zaterdag 22 september 2018

'HOMO SAPIENS,een kleine geschiedenis van de mensheid' en de toekomstvisie van Yuval Noah Harari


TIEN STELLINGEN ALS COMMENTAAR OP HET TOEKOMSTBEELD VAN
                            YUVAL NOAH HARARI

1  INLEIDING

Kort geleden kreeg ik het boek  SAPIENS een kleine geschiedenis van de mensheid cadeau.
Op de flaptekst staat een aanbeveling van Mark Zuckerberg (Facebook) en wie even verder kijkt op internet ontdekt uitgesproken enthousiasme over Sapiens onder verschillende (ex) wereldleiders als Barack Obama en computergoeroe Bill Gates.
De kracht van het boek is dat het een bepaalde kijk geeft op de geschiedenis van de mensheid. Met Darwin als vertrekpunt – de evolutieleer – ontwikkelt Harari een theorie volgens welke de mensheid vanuit Afrika en het Midden-Oosten tot de tegenwoordige  Homo Sapiens is opgeklommen. Maar het boek eindigt in mineur: “Wij zijn machtiger dan ooit, maar hebben geen idee wat we met de macht aan moeten.”[1]

Inmiddels verschenen nog twee boeken van Harari: Homo Deus en Eenentwintig lessen voor de eenentwintigste eeuw.

In ‘Homo Deus’ speculeert Harari over de toekomst van de homo sapiens. Hij ziet in de verre tijd een mens ontstaan wiens kenmerk is dat hij onsterfelijk is omdat hij zichzelf – zijn organisme, zijn denkkracht, zijn fysieke kracht – met behulp van computertechnologie steeds weet te vernieuwen.  Een voorspelling is het niet maar meer een logische doorredenering vanuit de huidige menselijke status. De wetenschap wil het organisme en dus de mens ontleden tot er alles over bekend is, inclusief hoe eeuwig voortbestaan mogelijk is. Dat kan alleen met supercomputers die supermensen kunnen creëren.  Robotisering maakt vervolgens de mens totaal overbodig. Er ontstaan twee groepen individuen: de happy few die met  algoritmen via de sociale media de menselijke samenlevingen beheerst. En de homo sapiens die voort leeft met de aloude – door Silicon Valley verfoeide onware – verhalen waaruit hij zijn inspiratie voor het leven haalt.
Harari beweert nu dat deze tweedeling ervoor zorgt dat ‘de algoritmes’ (Facebook, What’s App, Google, Twitter ) zullen doordringen tot diep in het privéleven van de homo sapiens. De homo sapiens zal geen vrije wil meer kunnen gebruiken omdat hem alleen zwaar gefilterde informatie bereikt en zijn inzicht – en de daarop gebaseerde keuzeopties – wordt aangestuurd door een digitale macht van buiten. De dataïsten  sturen hem volledig en veroveren zo de wereld. Het is duidelijk dat van een liberale democratie geen sprake meer kan zijn. Het humanisme wil immers dat iedereen gelijk is en dat verdraagt zich niet met een dataïsme waarin de macht bij de supermensen geconcentreerd is.  

In “Eenentwintig lessen voor de eenentwintigste eeuw’ filosofeert Harari over de huidige tijd en wat we kunnen doen aan dat beklemmende vooruitzicht: een transhumane samenleving vol cyborgen die beheerst wordt door de dataïsten. Hoe kunnen we die ontwikkeling blijven controleren? Daarvoor geeft Harari enkele mogelijke oplossingsrichtingen. Hij snoept daarbij van twee walletjes. Enerzijds heeft de wetenschap de macht over de wereld als de eigenaar van kennis. Maar deze epistemologische voorrangspositie moet wel door een ontologisch gefundeerde menswereld geaccepteerd worden, en dat kan alleen maar als beide samenwerken. Harari is een sterk anti-religieuze auteur die niets moet hebben van een geloof in God. Toch erkent hij de macht van de grote verhalen. Hij moet wel, want ook zijn eigen
verhaal is doorspekt van een geloof in de bindende kracht van de Boeddhistische leer. Hij is een fervent aanhanger van de VIPASSANA meditatie[2] en vandaaruit heeft hij kritiek op de wereld die op weg is zichzelf te vernietigen.



2  POSTMODERNITEIT

Ik wil in deze bijdrage tien gedachtenoefeningen uitvoeren gericht op Harari’s inzicht in hoe de mensheid zich zal ontwikkelen. Is de toekomst van de mens inderdaad die van een selfmade god die eeuwig leeft? Wordt iedereen dan een god of is er verschil? Heeft de eenvoudige homo sapiens wel of geen kans meer op een gelukkig leven omdat zijn leven niet langer door een deterministische maar doelgerichte technologie wordt bestuurd? Is het evolutieproces, dat kan leiden tot de zelfvernietiging, te stoppen of bij te sturen? Ook Harari weet geen antwoord op dat soort vragen, hij schetst slechts mogelijke ontwikkelingen. Niettemin past het in een cultuurwetenschappelijke beschouwing wel in te gaan op de beweringen van een transhumanist als Harari.

Harari’s onderwerp is er een van deze tijd. Op mijn blog heb ik eerder bericht over een discussie over een opkomend posthumanisme, die onder leiding stond van Professor Braidotti. Mevrouw Braidotti roept op om binnen de geesteswetenschappen het begrip ‘mens’ opnieuw te definiëren.
Uit mijn blogartikel heb ik enkele gedachten over postmoderniteit geselecteerd (juli 2016). Ik geef ze nogmaals weer, met hier en daar een verbetering van de tekst.

