebeke, Slagveld Sloedam (Nieuw- en Sint Joosland 2002) 396, 397 en
[14]  Hoebeke, Slagveld Sloedam.
[15]  Ibidem 707, 708, 709, 710.
[16] Het laatste Lancaster verlies in en om Zeeland. o Lancaster Mk.III PB667 van 7 squadron – gestart om 1031 van Oakington Cambridgeshire met 18 x 500 lbs MC – werd tijdens de terugvlucht om 1443 door de bij Westenschouwen opgestelde Flak getroffen. De piloot draaide daarop af naar Zuid-Beveland en stortte uiteindelijk neer op het land van de heer Remijn nabij Nieuwdorp. Waargenomen werd dat een motor reeds in brand stond en dat een vleugel afbrak tijdens een poging om een noodlanding uit te voeren. De gehele bemanning kwam hierbij om het leven en werd in eerste instantie, met uitzondering van Flg.Off. Huttlestone, door soldaten van de Royal Marines aan de zuidzijde van Nieuwdorp begraven. Later werden hun stoffelijke resten overgebracht naar de geallieerde militaire begraafplaats te Bergen op Zoom. Flg.Off. George Henry Huttlestone + Zijn stoffelijk overschot werd eerst tijdens de ruiming van de wrakstukken geborgen waarna hij op de algemene begraafplaats van Goes werd begraven. In een later stadium werden ook zijn stoffelijke resten overgebracht naar de geallieerde militaire begraafplaats te Bergen op Zoom. Flt.Sgt. Richard Roy Evans + Flg.Off. Lindsay Page Bacon RAAF + Sgt. John Edward Taylor + Sgt. Harry McClements + Sgt. James Alex Cornwall + Wr.Off. Philip Athol Tennant + Bron: http://wingstovictory.nl/.
[17] Peter Celis, ‘One who almost made it back,’ The Remarkable Story of One of World War Two's Unsung Heroes, Squadron Leader Edward 'Teddy' Blenkinsop, DFC, CdeG (vert. Blenkinsop, van de Belgische ondergrondse tot Bergen-Belsen; Berchem 2008).
[18] http://fr.wikipedia.org/wiki/Lieu_de_m%C3%A9moire
19 Pierre Nora red., Les lieux de mémoire La Nation, II  (Paris 1986) 683.