Hoe ziet een Post-humane wereld er uit?
Kort samengevat zou ik onder een post-humane wereld willen begrijpen een samenleving waarin  de  mens en machines volledig afhankelijk van elkaar zijn. Machines en mensen werken noodzakelijk samen om de controle op de verschijnselen te krijgen en te houden. De mens is daarbij niet langer de dominante factor in het bestaan van de wereld.
Vandaag, 16 maart 2016 wordt een proef uitgevoerd met een reeks zelfrijdende auto’s  op een drukke verkeersweg ergens in Nederland.  Er is per auto nog een chauffeur aanwezig voor als het mis gaat,  maar  de vooruitgang in de robotisering van menselijk handelen is – dat blijkt daar uit – onmiskenbaar.  En het laat zich indenken dat machinale zelf-sturing ook gaat gelden op alle plaatsen waar nu nog handvaardigheden zijn vereist.  Machines zijn goedkoper  per capita en kunnen  veel complexere taken routinematig en foutloos uitvoeren. 
Wetenschappers als prof. dr. Rosi Braidotti  bestuderen de consequenties hiervan voor de plaats van de mens in een ver doorgevoerde gerobotiseerde wereld en de rol van de geesteswetenschappen daarin. Elders op mijn blog heb ik een lezing van haar over dit onderwerp samengevat.
Aanvullend daarop is nog  te melden dat zij het niet eens is met de filosoof Martha Nussbaum. Die oriënteert zich op de oude Grieken – Aristoteles, de stoïcijnen – en houdt  voor ogen dat het goede en het kwade in de mens zelf zit.[3][1] Dat leidt vanzelf tot vrijheidsdenken, moreel verantwoordelijk zijn en het streven naar geluk. Een antropocentrische theorie dus. En prof. Braidotti vindt dat niet van deze tijd. In onze tijd is de antropocentrische benadering van de wereld niet langer geldig. Zelfs in de geesteswetenschappen is dit beeld versnipperd geraakt. Waar eerder de mens als een autonoom wezen met een rationele individualiteit  het uitgangspunt was, wordt nu meer de ongelijksoortigheid en de veelzijdige gelaagdheid van de levende wezens bestudeerd. Deze post-antropocentrische aandacht voor ‘zoe’,[4][2] waarin niet alleen de mens maar alle leven – dieren, planten – centraal staat, leidt ertoe dat een ethisch subject met de gehele levende natuur zou moeten worden verbonden.

 Kan een kat of een hond nu ook de maat der dingen zijn? In een bepaald opzicht wel. De discussie in Nederland over het onverdoofd slachten van dieren wordt gevoerd tegen de achtergrond van de toekenning van rechten aan dieren. Aan de andere kant van het spectrum geldt dat bijvoorbeeld voor de wereldconsumptie niets meer veilig is. Alles kan voorwerp van handel zijn, mens, dier en plant.

Braidotti signaleert dat Habermas, Fukuyama, Derrida en Sloterdijk grote zorgen hebben over deze ontwikkeling.
 Het lijkt mij ook dat het niet is tegen te gaan dat de mens, dier (varkenshartkleppen in de mens) en de techniek verstrengeld raken en samengaan in de cyborg. Vooral in de literatuur en film wordt vooruitgegrepen op toekomstige mogelijkheden en de opkomst van de machinemens.
Maar de eerste generatie cyborgen is gemakkelijk in de samenleving op te sporen. Tenminste als we de combinatie mens-werktuig als criterium nemen – bril, gehoorapparaat, titanium gewrichten, pacemaker, kunstnier, borstimplantaten, tandprothese – en ons realiseren dat  deze ontwikkeling doorgaat.  Een mens met machineonderdelen zoals een hart/long/hersen-  of bewegingsimplantaat is bezig  een machine met menselijke onderdelen te worden. Met kunstmatige intelligentie uit supercomputers kan de mens zich zelfs een god wanen.
Het valt niet te ontkennen dat velen de bezorgdheid van Habermas c.s.  over de ontmanteling van de mens-als-maat-der-dingen delen.  Als de cyborg de dominante sociale en culturele entiteit wordt hoe staat het dan met de moraal?  Maar het wordt nog anders als  de wetenschap (en de samenleving) zich richt op de samenhang tussen alle levende wezens en geen onderscheid meer maakt tussen klassen, mensen,  machines en dieren. Wat is dan een ethisch subject?
Die vraag is van belang voor de situatie waarin mens en machine  oorlogstuig vervaardigen. De waterstof/atoombom  is daarvan een voorbeeld. Angst voor een ongecontroleerde inzet van dergelijke vernietigingswapens doortrekt de gehele wereld. De mens, de organische mens, heeft de zaak niet meer geheel onder controle. Raketten en drones kunnen feilloos de gehele levende natuur uitschakelen. En dus ontstaan nieuwe vormen van onmenselijkheid, machtsongelijkheid en grote spanningen tussen volkeren.
Is er dan alleen maar ellende te verwachten van de ontwikkelingen,  een bredere blik op de wereld en verder reikende horizonnen? Gelukkig niet. De wetenschap heeft haar verantwoordelijkheid herkend en zet op grote schaal interdisciplinair samengestelde studiegroepen op.  Als onderwerp gaat het dan in deze post-antropocentrische wereld  niet meer alleen om de mens maar om de samenhang van de hele organische en anorganische wereld. Voorbeelden zijn ecologische omgevingsstudies en one-health-initiatives waarin medische en veterinaire groepen samenwerken vanuit de aanname dat levende wezens dezelfde ziekten hebben. Bij de Digitale Humaniora  wordt interdisciplinair de vraag onderzocht wat de relevantie is van wetenschappelijke  teksten  voor de vorming van menselijke kennis.
In zijn algemeenheid zal het uitgangspunt van de geesteswetenschappen – het begrip  ‘mens’ – opnieuw moeten gedefinieerd.
Volgens prof. Braidotti zal bevestiging en belofte en geen nostalgie het nieuwe  leidende beginsel moeten zijn op elk academisch onderzoeksterrein. Letterlijk vindt zij dat niet de idealisering van het filosofische discours, maar de pragmatische aanpak van paradigmatische  zelfsturing en experimenten daarin voorop moet staan. 

De post-humane wereld is dus mede door de techniek een realiteit geworden. Wie vasthoudt aan het klassieke superieure mensbeeld zal vervreemden van de moderniteit die nu postmoderniteit is geworden. De verklaringsschema's gaan daarin  terug op de theorieën van filosofen als Jean Baudrillard. Ik volg diens gedachten in navolging van Wouter van Gils, die een boek over Baudrillard geschreven heeft.

4 Jean Baudrillard en het postmodernisme

Wat Baudrillard zag gebeuren in de postmoderne samenleving is, dat de media en de vermaakindustrie een hyperrealiteit creëren. Een goed voorbeeld is de ontwikkeling van pretparken als Disney World. Mensen stromen massaal toe om deze fantasiewereld te beleven en gaan vervolgens proberen te lijken op die wereld door die thuis te imiteren bijvoorbeeld in de kinderkamer. Kort geleden zat ik te wachten op mijn kleinkinderen in de tuin van het Rijksmuseum in Amsterdam bij de Teekenschool. In die tuin staat een groot gipsen beeld van de stripfiguur NIJNTJE. Voortdurend kwamen mensen langs om dat beeld van het fantasiefiguurtje te fotograferen. Daarmee toonden zij aan, betekenis te willen toekennen aan iets dat eigenlijk niet bestaat in de echte wereld.( Volgens de neo-realist Markus Gabriel echter bestaat Nijntje echt omdat zij als echt wordt gezien).
Dus al de nieuwsberichten en de reclameboodschappen die over de mensen worden uitgestort scheppen een illusoire wereld omdat de mooi verpakte boodschappen onecht zijn. We nemen niet de realiteit waar maar de hyper realiteit. De wereld is een schijnvertoning, een simulacrum.
Zijn theorie is nogal verschillend van de gangbare theorieën over de betekenisproductie. Bijvoorbeeld De Saussure onderscheidde iets van iets anders door het te benoemen als betekende en betekenaar. Een betekenaar is de talige lettercombinatie van een begrip, het woord, en het betekende is datgene wat wij als betekenis daaraan toekennen. En die betekenis kan wisselen in het gebruik van de woorden in ontelbaar verschillende verbanden. Taal drukt zo de werkelijkheid uit en differentie is de basis van alle spreken. 
Voor Baudrillard zijn die differenties er allemaal niet. Want, vindt hij, als het subject met een teken moet worden moet gedefinieerd als wat het niet is - maar tekens hebben geen inhoud van zichzelf - dan is alles slechts pure vorm en een afgesproken code. Met andere woorden, elk object is een mythe dat slechts door het verlangende subject is geconstrueerd en is dus een product van de sociale logica. En daardoor heeft een subject geen identiteit of authenticiteit. Dit is een noodzakelijk gevolg van een systeem met betekenisloze tekens. Er is alleen leegte.
Die leegte is waarneembaar als mensen de werkelijkheid als correct en actueel beoordelen terwijl die eigenlijk door de media naar eigen inzicht gemaakt is. “

De boeken van Harari vertellen in andere woorden en via  boeiende uiteenzettingen hetzelfde. Er is een besef dat iets de mensheid gaat overheersen maar we weten niet goed wat daaraan te doen (Fig.1).



Fig 1 Carel Willink, Straat met Standbeeld, 1934, olieverf op canvas, 100 x 75 cm Museum More Ruurlo 
(Foto Ada Markusse 20 september 2018).
3  TIEN STELLINGEN

Hier volgen tien stellingen waarin ik wil nagaan, Harari’s boeken lezend, hoe de werkelijkheid zich aan mij voordoet. De uitwerking heeft geen pretentie buiten dit kader om  en is volstrekt persoonlijk. Maar persoonlijk is het verhaal van Harari ook. In het programma Buitenhof van 26 augustus[5] 2018 bleek dat de deskundigen (wetenschappers, kunstenaars) op een eigen wijze naar de projecties van Harari kijken en die interpreteren. Er was in dat programma wel consensus over de noodzaak om de voortstormende technologische ontwikkelingen in goede wetgeving te vangen, zodat de commerciële markten niet met de homo sapiens aan de haal gaat. Is er dan toch nog toekomst voor de homo sapiens?
Mijn stellingen zijn:

1. De beschouwingen van Harari zijn vooringenomen en speculatief, er is geen reden tot paniek;
2. De macht van de dataïsten met hun algoritmes wordt zwaar overdreven;
3. De vooruitgang in de technologische wetenschap is niet tegen te houden, wel te richten;
4. De mens streeft naar zingeving; als hij door voortgaande robotisering als soort totaal overbodig wordt helpt zijn vrije geest en creatieve vermogen hem een compenserende invulling te vinden en zijn eigenwaarde te houden;
5. Nepnieuws (korte termijn) is een schadelijk bijproduct van algoritmische processen;
6. Nepnieuws (lange termijn) is onmisbaar voor het voortbestaan van de transhumane soort;
7. De creatieve inval van een kunstenaar is te vergelijken met de random functie in artificial intelligence;
8. De supermens is een zedelijk wezen dat  een altruïstische utilitaire ethiek nastreeft: het meeste geluk garanderen voor de meeste mensen;
9. De liberale democratie zal verdwijnen omdat haar vrijheid en gelijkheid strijdig is met de machtsstructuren in de nieuwe ideologie gebaseerd op artificial intelligence;
10. Er zal in een samenleving altijd ruimte blijven voor de Grote Verhalen – liberalisme, socialisme, communisme, christendom, islam, hindoe, boeddha – omdat zij de mens behoeden voor betekenisloosheid.
  

De uitwerking van deze stellingen reserveer ik voor een volgende keer.

Middelburg, 22 september 2018


[1] Yuval Noah Harari,  A brief history of mankind – Kizur Toldot Ha-Enoshut (Sapiens, een kleine geschiedenis van de mensheid), (21e druk Amsterdam 2015) 446.
[2] Vipassanameditatie is een boeddhistisch ritueel om enerzijds de concentratie te verscherpen en anderzijds de veranderingen van die concentratie door inzicht te vergroten. Het is een methode om zich te richten vergankelijkheid, onbevredigend leven dat in essentie geen doel heeft.


woensdag 22 augustus 2018

Recensie met boekbespreking van "DE ACHT BERGEN" (Paolo Cognetti)..





¢ Recensie


UPS EN DOWNS IN DE ROMAN DE ACHT BERGEN  (Paolo Cognetti)

Leen Moelker

Titel: De Acht Bergen;
Auteur: Paolo Cognetti;
Verschenen: 2016 (Italiaans);
Vertalers: Yond Boeke en Patty Krone;
Uitgever Nederland: De Bezige Bij (2017/8);
Genre: Roman;
Thema: Vriendschap;
Druk: 16e (juli 2018);
ISBN 978 90 234 6641 3;
Prijs : 19,99 euro;
Aantal bladzijden: 239;
Beoordeeld: 15 augustus 2018;
CPNB: sinds 1e druk juli 2017 hoog geklasseerd;
 Week 32/18: 4

 Een boek is om vele redenen te lezen: om je te  ontspannen, om er van te leren en zo onszelf en de wereld beter te kunnen begrijpen, dus voor een dieper psychologisch inzicht, of om via identificatie morele standpunten te kunnen vergelijken of motiveren, om interessante filosofische vraagstellingen of om historische kennis te verzamelen. Van het laatste is het bekroonde boek Congo, een geschiedenis van David van Reybrouck een goed voorbeeld.
Paolo Cognetti biedt met zijn boek De acht bergen een inkijkje in het leven van mensen die in de (Italiaanse) bergen wonen. Geeft hij en passant commentaar op het menselijk bestaan? Wat kunnen we aan met al die verhalen over bergtochten, betekenen ze iets? Hoe zou het identificatieproces kunnen verlopen?  Over dit soort vragen gaat deze tekst.

1  Korte inhoud

Pietro Guasti (1972) en zijn ouders, de familie Guasti, wonen in Milaan maar zijn afkomstig uit de regio Veneto in Italië. De vader Giovanni Guasti is een enthousiast bergwandelaar en op aandringen van Pietro’s moeder hebben ze in de buurt van het Val d’Aosta, een eenvoudig zomerverblijf gekocht.
Als ze daar in het gehucht/spookdorp Grana, hun eerste tijd doorbrengen ontmoet Pietro, dan 11 jaar,  zijn leeftijdgenoot Bruno Guglielmina. In de zomer woont Bruno bij zijn oom Luigi Guglielmina in een hoger gelegen bergweide dorp, waar hij kaas leert maken. Als Bruno vrij is maken ze samen voettochten door de omgeving en onderzoeken verlaten gebouwen. Er ontstaat een hechte vriendschap tussen de jongens. Bruno wordt ten slotte in het gezin Guasti opgenomen, onderwezen en begeleid, omdat zijn ouders daar geen kans toe zien. Bruno  mag zelfs bij hun in Milaan een technische opleiding volgen. Pietro wordt filmer/documentairemaker en Bruno wordt bouwvakker daartoe door zijn vader overgehaald.
Vele jaren later ontmoeten zij elkaar weer als Pietro een bouwval erft van zijn vroeg overleden vader. Het is Bruno die hen aanzet tot het verbouwen van het krot tot een huisje in de bergen op de plaats van een barma.[1] Aangespoord door het succes daarvan droomt Bruno van een eigen almhof met gezin. Hij slaagt erin dat te realiseren dank zij een ex-vriendin van Pietro, Lara geheten. Samen zetten ze een kaasmakerij in een eigen alm op. Ze krijgen ook een kind en lijken erg gelukkig. Pietro is er getuige van dat ze volop genieten van het leven in de bergen. Maar de exploitatie van de alm blijft verlieslatend en uiteindelijk vertrekt Lara en het bedrijf gaat failliet. Bruno trekt in de barma van Pietro.
Pietro maakt voor zijn documentaires regelmatig verre reizen onder andere naar de bergen in Nepal. Daar krijgt hij  een telefoontje van Lara dat Bruno vermist is. De barma is getroffen door een enorme lawine.

2  De auteur Paolo Cognetti

Paolo Cognetti werd geboren in Milaan op 27 januari 1978  in een middenklasse gezin. Hij volgde na de gebruikelijke vooropleidingen enkele jaren universitair onderwijs (mathematica en Amerikaanse literatuur) tot hij in 1999 gediplomeerd werd aan de Filmacademie te Milaan. Vanaf dat jaar maakte hij documentaires met sociale, politiek en letterkundige onderwerpen.
Ondertussen begon hij ook aan een serieuze carrière als schrijver. In 2003 debuteerde hij met Fare ordine (orde scheppen) waarvoor hij de Premio Subway-letteratura in 2004 kreeg.[2]
Hij is altijd gefascineerd geweest door alles wat met bergen te maken heeft, maar ook de stedelijke cultuur heeft zijn belangstelling. Hij schreef een reisgids voor bezoekers aan New York en andere teksten over die stad, maar onderzocht ook in publicaties naar de eigenheid van de literaire vertelling.
In 2009 kreeg hij de prijs van het maandblad Lo Straniero voor zijn werk dat ‘zo precies het leven van de jeugd registreert en zo duidelijk streeft naar de waarheid.’[3]
In 2017 verwierf Cognetti veel internationale prijzen voor zijn boek De Acht bergen. Het personage Pietro uit dat boek wordt gezien als Cognetti’s alter ego.
Cognetti is momenteel woonachtig in het Italiaanse berglandschap van Val d’Ayas.

3 Mens- en levensbeschouwing
Cognetti beschouwt de moderne wereld als een omgeving waarin mensen een enorme behoefte hebben aan communicatie. Daardoor dreigt de stilte te verdwijnen en is eenzaamheid een bedreiging. Toch zoekt de auteur met zijn werk naar herstel van een goede balans tussen dynamiek en rust. Maar hij geeft toe dat hij daarmee worstelt. Daarom droomt hij graag over andere mogelijke levens en wil hij altijd nieuwe werelden ontdekken. Daarboven hangt een prangende vraag: waar hoor je als mens thuis in die wereld? Aan die nieuwsgierigheid voegt hij een groot observatievermogen toe,  waarvan Paul Claudel zegt dat Cognetti een literaire waarnemer van deze tijd is die de grote vragen niet schuwt.[4]
Cognetti zegt dat landschapsfictie hem zeer interesseert en dat zijn grote voorbeeld is de auteur M. R. Stern. Dit soort literatuur neigt volgens hem tot gevoelens van melancholie en zorg over een teloor gaande wereld. Immers, we zien overal verstedelijking en commercialisering van de natuur.[5]
In zijn boeken draagt hij deze grondhouding uit via de personages. In De Acht Bergen is het Pietro  die reist, leest, wandelt in de bergen, de eenzaamheid zoekt maar toch ook naar  de gemeenschap met anderen neigt. Een personage dat moeilijk relaties aangaat maar toch hecht aan trouwe vriendschap. En dat zijn precies Cognetti’s karakteristieken.
Schrijven gaat boven praten bij Cognetti en dat komt hem als verlegen persoon goed van pas, want hij trekt zich graag terug om te lezen en te schrijven. Hij ziet schrijven als fotograferen: observeren, belichten, selecteren en afdrukken.

4 Het oeuvre van de auteur[6]
    
 VERHALEN

·         Fare ordine. [Genere: storia d'amore; 1 racconto da 5 fermate], Milano, Comune, Settore  giovani, 2003.
·         Manuale per ragazze di successo in La qualità dell'aria. Storie di questo tempo, a cura di
·         Manuale per ragazze di successo, Roma, Minimum fax, 2004. ISBN 88-7521-034-9. [sette racconti. Finalista al Premio Bergamo 2005]
·         Una cosa piccola che sta per esplodere, Roma, Minimum fax, 2007. ISBN 978-88-7521-137-0. [raccolta di cinque racconti. Vincitore del Premio Settembrini 2008, sezione giovani. Finalista al Premio Chiara 2008. Vincitore del Premio Renato Fucini 2009]
·         Sofia si veste sempre di nero, Roma, Minimum fax, 2012. ISBN 978-88-7521-440-1. [romanzo  di racconti. Finalista al Premio Strega 2013]
·         Il nuotatore, con Mara Cerri, Roma, Orecchio Acerbo, 2013. ISBN 978-88-96806-66-1.
·         Le otto montagne, Torino, Einaudi, 2016. ISBN 978-88-06-22672-5. [romanzo. Vincitore del Premio Strega 2017.[5] Vincitore del Premio Strega Giovani 2017. Vincitore del Premio Strega OFF 2017[6]], del Prix Médicis étranger e dell'English Pen Translates Award nel 2017[4].
·         I lanciatori, in effe – Periodico di Altre Narratività, numero 6[7], 2017.
ESSAYS]
·         New York è una finestra senza tende, con DVD, Roma-Bari, Laterza, 2010. ISBN 978-88-420-9218-6. [prima parte di una guida alla città di New York]
·         Il ragazzo selvatico. Quaderno di montagna, Milano, Terre di Mezzo, 2013. ISBN 978-88-6189-235-4.
·         Tutte le mie preghiere guardano verso Ovest, Torino, Edt, 2014. ISBN 978-88-592-0450-3. [seconda parte di una guida alla città di New York]
·         A pesca nelle pozze più profonde. Meditazioni sull'arte di scrivere racconti, Roma, Minimum fax, 2014. ISBN 978-88-7521-594-1.

PRIJZEN
2004 Il Premio Subway-letteratura (Fare Ordine) ;
2008 Premio Settembrini (Una cosa piccola che sta per esplodere- een kleine zaak die gaat exploderen);
2009 Premio Renato Fucini ( idem);
2017 Premio Strega Giovani, Prix Médicis étranger (Frankrijk). Pen Translates Award (Engeland) Le otto montagne;


5 De literair-historische context
In Nederland worden in de eenentwintigste eeuw veelal boeken bekroond die met het recente verleden hebben te maken.[7] Aangezien er een groot aanbod is van nieuwe boeken, valt het op dat de categorie autobiofictie vaak in de prijzen valt.
Dat is niet verwonderlijk. De wereld om ons heen wordt steeds complexer en dan ook nog in een stijgend tempo. Technologie wordt een grote rol toebedeeld bij het oplossen van menselijke vraagstukken zoals klimaat- ecologische- en milieuproblemen. Globalisering en fragmentatie van de samenleving staan op gespannen voet. De toenemende verstedelijking in de wereld schept enorme problemen in de ruimtelijke ordening. Het platte land verliest zijn voorzieningen – woonruimte, winkels, werkgelegenheid – terwijl de stad kampt met overdruk op het milieu en leefruimte. Veel Europese steden nemen maatregelen om zelfs het aantal toeristen te verminderen en ‘vuile’ auto’s te weren.
Literatuur herhaalt de werkelijkheid iconisch, symbolisch en indexicaal, zij het met verschil. Het resultaat is dat schrijvers in hun romans teruggrijpen op vroeger. Vroeger, dat met de ogen van nu bekeken zo transparant, beheersbaar en probleemloos lijkt, maar dat toch niet is geweest.
De verstrengeling tussen vroeger en nu drukt zich uit in romans in autobiografische details. De vertelinstantie is niet altijd  te onderscheiden van het personage of zelfs van de auteur. In de literatuur van een samenleving waarin niemand de waarheid kent – hij is te complex, te veranderlijk – treffen we meerdere focalisaties aan die verschillende standpunten vertegenwoordigen. Ook komt veel intertekstualiteit voor in moderne romans omdat nu eenmaal het verleden meespreekt.
Ten slotte blijkt dat schrijvers vaker dan vroeger een bepaalde relatie hebben tot hun onderwerp (Heijmans: zeilen en asielzoekers; Palmen: Hughes; de Belg Ruysbroeck: Congo. Driessen: woont op het water).
Het boek van Cognetti weerspiegelt enkele van deze elementen, bijvoorbeeld in zijn dubbele houding ten opzichte van wonen in de stad en leven op het verlaten platteland.

6 Genre
Ik zou De acht bergen van Paolo Cognetti willen classificeren als een soort ontwikkelingsroman. We lezen hoe het personage Pietro opgroeit, zich verder ontwikkelt en ten slotte als een volwassene zijn plek in de samenleving heeft veroverd. Ook zijn vriendschappen ontwikkelen van vluchtig tot hecht. Vrouwen komen en verdwijnen. Alleen Bruno blijkt een trouwe vriend.

7  Structuur
Het boek heeft 240 bladzijden verdeeld over twaalf genummerde hoofdstukken en bestaat verder uit de delen
Proloog zonder titel                           bladz. 7-16
Deel I De bergen uit mijn kindertijd  bladz. 17-96   (hoofdstuk 1-4) vanaf 11 jaar;
Deel II Het huis van verzoening         bladz. 97-162 (hoofdstuk 5-8) tot 32 jaar;
Deel III De winter van een vriend     bladz. 163-240 (hoofdstuk 9-12) na 32 jaar.
Regelmatig zijn witruimtes ingelast om de tijd en ruimte te verplaatsen. Soms wordt daar een flashback ingevoerd voor een terugblik (138-145). Soms betreft het een ellips om een wat grotere tijdspanne te overbruggen (155).
Het boek heeft een motto  op bladz. 5(zie aldaar) en een opdracht op bladz. 240.
De verhaallijn ontwikkelt zich chronologisch en laat zich daardoor gemakkelijk volgen.

8 Thematiek

Communicatie; persoonlijke ontwikkeling; natuur; psychologie achter het menselijk gedrag; stilte zoeken; (in een interview zegt Cognetti dat zijn generatie geen stilte meer kent. Daarom gebruiken zijn personages geen mobiele telefoon)[8], vriendschap, liefde, vader-zoon relatie.   

8 Vertelsituatie en Perspectief
De vertelinstantie is een ‘ik’ en is te koppelen aan Pietro. We zien dus alles via hem, wat een nadeel is omdat alle gebeurtenissen door hem gekleurd worden. Pietro is in dialogen altijd partij en wat en hoe een gesprek verloopt bepaalt hij. Als verteller gebruikt hij daarom vaak de indirecte rede. Dat plaatst de andere personages op afstand en is identificatie met hen nauwelijks mogelijk.
Overigens staat de verteller wel eens de focalisatie af als een verhaal verteld wordt vanuit een ander perspectief, bijvoorbeeld dat van zijn moeder (op bladz. 138 begint een compilatie van de verhalen die zijn moeder ooit had verteld). Pietro geeft daarop zo nu en dan commentaar (“Ik zag het tafereel dat mijn moeder vertelde duidelijk voor ogen” bladz. 143). De moeder ziet, de zoon vertelt.

9  Stijl

De acht bergen is een toegankelijk boek dank zij de gekozen structuur en de chronologie, maar is zeker ook goed leesbaar door het taalgebruik. Want lange ingewikkelde zinnen ontbreken, integendeel, de zinnen bestaan vaak uit minder dan twintig woorden, wat prettig leest. Soms vragen de veelvuldige ontboezemingen over tochten in de bergen geduld van de lezer. Voor liefhebbers van bergwandelingen kan dit evenwel een groot genoegen zijn.
Wat mij opvalt is dat er weinig beeldspraak wordt gebruikt. En als het wordt gedaan (het verhaal van de acht bergen) is dat zo belangrijk dat het de titel van het boek oplevert. Toch kan een lezer gemakkelijk vergelijkingen of connotaties ontdekken in de tekst zoals op bladz. 7 en 8. Anderszijds worden ook regelmatig concrete mededelingen gedaan: “In de herfst van 2013 liet Bruno zich failliet verklaren” alsof de verteller feiten op een rij zet.
Omdat de plaats van handeling Italië is, bezigt de auteur lokale termen die soms wel en soms niet worden toegelicht. Zo heb ik opgezocht wat precies wordt verstaan onder een
1. Couloir : open doorgang tussen de bomen, de sneeuw;
2. Barma : overhangende rotspunt, geschikt om te kunnen schuilen;
3. Adret: helling van een vallei waar het zonnig is;
4. Envers: idem waar de schaduwkant is;
5.
Arula: alpenden;
6. Pezza: fijnspar;
7. Brenga: lariks.
8. Alm: een veehouderij op een horizontaal gedeelte in de bergen; Enz.
Samengevat heeft het boek een prettige directe stijl; hierdoor wordt de lezer gemakkelijk meegenomen in het verloop van de geschiedenis.

10 Tijd en Ruimte
Het kernverhaal beslaat ca 43 jaar, namelijk vanaf de ontmoeting tussen Pietro en Bruno die allebei 11 jaar zijn, en het afscheid van de vrienden dertig jaar later. Ingebed wordt ook de beknopte geschiedenis van de ouders verteld vanaf ongeveer 1940.  
Het boek is niet erg dik vergeleken met die andere hedendaagse bestseller Wees onzichtbaar.  Dat heeft gevolgen voor de vertelde tijd (43 jaar ontwikkelingsgeschiedenis) en voor de verteltijd (leestijd).
De drie delen knippen de geschiedenis, de vertelde tijd,  van Pietro en Bruno in drieën, natuurlijk zijn de ‘volwassen’ delen het langst; en er is  normaal gesproken nog een vervolg te verwachten.[9] Soms vond ik de verteltijd te lang. Dat komt voor bij sommige uitgebreide natuurbeschrijvingen zonder veel menselijke activiteit (bergwandelen).
 

Fig.1 Bergwandelaars in de Himalaya. Foto: Internet 18 8. 2018.

De  epische of geografische ruimte is het decor voor de handelingen en betreft de provincie Veneto, de Dolomieten, Milaan, Turijn, Val d’Aosta naar de Himalaya, Tibet waar de volwassen Pietro documentaires maakt. (Fig.1)
De psychologische ruimte is voor elk personage verschillend. De vader van Pietro is een gedreven man die het contact met mensen uit de weg gaat en door zijn (te) hoge ambities enigszins vervreemdt van zijn omgeving. Pietro’s moeder daarentegen is een people’s wife die juist geniet van de sociale contacten. Bruno’s ouders hebben beperkte financiële middelen en zijn niet opgewassen tegen de eisen van de tijd. Pietro lijkt op zijn moeder maar eenmaal gewonnen voor de bergen, sluit hij zich ook graag tijdelijk op in de eenzame barma. Hier zit een ongerijmdheid in omdat Pietro enerzijds aanhoudend  de stilte in bergen zoekt, maar anderzijds toch weer naar de stad wil om mensen te interesseren voor het bergleven. Het is vooral Bruno die het meest gevangen zit in het zelf gekozen kluizenaarschap.
De beide vrienden kunnen moeilijk relaties onderhouden en vasthouden. De paradox is dat zij in hun wederzijdse vriendschap elkaar bevestiging geven. Zij raken in die relatief gesloten sfeer onzeker over wat ze eigenlijk willen. Pietro filmt bij voorkeur in eenzame bergstreken en beperkt zo zijn dagelijkse betrokkenheid op anderen. Bruno probeert wel te ontsnappen aan de eenzaamheid – hij sticht zelfs een gezin – maar uiteindelijk vervalt hij in lethargie en betrekt hij de eenzaam gelegen barma van Pietro.

11 Personages
·         Pietro Guasti, de verteller;
·         Buno Guglielmina, vriend van Pietro;
·         Lara, vriendin van eerst Pietro en later vriendin vam Bruno en moeder van hun dochter Anita;
·         Giovanni Guasti, vader van Pietro;
·         Luigi Guglielmina, oom en werkgever van Bruno;
·         Naamloos: ouders van Bruno, Pietro’s moeder.

12  Titelverklaring
De titel De Acht Bergen is ontleend aan een verhaal van een Nepalese kippenbezorger (bladz. 165). Daarin vertelt hij dat de berg Sumeru in het centrum is gelegen van een stelsel met acht bergen die samen weer een achthoek vormen. Feitelijk betreft dit een Tibetaanse mandala (Tibetaans voor cirkel), dat is een geometrisch patroon waarin de blik van een beschouwer altijd naar het centrum getrokken wordt. Het wordt gebruikt in de boeddhistische leer van inkeer en contemplatie (fig.2).
Voor Pietro zit in  de mandala  evenzeer een aansporing in tot introspectie.

Zijn zelf gebouwde barma is het centrum van de wereld. Het is de plek in de bergen waar zijn vader de strijd met de elementen aanbond gericht op het bereiken van de top.
Maar waar zijn moeder zich van afkeert, zij heeft die ambitie niet; zij  volgt eerder een weg die op een lager niveau de acht bergen verbindt. De mandala als symbool voor het leven met ups en downs.

13 Motto en opdracht
    Farewell, farewell! but this I tell
     To thee, thou Wedding-Guest!
     He prayeth well, who loveth well
     Both man and bird and beast.

    (uit: S. T.  Coleridge: The rime of the Ancient Mariner (1834))

 



     Volgens de vertalers:


     Vaarwel, vaarwel. Maar ik vertel
     U dit, gij gast van ’t feest.
     Hij bidt oprecht die liefde hecht
     Aan vogel, mens of beest.

Coleridge (1772-1834) was een dichter van de Romantiek. Hij werkte samen met William Wordsworth  die ook gedichten  maakte om de simpele dingen van het leven te beschrijven en de gewone dingen te willen presenteren in een nieuw perspectief.
De keuze voor dit tekstdeel kan een verwijzing zijn naar de inhoud van het boek. Immers, Pietro en Bruno houden hartstochtelijk van het berglandschap met alles wat erop leeft: mens, vogel en beest. Maar ze zijn ook zelf innig bevriend met elkaar en ze voelen zich goed in de bergen. In hun barma zijn ze van iedereen verlaten en ook daarvan genieten ze intens. In het gedicht van Coleridge wordt die sfeer ook opgeroepen:
      O Wedding-Guest! this soul hath been
     Alone on a wide wide sea:
     So lonely 'twas, that God himself
     Scarce seemèd there to be.
    
     De opdracht vinden we aan het eind:
     Fontana  2014-2016

Dit verhaal is voor de vriend die me ertoe inspireerde, door me de paden te laten zien waar die niet waren. En voor de Trouw en de Fortuin die het vanaf dag één hebben bewaakt. Met alle liefde die in mij is.

Deze opdracht verwijst enerzijds terug naar het boek, waarin Pietro  via de gebiedskaarten van zijn vader, in diens sporen in de bergen treedt. Hij onderneemt daarin een zoektocht  naar  het verleden, naar betekenis en naar het waarom achter de vragen die hij nooit heeft kunnen stellen.
Maar anderzijds is deze opdracht een hommage aan een goede vriend  omdat die, samen met Fidis en Fortuna,  respectievelijk de personificaties van Vertrouwen en Geluk, de auteur heeft geïnspireerd en adviezen heeft gegeven.


14 Intertekstualiteit

1. Wereldliteratuur
            Connotaties met
·         De liefde en het noodlot in de dichtkunst van de Romantici als Coleridge en Wordsworth;
·         Tibetaans Boeddhistische literatuur;
·         Bijbel:  psalm 121;
·         Mytische reisverhalen, Aeneas, Hercules, Odysseus
·         Mark Twain, Jules Verne o.a. blad. 65.
·         H. D. Thoreau die zich enkele jaren afzonderde op het landgoed Walden en een tegendraadse houding in politieke kwesties voorstond.

2. De landschapsfictie van Mario Rigioni Stern ( Il bosco degli urogalli of ‘het bos van de auerhanen’).

3. Sociale geschiedenis: de ontwikkelingen in de relatie tussen stad-platteland.
4. Filmgeschiedenis: subtiele verwijzingen naar de films Brokeback Mountain, Into the wild die zich ook afspelen in de bergen en waarbij respectievelijk  innige vriendschap en volstrekte eenzaamheid worden nagespeeld.

15 Receptie
Het boek is goed ontvangen. In Italië haalde het de Premio Straneiro 2017 en in Frankrijk de Prix Médicis étranger 2017 ( eerder wonnen bijvoorbeeld Toine Heijmans, Doris Lessing, Milan Kundera, Paul Auster, David Grossman, Orhan Pamuk en anderen deze prijs).
De Groene Amsterdammer vindt het een fonkelend boek, de Volkskrant  noemt het majestueus. Inmiddels zijn de vertaalrechten aan dertig landen verkocht.

16 Interpretatie
Een literair werk kan veelal op twee manieren worden geïnterpreteerd. Er is het gemakkelijk te begrijpen verhaal waarin het perspectief op het handelen gericht is. En er is het perspectief van bewustzijn van waaruit een mogelijke betekenis wordt opgebouwd.
Martin Driessen vertelt in Rivieren drie verhalen over belevenissen  op rivieren. Dat is soms spannend maar de reizen kunnen  ook verwijzen naar een levensreis. Zo ook met De reis van Sinte Brandaan (12e eeuw in de Van Hulthem handschriften) en met Moby Dick (Herman Melville) en Ernest Hemingway (The old man and the sea) welke verhalen ook de strijd van de mens met onbeheersbare krachten kunnen verbeelden.

Kijken we op deze manier naar ons boek De Acht Bergen dan komen we al gauw terecht bij de bergmetafoor. Hoe mooi het leven ook is, soms is het moeilijk het levenspad omhoog naar de top te vinden. Wat kan je onderweg allemaal meemaken: steenval, lawines, wilde dieren, smalle paden en steile rotsen, het houdt niet op bij de vredige dalen met hun vals plat.
Cognetti vindt dit echter veel te gemakkelijk. Lezers mogen het wel zo zien, natuurlijk,  maar hij  wilde per sé de schoonheid van het berglandschap verwoorden, zoals blijkt uit interviews.
Welk betekeniscomplex zou daar dan toch in verborgen kunnen zitten: want alleen het boek invullen met lyrische natuurbeschrijvingen is ook te simpel geredeneerd.
Inhoudelijk is De Acht bergen een verhaal over de natuur en innige vriendschap. Twee jongens ontwikkelen zich op een eigen manier, de een stadsjongen, de ander een koeienjongen.
De filosoof Bergson zou hierin een bevestiging van zijn theorie zien, namelijk dat alles bestaat door zijn tegenstelling.[10] De geschiedenis van Pietro en Bruno moeten we dan zien in een dynamisch tijdsbeeld. Zo komt Pietro terecht in het verarmde leefgebied van Bruno. Het landschap maakt allemaal nogal een desolate indruk. En dat heeft een reden. De jeugd is weg getrokken, naar de stad, want er is geen werk voorhanden. De voorzieningen als winkels en het bestuur zijn in de meer toegankelijke dorpen met meer inwoners gevestigd. Dit beeld weerspiegelt de ontwikkelingen van overal in Europa: Roemenië, Polen, Albanië en zelfs in de ontwikkelde landen als Nederland en Italië is dit zo. In de dorpen verdwijnen de voorzieningen en het is dank zij een goede ontsluiting en een betere automobiliteit dat het leven daar nog leefbaar is.
Waar Bergson mogelijk op duidt is, dat we de individuele geschiedenissen moeten zien in het grote geheel van de maatschappelijke ontwikkelingen.

Hoewel het boek chronologisch is geordend zijn er soms grote tijdsprongen. Deze ellipsen verrassen dan omdat informatie over de tussenliggende ontwikkelingsfase ontbreekt. Het boek is  dus niet echt een ontwikkelingsroman omdat karakterontwikkeling niet strikt op de voet te volgen is. Toch zijn er interessante aspecten aan de persoonlijke ontwikkeling van de jongens. Zo blijkt dat het opbouwen van zelfvertrouwen bij Bruno wordt gefrustreerd door de gezinssituatie: een afwezige vader, een zwijgzame moeder. Als hij Pietro ontmoet gaat zijn wereld open.
Pietro kon zich wel aan zijn vader spiegelen, maar kon of wilde zich niet met hem en zijn torenhoge ambities meten. Hij zag meer verwantschap met zijn moeder die sociaal betrokken was. Als hij Bruno ontmoet wordt hem een onbekende weidse wereld getoond.
Lezers zullen mogelijk in deze gedragspatronen de motivatie principes herkennen die mensen gebruiken om: controle over hun omgeving te krijgen (1), het contact met anderen te vestigen (2) om sterker in het leven te staan, en om zowel de ander als zichzelf positief te evalueren (3). Behalve Pietro’s moeder, die letterlijk psychische ruimte voor zichzelf opeist, verkeren de andere personages Giovanni, Bruno’s vader en moeder, Lara,  in een zeker isolement.
Als tieners maken Pietro en Bruno zich al los van hun ouders en zoeken vervolgens ieder hun eigen weg.
We weten niet en detail welke hobbels Pietro en Bruno hebben moeten nemen om volwassen te worden. Hun leerweg aan de universiteit of in de bouw kennen we niet. We onderkennen wel dat zij niet altijd even sterk bevriend zijn.  Cognetti zegt ergens in een interview op Internet [11]dat hij in dit boek de vriendschapsontwikkeling  heeft verkend. Er zijn tijden van lossere verbanden en perioden waarin de vriendschap als zeer sterk wordt aangevoeld.
Over het liefdesleven vernemen wij slechts indirect dat de vrienden er niet blijvend in slagen om een levenspartner te vinden. Toch  triomfeert de durende vriendschap mede dank zij hun gelijkgerichte karakter, maar ondanks hun verschillende afkomst en levensweg.

Door de opname van een verhaal over de mandala, verteld door een oude Nepalees, verwijst de auteur volgens mij toch ook zeker naar eeuwenoude tradities bij het verklaren van de wereld. Je kunt in je leven er blind naar streven in alles de hoogste top te willen bereiken (Sumeru), of er is de keus om de langere weg (via acht bakens) te kiezen, een tocht met minder risico’s en met bereikbare doelen.

17 Slot

Aan het begin van deze tekst heb ik over De Acht Bergen de vraag gesteld of de vele verhalen over bergtochten misschien een bijzondere betekenis hebben. Het laat zich voorstellen dat een berglandschap beter te beschrijven is via een wandel- of klimtocht. Maar je kunt er ook een metafoor in zien voor een mooie reis door het leven die echter ook vele ontberingen kent. Hierboven is aangetoond dat het boek een doorkijkje opent naar een geografisch gebied dat ontvolkt raakt, net als veel andere rurale streken, en dat het simpele bergleven bezig is te verdwijnen. Voor mij is Cognetti’s onderzoek naar de ups en downs in een vriendschap wat oppervlakkig weergegeven. De grote leemtes versnellen de tijd maar gaan ten koste van de details. Niettemin is het een boek dat verstrooiing biedt, en dat is conform de functie van literatuur.
Ten slotte wordt het boek gedragen door een mannenvriendschap die, eenmaal ontstaan, nu eens wat hechter, dan weer wat losser uiteindelijk tot een blijvend verbond uitgroeit, helaas met een dramatische afloop.







                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              











[1] Barma: een overhangende rotspunt waaronder je kunt schuilen
[2] Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt  aan de meest talentvolle  Italiaanse schrijver onder de 35 jaar in de periode 1 april- 31 maart.
[3] https://it.wikipedia.org/wiki/Paolo_Cognetti   (Lo Straniero is een verwijzing naar Albert Camus’ De Vreemdeling).
[4] http://www.lastampa.it/2017/11/10/cultura/paolo-cognetti-dal-mdicis-al-pen-award-8A6nAF9of3ld3570aSpMdK/premium.html
[5] Een interview met de oprichter van Lonely Planet bevestigt dit (Volkskrant, 11 augustus 2018).
[7] Alfred Birney: De tolk van Java; David van Ruysbroeck: Congo;  Connie Palmen: Jij zegt het; Murat Isik: Wees onzichtbaar.
[9] In een van de interviews zegt Cognetti dat in zijn volgende boek Lara centraal zal staan.
[10] Dat betreft het ‘dichotomisch’ denken: leven tegenover materie, tijd tegenover duur, beweging tegenover stilstand enz. Het leven wordt voorgesteld als een strook filmbeeldjes. Daarin is elk beeldje een gebeurtenis, terwijl de som van de momentopnamen, als ze zich in beweging zetten een  nieuwe dynamiek bevatten.  Net als in de hermeneutische cirkel zal een onderdeel altijd verwijzen naar het geheel. En het geheel naar het onderdeel.